Home

Uitgaan in je eentje? Schrijver Johan Stevens deed het: ‘Een allejezus ongemakkelijke onderneming’

Schrijver Johan Stevens onderneemt regelmatig dingen in zijn eentje, maar alleen uitgaan, dat vindt hij lastig. Een verslag van een ietwat ongemakkelijke nacht.

Een vriendin van mij vertelde me dat ze absoluut niet alleen naar de bioscoop gaat omdat ze dat ongemakkelijk vindt, ook al wil ze soms een film echt graag zien. Ik ga al jaren regelmatig alleen naar de bioscoop, overdag drink ik overal en nergens koffie, ik wandel alleen door het bos.

Maar wat écht een uitdaging is, is alleen uitgaan. Later op de avond dus, in volle cafés waar mensen lachen en drinken. Waar vooral veel mensen samen zijn. Soms met z’n tweeën, vaak in groepjes.

Niet lang geleden ging ik weer eens alleen uit. De keuze was: alleen thuisblijven of ongemakkelijk alleen naar de stad. Het werd het laatste.

De bestemming was Paradiso, daar was iets met de jaren negentig en de zero’s. Het begon allemaal retelaat, pas rond middernacht. Ik zat om half 9 al helemaal klaar voor de show op de bank, gedoucht, prima overhemd aan, goede broek. Pas om half 12 stapte ik op de fiets – half 12, een moment dat ik normaal al in bed lig.

Een kleine twintig minuten later liet ik mijn ticket zien bij Paradiso en ging ik de poptempel in. Het was nog leeg, de spots schenen helder in allerlei kleuren op de lege vloer. Bij de bar stonden groepjes mensen. Ik had acuut geen zin meer. Dat wachten in een haast lege zaal, ingewikkeld.

Ik haalde een grote bier, leunde tegen een pilaar, stond op één been, daarna op het andere. Ik vond het flauw om meteen de makkelijke weg te kiezen: vluchten in mijn telefoon. Gewoon staan en de ongemakkelijkheid ervaren, de schaamte ervaren, dat stond me te doen. En in mijn telefoon zou het niet gebeuren.

Contact maken of niet

Na een paar minuten, terwijl de zaal langzaam voller druppelde, kwamen iets van mij vandaan twee vrouwen staan, midden dertig. Allebei kekke laarzen aan. Ze waren druk in gesprek met elkaar, ik keek een paar keer hun kant op, maar kreeg geen oogcontact. Ik ging nog iets nonchalanter staan. Ik stond daar alleen, maar ik voelde me uitstekend – belangrijk dat de mensen dat wisten.

Een niet slecht geklede, leuke vlotte man, heel ontspannen in contact. In te huren voor feesten en partijen. Ik vrat mezelf ondertussen op over de vraag of ik nu contact moest maken, want je moet moedig leven, maar soms is daar toch ook niet het moment? De vrouwen hadden me niet aangekeken, laat die dames met rust.

Maar toen ging een van die vrouwen weg, de kekke laarzen gingen richting uitgang, ik zag haar door de klapdeuren verdwijnen – plassen of paffen – en daar stond ik dus ineens naast de andere vrouw. Dat was plots een situatie. Ik keek eens naar haar en ze keek vakkundig langs mij heen.

‘Hoi, is dit muziek waar je van houdt?’ Dat kwam er plompverloren uit, maar het was een begin. Alles begint bij een eerste zin. De vrouw draaide haar hoofd naar het mijne, maar maakte nog niet echt oogcontact. Een flauwe glimlach. ‘Ja, bijna.’

Ze nam een slok van haar drankje en dook in haar telefoon. Ik wist niet wat ik moest doen en pakte toen ook maar mijn telefoon. Ik moest sowieso kalm blijven en niet meteen tegen mezelf zeggen dat dit een idiote kutavond was, dat soort dingen moest ik niet gaan zeggen.

Ik denk dat het op dansen leek

Ondertussen was de vriendin terug en de dansvloer behoorlijk gevuld. Er kwam een nummer dat ik tof vond en ik begon toch een beetje te dansen. Ik hou van dansen, enorm, als puber oefende ik alle Jackson-moves.

Ik ga niet van mezelf zeggen dat ik moves heb, maar het is wel zo. Ik bewoog wat ledematen, ik denk dat het op dansen leek, maar in mij danste nog niets. Ik keek naar de mensen om me heen, stond er iemand te kijken?

Het was een allejezus ongemakkelijke onderneming. Ik vroeg me af of ik niet beter kon gaan, nam nog een slok en leunde weer enorm nonchalant tegen de pilaar. Ondertussen hadden de vrouwen de slappe lach om iets op hun telefoon. Ik keek nog eens die kant op, met een glimlach, ik probeerde een blik te vangen.

En toen, nog geen minuut later, knalde Black Or White over de speaker. Dit was niets minder dan een uitnodiging uit de hemel. Nu moest ik wel dansen, nu kon ik niet blijven staan, ik kon simpelweg niet níét dansen op Michael Jackson. Ik bewoog weer wat ledematen en ik denk dat het meer op dansen leek dan eerder. De vrouwen verdwenen ondertussen met hun drankje in de lucht in de menigte, ik sloot mijn ogen en even voelde ik me de King of Paradiso.

‘Hé gappie’

Het was inmiddels iets na 1 uur, voor Paradiso het begin van de nacht, voor mij al heel laat. Bij de bar haalde ik nog een drankje, ik wurmde me naast een man. ‘Hé gappie, heb je het leuk?’, zei hij met een Surinaams accent en een Barry White-stem. ‘Ik doe mijn best!’ Hij lachte. ‘Ik ben hier alleen.’

Hij zei: ‘Ik ook, hartstikke gezellig! Ik ga heel vaak alleen, mensen ontmoeten!’ Hij pakte drie drankjes van de bar en ging op in de massa. Vond hij het makkelijk om zich zo in de menigte te storten? Ik kende mezelf niet als een verlegen mens, maar met iedereen lullen, dat zat er ook niet in.

Met mijn cola liep ik terug naar mijn pilaar, ik had een pilaar geconfisqueerd, dat was wat, gleed tussen de mensen door en daar zag ik de man lachen en kletsen met twee mensen. Ik ging ernaartoe. Ik stak mijn hand op en de zwarte man glimlachte breeduit: ‘Gezelligheid!’ Ook zijn gezelschap, een man en vrouw van begin veertig, glimlachte, ze gaven me een hand; ik kon hun namen niet verstaan.

De vrouw vroeg of ik alleen was. Ik knikte. Ze zei: ‘Goed dat je naar ons toe kwam, doe je dit vaker?’ Ik vertelde over mijn weekenden die net te vaak wat te kalm verliepen. ‘Dat hebben veel mensen’, schreeuwde ze in mijn oor. We keken elkaar kort in de ogen. ‘Herken jij het?’, vroeg ik. ‘Ja, soms. Maar ik heb een kind.’

Ik wilde nog iets zeggen, ik wilde nog heel veel zeggen, ik wilde nog heel veel vragen, maar toen startte Song 2 van Blur. Een nummer waar ik zo vaak op had gejoeld, in zalen als deze, een heerlijk nummer om met vrienden op los te gaan. De mensen bij wie ik stond juichten, heel Paradiso juichte. En ik juichte ook, ik stond daar pardoes te juichen, omdat ik heus weet hoe een mens juicht. Na het nummer kwamen nog veel nummers waar iedereen op juichte, de muziek ging harder en een gesprekje met de vrouw was lastig.

Ik twijfelde nog een paar momenten, maar na Crazy in Love van Beyoncé stak ik mijn hand op, ten teken dat ik ging. De vrouw deed haar armen wijd en we gaven elkaar een knuffel. De zwarte man zei nog, best wel onverwacht: ‘Goeie Michael Jackson-moves.’

Ik keek hem verrast aan, glimlachte en ging. Thuis zou ik kijken wanneer er weer een dansavond zou zijn, waar ik dan misschien wel heen zou gaan.

Thema eenzaamheid

Nóg vier artikelen uit hetzelfde magazine waarin eenzaamheid een belangrijk thema vormt

Eenzaam zonder kinderen?

Essay over de eenzaamheid van mensen die geen kinderen hebben, in een samenleving waarin het hebben van kinderen vaak de norm is.

In beeld: Portretten van zes mensen

die soms best wel eenzaam zijn (en hoe dat komt).

Interview met ‘verdrietdokter’ Dirk De Wachter

Sander Donkers in gesprek met de Belgische psychiater en hoogleraar onder meer over eenzaamheid en de invloed van sociale media daar op.

Week uit: de week van schrijver Jan Siebelink

De schrijver is doorgaans content met zijn bestaan, behalve in de week dat zijn vrouw precies een jaar geleden overleed.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next