Johnson blikt terug op Brexit en de pandemie. Wat overheerst, is zijn idee dat hem groot onrecht is aangedaan.
Op pagina 242 van Ontketend, de politieke memoires van Boris Johnson, gebeurt iets opmerkelijks. De auteur geeft een fout toe. Hij maakte deze op 25 juni 2016. Twee dagen na het Brexitreferendum was er bij de Britse Conservatieve Partij een strijd gaande om de opvolging van de afgetreden premier David Cameron.
‘En wat deed ik, op die zo belangrijke zaterdag?’, schrijft Johnson. ‘Ik ging cricket spelen.’ Het betrof dan ook een belangrijke wedstrijd, luidt het excuus: de jaarlijkse ontmoeting tussen de Johnson-clan en de familie Spencer, geleid door de broer van wijlen Diana.
Het vervolg is bekend. Niet de auteur, het guitige gezicht van de Brexitcampagne, pakte het premierschap, maar Theresa May. Tot zijn schrik – hij sproeide de muur onder toen hij tijdens het urineren een urgent telefoontje kreeg van 10 Downing Street – werd Johnson minister van Buitenlandse Zaken.
Drie jaar later werd hij alsnog premier, waarbij het zijn ambitie was om het VK los te breken uit de ‘ketenen’ van Brussel, iets wat May niet was gelukt. Zijn tumultueuze premierschap zou even kort duren als dat van zijn voorganger, die hij omschrijft als ‘een politieke travestiet’. Zelf noemt hij zich ‘de Ongelooflijke Hulk’.
Hiermee is de toon van de memoires gezet. Normaal gesproken zijn zulke boeken serieus en reflecterend. Of gewoon tergend saai, zoals de nauwelijks gelezen memoires van Cameron. Die van Johnson, journalist van professie, lezen als een kwajongensboek, waarvan de Nederlandse versie in alle haast matig vertaald is (zo wordt de ‘Chancellor’ regelmatig aangeduid als ‘de ‘kanselier’ in plaats van ‘minister van Financiën’; bullock wordt ‘buldog’).
Wat overheerst, is Johnsons idee dat hem groot onrecht is aangedaan, door onder meer ‘hysterische’ partijgenoten, hoge rechters en Europese politici. Het verwijt steekt hem dat hij uit machtswellust voor Brexit koos. Niets is minder waar, betoogt hij. Daarbij wijst hij op de vele eurosceptische stukken die hij begin jaren negentig al heeft geschreven voor The Daily Telegraph.
En wat te denken van de tennispartij met Cameron in de tuin van de ambtswoning van de Amerikaanse ambassadeur, waar de toenmalige premier waarschuwde niet voor Brexit te kiezen. ‘I will fuck you up forever’, dreigde hij. Johnson meent dat de Leavers bij verlies zowel door het volk als door het bestel zouden zijn ‘vertrapt als mieren’.
Bij Johnson draaide het om de vraag of zijn euroscepsis sterk genoeg was om brexiteer te worden. Kon hij het maken zijn vader te verraden, een voormalige topambtenaar in Brussel? Dat er getwijfeld wordt aan zijn motieven, heeft onder meer te maken met de twee essays die hij aan de vooravond van zijn beslissing had geschreven, een voor Remain en een voor Leave.
Hij was zo onhandig, of goed van vertrouwen, geweest die rond te sturen naar een paar politieke vrienden en naar de chef politiek van The Sunday Times. Geen wonder dat deze gedachteoefening – ‘to Brexit or not to Brexit’ – op straat kwam te liggen.
Johnson erkent dat hij geen Brexitplan had, iets dat door critici reeds werd vermoed. Het verklaart ook dat Johnson zo verbouwereerd keek op de ochtend na de uitslag. Johnson richt zijn pijlen op Cameron, die volgens hem ten onrechte was afgetreden.
De premier, zo klinkt de omstreden redenatie van Johnson, had een plan B voor Brexit moeten hebben. Hij voelde zich verneukt. De lezer denkt hier: wilde de Johnson het premierschap destijds wel? Het verklaart meteen zijn ‘cricketfout’.
Het ministerschap op Buitenlandse Zaken gaf Johnson de tijd om een Brexit-filosofie te bedenken, die zou bestaan uit twee delen: Global Britain over de grens en Levelling-Up, het herverdelen van de welvaart, daarbinnen. Bij dat laatste profileert hij zich als Boris de Bouwer, de man die vliegvelden, autowegen en spoorlijnen zou aanleggen – maar het bleef in veel gevallen bij beloften.
Campagne voeren is Johnson altijd beter afgegaan dan beleid uitvoeren. Tijdens de lockdown was er een uitgelezen kans de ‘infrastructuurrevolutie’ te versnellen, maar anders dan in Duitsland en Frankrijk lag op het eiland ook de bouw stil. Sterker, de lockdown was het omgekeerde van levelling-up, constateert Johnson met spijt.
Tijdens de pandemie zag Johnson zijn keuze voor Brexit gerechtvaardigd, aangezien de Britten als eersten konden beginnen met vaccineren. Juridisch had dat ook gekund als lid van de EU, maar uit Britse beleefdheid zou dat waarschijnlijk niet zijn gebeurd.
Johnson schrijft dat EU-baas Ursula von der Leyen hem had gevraagd niet telkens te roepen dat Brexit de oorzaak van de vaccinatietriomf wat – het irriteerde met name Emmanuel Macron mateloos. Als eersten hieven de Britten alle coronabeperkingen op. In dit boek ontkent Johnson, zonder veel overtuiging, dat hij deze vrijheid uit angst voor de coronavariant omikron wilde terugdraaien.
Covid-19 kostte de te zware Johnson bijna zijn leven – nooit was hij populairder dan toen hij op de intensive care lag – en zou uiteindelijk leiden tot zijn politieke val. De lockdownborrels op Downing Street vielen slecht bij de Britten die zich, tot Johnsons verbazing, zo stipt aan zijn draconische lockdownregels hadden gehouden. Hij had geen spelbederver willen zijn tegenover zijn personeel, net zoals hij de graaf van Spencer op die zonnige zaterdag niet had willen teleurstellen.
Waar Johnson in 2015 met The Churchill Factor een verkapte autobiografie schreef, voelen deze memoires aan als een manifest voor een churchilliaanse comeback. Wat dat betreft was Unfinished een passender titel geweest.
Boris Johnson: Ontketend. Uit het Engels vertaald door Martine Both, Thom van Hoek, Irene Paridaans, Rob de Ridder, Conny Sykora en Jan Wynsen. Spectrum; 767 pagina’s; € 39,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant