Home

Aristocraten moeten uit Britse Hogerhuis vertrekken, dus ook de twee Nederlanders: ‘Erfelijke lords voegen iets speciaals toe’

Het is hoog tijd dat 92 aristocraten hun zetel in het Britse Hogerhuis opgeven, vindt de Labour-regering. Ook de twee Nederlanders van stand. ‘Stel dat je het Hogerhuis nu opzet, dan zou je niet met deze constructie aankomen.’

is correspondent Groot-Brittannië van de Volkskrant. Hij woont sinds 2003 in Londen.

In de tearoom van de lords in de Houses of Parliament blijkt na urenlange debatten in het Hogerhuis een ‘Nederlands’ hoekje te zijn ontstaan.

‘Daar heb je nog een Nederlander’, zegt baron Aenaes Mackay, heer van Ophemert en Zennewijnen, zittend aan een tafel die uitzicht biedt op de Theems. Met een glimlach wijst deze Nederlands-Britse edelman naar de tafel achter hem. Daar zit Lord Clancarty, alias de markies van Heusden, in diep conclaaf met twee andere leden van het Britse Hogerhuis.

Aan de ‘Nederlandse’ afvaardiging dreigt echter een einde te komen. De twee heren behoren tot de 92 Hogerhuisleden met een erfelijke adellijke titel die wat de Britse regering betreft hun zetel gaan verliezen in het Britse equivalent van de Eerste Kamer. Volgens Labour is het niet meer van deze tijd dat er mensen in het parlement zitten die hun zetel louter aan hun afkomst te danken hebben.

En dus is onlangs een wetsvoorstel ingediend om hen ‘uit huis te zetten’. Daarmee wil premier Keir Starmer het werk afmaken dat eind vorige eeuw door zijn partijgenoot Tony Blair is begonnen. Tot die tijd was het House of Lords, waarvan de oorsprong teruggaat naar de 11de eeuw, het domein van de aristocratie.

Aanvankelijk was het de bedoeling om iedereen te verwijderen met een geërfde adellijke titel, maar Blair stemde in met het compromis dat 92 plekken op het rode pluche in handen van deze zogenoemde hereditary peers mochten blijven. De rest van het Huis bestaat voornamelijk uit zogeheten life peers, mensen die op grond van vermeende verdiensten in de adelstand zijn verheven, maar wier titel niet erfelijk is.

Een typisch Brits resultaat

Aeneas Mackay kwam door zo’n interne verkiezing in het Hogerhuis. Die won hij, zes jaar na de dood van zijn vader Hugh, door vijftien andere baronnen en markiezen te verslaan.

‘Stel dat je het Hogerhuis nu opzet, dan zou je niet met deze constructie aankomen,’ geeft de 59-jarige Mackay toe. ‘Het is een typisch Brits resultaat van een geschiedenis met compromissen. Het gaat er uiteindelijk om of het werkt, en ik betwijfel of kiezers nu staan te springen om alweer een hervorming.’

In het Hogerhuis vertegenwoordigen de lords niet zozeer kiezers als wel ’s lands geschiedenis. De adellijke titel van de Mackays stamt uit het middeleeuwse Schotland, waar ze eeuwenlang deelnamen aan gevechten tussen verschillende clans. Donald Mackay werd in 1628 door koning Karel I verheven tot de Eerste Baron Reay.

Band met Nederland

De Hollandse link gaat terug tot het einde van de 17de eeuw, toen generaal Hugh Mackay de Schotse brigade leidde in het leger van Willem III, de stadhouder die koning van Engeland zou worden.

De Mackays die zich in Nederland vestigden, zouden een belangrijke rol gaan spelen in de politiek. Zo werd de 10de Baron Reay vicepresident van de Raad van State, terwijl een familielid met dezelfde naam in 1888 premier werd namens de Anti-Revolutionaire Partij. In die hoedanigheid speelde hij een belangrijke rol in de schoolstrijd. Een kleine eeuw geleden keerde de stamhouder, en daarmee de erfelijke lijn, terug naar Engeland, al is Kasteel Ophemert nabij Tiel nog steeds in bezit van de familie.

Bij zijn eerste Hogerhuisrede, in 2019, bracht Aeneas Mackay een eerbetoon aan zijn grootvader. ‘Het was rond de D-day-herdenking. Ik vertelde dat mijn opa tussen al het lawaai van kanonnen en machinegeweren doedelzak speelde toen hij het Normandische strand betrad. De Duitsers wisten niet wat ze hoorden.’

Mackay mengt zich, als oprichter van een investeringsmaatschappij, vooral in financiële debatten. ‘Er is veel werk voor de lords, want de kwaliteit van de wetgeving wordt steeds slechter. Er valt veel te verbeteren.’

Herenakkoord

Verbeteren is de kerntaak. Sinds de jaren veertig bestaat er een herenakkoord dat de lords geen wetten blokkeren die uit het verkiezingsprogramma van de regeringspartij voortvloeien. Debatten verlopen waardiger dan bij de buren in het Lagerhuis.

De rol van de voorzitter, die van oudsher op een baal wol zit, is beperkt. De lords en lady’s worden geacht zelf orde te houden. Op de lederen banken is bij lange na geen plaats voor de huidige 804 leden, onder wie 26 bisschoppen: de zogeheten Lords Spiritual. Kinderen van erfelijke leden mogen als toehoorder in de zaal zitten.

Over hervorming van deze kamer van heroverweging wordt al jaren gesproken, zeker als Labour aan de macht is, zegt professor Meg Russell, staatsrechtgeleerde aan het University College London. ‘Hervormen is notoir lastig, en de gedachte dat er een ideaal model is, heb ik al opgegeven. Wat voorop zou moeten staan, is een maximumaantal leden en een betere controle op benoemingen, zodat er alleen mensen in het Hogerhuis komen die een meerwaarde hebben en alle partijen evenredig vertegenwoordigd zijn.’

Politiek opportunisme

Momenteel vormen de Conservatieven met 273 leden de grootste fractie, maar ze hebben geen meerderheid. Volgens Russell speelt er bij de verwijdering van de leden met een geërfde titel door de Labour-regering naast staatkundig idealisme ook politiek opportunisme mee. ‘Ongeveer de helft van de erfelijke leden behoort tot de Conservatieve fractie, en slechts een handjevol is voor Labour of de Liberaal-Democraten. De rest is neutraal. Dus het partijdige motief is even belangrijk als het principiële.’

In de theekamer zegt Mackay dat zijn ervaring als ‘whip’ (degene die verantwoordelijk is voor de partijdiscipline) hem heeft geleerd dat de erfelijke lords mogelijk uit een gevoel van noblesse oblige actiever zijn bij debatten en stemmingen dan hun benoemde collega’s. Waarschijnlijk zal hij nog een jaar actief kunnen blijven, tot de troonrede.

‘Het is jammer’, zegt hij. ‘Het Hogerhuis is een divers gezelschap en de erfelijke lords voegen iets speciaals toe. Ze zijn dragers van het nationale erfgoed en zijn doordrongen van hun historische plichtsbesef, ook al is dat niet per se hun eigen keuze.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next