Home

Wie kan het Idsinga kwalijk nemen dat hij zich niet laat beschadigen?

is chef van de politieke redactie van de Volkskrant.

Het toezicht op de financiële belangen van bewindslieden is niet optimaal, maar dat moet de Kamer vooral zichzelf verwijten.

In de strijd om elke schijn van belangenverstrengeling door bewindslieden te voorkomen, loopt Nederland niet voorop. Experts uit binnen- en buitenland wijzen er al jaren op dat de regels te ruim en bovendien te vaag zijn, waardoor voortdurend misverstanden dreigen over wat er wel en niet mag.

Soms leidt die kritiek tot een opleving van de scherpte. Premier Balkenende ging in 2005 opeens op zijn strepen staan en eiste, tot verbijstering van zijn ministersploeg, dat zijn bewindslieden al hun nevenfuncties neerlegden. Ook activiteiten voor goede doelen vonden geen genade meer. Johan Remkes moest zelfs zijn ludiek bedoelde ambassadeurschap van het Jenevergenootschap opgeven.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Die daadkracht kreeg geen navolging in de daaropvolgende kabinetten. Slechts schoorvoetend kwamen er afspraken om te voorkomen dat ministers meteen na hun ambtsperiode overstappen naar de sector waarover zij de scepter zwaaiden, met medeneming van al hun invloed, kennis en contacten. Een deel van de Kamer, aangevoerd door NSC, D66 en Volt, wijst er onvermoeibaar op dat er meer nodig is om te garanderen dat er geen belangen door elkaar gaan lopen. Ook het toezicht op de privébezittingen van bewindslieden kan scherper.

Dat heeft echter nog niet geleid tot nieuwe regels, dus nu zijn de oude van kracht. Folkert Idsinga – in het bezit van een omvangrijke beleggingsportefeuille – hield zich daar tot in detail aan toen hij eerder dit jaar werd voorgedragen als staatssecretaris van Financiën namens NSC. Hij gaf openheid van zaken aan formateur Van Zwol, overlegde met de Landsadvocaat en maakte afspraken met premier Schoof. Die zag geen bezwaar, want reeds als Kamerlid had Idsinga zijn beleggingen ‘op afstand’ gezet. De Kamer werd geïnformeerd.

Dat is geheel conform de afspraken. Zo regelden ook beleggende voorgangers als Karien van Gennip, Ferdinand Grapperhaus, Marnix van Rij, Sigrid Kaag en Conny Helder hun zaken. De Tweede Kamer vond het prima.

Daar is van alles over te zeggen. Met het ‘op afstand’ plaatsen van aandelenbezit – meestal wordt het beheer gedelegeerd aan een naaste vertrouweling – is dat bezit natuurlijk niet weg. Bewindspersonen kunnen nog altijd beslissingen nemen die de waarde van hun aandelenportefeuille beïnvloeden. Daar moet transparantie over zijn en de Kamer zou er goed aan doen dat nu eindelijk eens goed te regelen. Bijvoorbeeld door het instellen van een externe toezichthouder die per geval moet afwegen of belangen openbaar moeten worden gemaakt.

Wat niet kan, is tussentijds de regels veranderen. Dat probeerde de Kamer afgelopen week wel met Idsinga, van wie opeens ook door coalitiepartner PVV volledige openheid van zaken werd verlangd. Daarmee werd onvermijdelijk zijn integriteit in twijfel getrokken. PVV-leider Wilders wekte bovendien niet de indruk dat het hem oprecht om meer transparantie te doen was. Hij had nog een rekening te vereffenen met NSC, dat hem zijn asielnoodrecht ontnam. Idsinga betaalt de prijs.

Alle bewindslieden zijn gewaarschuwd. Op de politieke loyaliteit van Wilders hoeft niemand in de coalitie te rekenen. Wie kan het Idsinga kwalijk nemen dat hij geen zin had om zich verder te laten beschadigen in een politiek spelletje?

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next