Twee jaar was shorttracker Sven Roes geblesseerd. Hij werd uit de nationale ploeg gezet. Afgelopen weekeinde keerde hij in Montreal terug op het hoogste niveau met brons op de relay. ‘Ik heb vaak gedacht: ik stop ermee.’
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
‘Ben je gek?’, vroegen de ploeggenoten van shorttracker Sven Roes toen hij afgelopen zondag na de aflossingswedstrijd in Montreal mopperde dat hij beter had willen rijden. Zij hadden het besef eerder dan hij. Hoe bijzonder het was dat hij net een bronzen medaille had behaald. Dat hij twee jaar blessureleed en een gedwongen vertrek uit de nationale ploeg ogenschijnlijk eenvoudig van zich afschudde.
Roes heeft een onderkoelde manier van spreken, een nonchalante houding. Dat was al zo toen hij als regiorijder in 2020 verrassend nationaal kampioen werd, toen hij op de Winterspelen van Beijing stond en aan de telefoon vanuit Canada is het niet anders.
Wat er gebeurde toen hij, aangespoord door zijn ploegmaats, besefte van hoever hij had moeten komen? ‘Toen kwamen de emoties er wel uit. Het was niet eens dat ik dacht aan de shit van de afgelopen twee jaar, maar meer: hier heb ik het voor gedaan.’
De ellende begon niet lang na de Winterspelen van Beijing. Roes’ heup speelde op. Zozeer dat maanden later, in oktober 2022, werd besloten tot een operatie. Voor de ingreep stond een hersteltijd van 8 tot 12 maanden. Toen hij in mei vorig jaar weer rustig met trainingen mocht beginnen, kwam het volgende probleem: zijn rug.
Niemand leek te weten wat er precies aan mankeerde, maar schaatsen ging niet. Het was vreselijk, vertelt hij. ‘Ik was constant bezig met een blessure waarvan we niet wisten hoe we het moesten oplossen. Dat was zo frustrerend dat ik vaak genoeg heb gedacht: het is mooi geweest, ik stop ermee.’
De ommekeer kwam na contact met Peter Vergouwen, topsportarts. Hij constateerde problemen met de spieren rond Roes’ heup en onderrug en kwam met een behandelplan. Langzaamaan ging het beter. Zozeer dat aan het eind van afgelopen winter Roes weer het ijs op ging. Juist op het moment, dat Roes op de weg terug leek, liet Niels Kerstholt hem weten dat hij geen deel meer zou uitmaken van de nationale shorttrackploeg.
Er is een beperkt aantal plekken in de nationale selectie, was de argumentatie van Kerstholt. Bij het bepalen van de bezetting spelen de prestaties mee. Roes had twee jaar lang niets gepresteerd. Bij de perspresentatie van de nationale ploeg, enkele weken geleden erkende Kerstholt hoe wrang die beslissing was. Maar wie, vroeg hij zich hardop af, had hij dan weg moeten sturen? Iemand die wel op het ijs had gestaan en had gepresteerd?
‘Mij schoot het echt in het verkeerde keelgat’, zegt Roes. Vooral omdat het als een totale verrassing kwam. De begeleiding had twee jaar samen met hem aan zijn herstel gewerkt en nu hij eindelijk weer trainen kon, kieperden ze hem overboord? Het wilde er niet in. Verslagen en vol vragen was hij na het onderhoud met Kerstholt naar huis gegaan.
Na een paar weken had hij opnieuw een gesprek met Kerstholt en technisch directeur Rémy de Wit. Een bijeenkomst om wat meer duidelijkheid te krijgen over zijn positie. Voor de opleidingsploeg was hij te oud. Waar kon hij terecht? Hij mocht meetrainen met de nationale ploeg, was het voorstel. Dus op papier geen lid van de ploeg, op het ijs een beetje.
‘Dat was dubbel’, zegt Roes. Aan de ene kant wilden ze van hem af, aan de andere kant mocht hij wel meedoen. Na overleg met vrienden en met zijn vader, besloot hij toch op het aanbod in te gaan. ‘Het was moeilijk, maar ik dacht: ik wil beter worden als shorttracker. Dan heb ik mannen als Jens van ‘t Wout en Sjinkie Knegt nodig.’
De woede die hij heus nog voelde, schoof hij terzijde. Het ging niet om de bondscoach, niet om de bond. Het ging om zijn eigen toekomst. Hij vond een sponsor, want ook zijn topsportstipendium was na twee jaar blessureleed opgedroogd, en ging aan de slag. En tot zijn verrassing had hij zijn niveau snel weer terug. ‘Al in trainingen kwam ik heel goed mee.’
Hij durfde weer te hopen op deelname aan de World Tour. Niet de eerste wedstrijden van het seizoen, dat zou nog te vroeg komen, dacht hij. Maar bij de plaatsingswedstrijden, waar hij doodnerveus voor was, reed hij zich er gewoon tussen. Niet veel later kreeg hij te horen dat hij per direct mocht terugkeren in de nationale ploeg. ‘Toen ik daar in het voorjaar naar vroeg, zeiden ze dat ze eigenlijk nooit halverwege het seizoen iemand uitnodigen.’
Van wrok is geen sprake, benadrukt Roes, die komend weekend in Montreal weer een World Tour rijdt. ‘Je moet gewoon weer met elkaar door een deur kunnen en dat gaat heel goed. De sfeer in de ploeg is heel goed.’ Hij is vooral gelukkig dat hij weer op koers ligt.
Dat hij weer als vanouds kan denken over de resultaten die hij behalen wil, niet over of hij überhaupt nog schaatsen kan. ‘Mijn doel was om World Tours te rijden. Dat is al bereikt, maar het vetste lijkt me om goud met de relay te pakken of een A-finale te halen op de 1.500 meter. Ik voel dat ik nog wat sterker kan worden, dat ik er nog een schepje bovenop kan doen’, zegt hij. ‘Als dat lukt is het seizoen helemaal geslaagd.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant