Of we willen nadenken over ‘Mijn Utopia’. Hoe ziet dat eruit? De
Palestijnse schrijfster Adania Shibli is te gast in de
schrijfgroep in de gevangenis. Ze is ook curator van een Noors
literatuurfestival, Bergen Assembly, en in die hoedanigheid nodigt ze de
groep uit mee te schrijven aan een groot internationaal gedicht met die –
zeker in deze tijd – nogal prikkelende titel, Mijn Utopia.
De scepsis is bijna tastbaar in het kleine klaslokaal. Hoezo utopia? Kijk naar de
toestand in de wereld. Gaza, Libanon, Oekraïne. Klimaatverandering. De
opkomst van extreemrechts. En, hallo, we zijn hier in een gevangenis.
Shibli is de rust zelve. Het gaat om een denkoefening. De verbeelding
gebruiken. Ruimte nemen om met elkaar ongebreideld na te durven
denken over de werkelijkheid en hoe die er anders zou kunnen uitzien.
Transformatie, met een mooi woord.
En binnen anderhalf uur verandert de sfeer van weerbarstig naar open en warm, en rijgen poëtische zinnen zich aaneen, waarin woorden als ‘aandacht’, ‘vertrouwen’, ‘tijd’, ‘liefde’, ‘veiligheid’, ‘onafhankelijkheid’, ‘thuis’ opvallen, tot een collectief gedicht van de groep, inclusief Shibli en ondergetekende. To act is change.
Over de auteur
Christine Otten is schrijver en gastcolumnist van de Volkskrant.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.Click here to start a new paragraph
Hieraan denk ik wanneer ik het publieke debat en het nieuws volg over de zogenaamde ‘asielcrisis’ en de maatregelen daartegen en het mensonterende optreden van Israël tegen de bevolking in Gaza en Libanon. Mijn eerste reflex is wanhoop en boosheid op de linkse partijen. SP-leider Jimmy Dijk die pleit voor een plafond van 40 duizend migranten per jaar, asielzoekers én arbeidsmigranten, in plaats van te duiden hoe vreemdelingenhaat wordt aangewakkerd om zo te verhullen dat men niets doet aan de échte problemen (klimaat, in de zorg, onderwijs, inkomensongelijkheid, et cetera) en chaos creëert waar (extreem)rechts vervolgens weer garen bij spint.
Waarom spreekt PvdA-leider Frans Timmermans zich niet veel harder en vaker uit tegen de Israëlische regering en de Nederlandse steun aan het Israëlische beleid, zoals bijvoorbeeld Michiel Servaes van OxfamNovib dat wél aanhoudend doet? Waarom is er zo weinig tegengeluid?
Gelukkig heb ik een partner die me niet alleen maar bevestigt in mijn meningen. ‘Met jouw houding speel je Wilders in de kaart’, zegt hij. Pardon? Hij wil maar zeggen, in plaats van de partijen op links af te katten en de schuld te geven (zoals (extreem)rechts al doet), kun je verder kijken dan je neus lang is en het verzet dat er wél is, steunen.
Er gebeurt tenslotte van alles: ambtenaren die wekelijks, met gevaar voor eigen baan of promotie, een half uur protesteren tegen de medeplichtigheid van Nederland aan de genocide in Gaza; klimaatactivisten die de A12 blokkeren met het risico op een strafblad; studenten die, ondanks beschuldigingen van antisemitisme, blijven demonstreren tegen samenwerking met universiteiten in Israël; of in actie komen tegen bezuinigingen op onderwijs.
Met andere woorden: in plaats van klagen en te janken om onze duistere tijden en toekomst, kun je je ook verplaatsen in de mensen die wél opstaan en daarmee iets voor zichzelf riskeren. En als je zelf niet meteen de barricade op durft, heb dan ten minste de moed náást hen te gaan staan die dat wel doen, of vóór hen, achter hen. Solidair te zijn.
Ik ben even stil. Dit is duidelijk een denkoefening. Heel lang was protesteren en demonstreren tegen onrecht of misstanden in ons land relatief veilig en soms zelfs feestelijk (met het hele gezin naar een klimaatdemonstatie), je uitspreken zonder onmiddellijke consequenties. Aan Italië zien we hoe snel het kan gaan: de regering voert een wet door die klimaatactivisten jarenlang in de gevangenis kan doen belanden als ze uit protest tegen het onverschillige klimaatbeleid wegen of andere openbare plekken blokkeren.
Het lijkt wel of links niet (meer) herkent wat voor moed nodig is om veranderingen ten positieve af te dwingen. Noch beseft dat we elkaar nodig hebben, voor het te laat is. Onderweg naar de schrijfgroep spraken Shibli en ik over de oorlog in haar land. ‘Ik heb geen hoop’, zei ze. ‘Maar je kunt wél iets doen, altijd, bewegen, al is het maar een klein gebaar van medemenselijkheid.’
Misschien is dat wel de samenvatting van ‘Mijn Utopia’, bedenk ik nu. To act is change.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant