Voor maatschappelijke stabiliteit is een sterk middenveld nodig. Maar dan moeten de vertegenwoordigers ervan wel over hun eigenbelang heen stappen, stelt schrijver Tineke Bennema.
In de roman Het lot van de familie Meijer van Charles Lewinsky laat de schrijver zien hoe het uitbannen van groepen in een samenleving niet van de ene dag op de andere tot stand komt. Lewinsky beschrijft de lotgevallen van een Joodse familie in Zwitserland, die het steeds harder te verduren krijgt door antisemitisme.
Al in 1893 houdt een kanton een volksstemming over ritueel slachten: ‘Het gaat niet alleen om het pro en contra van een verdovingsplicht vóór het laten doodbloeden van dieren, nee, dat is slechts de uiterlijke aanleiding. Wij worden allen opgeroepen om een veel principiëler vraag te beantwoorden. Mogen er in ons land, in een staat waar de wet voor iedereen wordt gemaakt, privileges bestaan voor één kleine groep?’
Nee! Klinkt het dan als uit een mond uit de zaal. Daarna volgen de antisemitische maatregelen elkaar op: tegen jongensbesnijdenis, uitsluiten van bepaalde beroepen, en helemaal niet meer mogen werken.
Over de auteur
Tineke Bennema is auteur en schreef onder meer De Last van Khalil.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Ook in ons land kunnen we nu een aantal uitsluitingsmechanismen afvinken, zij het nu tegen moslims en migranten: met campagnes tegen ritueel slachten, besnijdenis, discriminatie op de arbeids- en woningmarkt en met aanslagen op opvangcentra.
Groepen staan tegenover elkaar, het discours is totaal gepolariseerd. Misschien is dat de reden waarom vertegenwoordigers van het ‘midden’ ineens opstaan en zich tegen de ‘flanken’ keren. Zo schreef filosofe Stine Jensen een pamflet voor een seculier middenveld, dat zich keert tegen extreme geloofsovertuigingen: christelijk gesteund door rechts en islamitisch gesteund door links. Journalist Natascha van Weezel hield een pleidooi voor het ‘radicale midden’, om zo pro-Palestijnse en pro-Israëlische animositeit te kanaliseren voordat iedereen elkaar de keel doorbijt. En koloniaal historicus Martin Bossenbroek wil een einde te maken aan verhitte discussies met nazaten van slaafgemaakten over het slavernijverleden.
Diverse wetenschappers die de opkomst van populisme en fascisme onderzochten, onderstrepen ook het belang van een sterke middengroep voor de maatschappelijke stabiliteit. Historicus Robert Paxton schreef in zijn standaardwerk The anatomy of fascism dat opkomende fascistische bewegingen in Europa na 1918 een machtsfactor werden wanneer een liberaal middenveld tijdens economische en sociale crises geen weerstand bood aan de wrok van het volk, zoals de komst van migranten.
Migranten werden zondebokken die een homogene, niet-pluriforme samenleving zouden ondermijnen. Hij waarschuwt: ‘Fascisten zijn dichtbij de macht als conservatieven met het lenen van hun technieken, een beroep doen op hun ‘mobiliserende passies’, en gaan samenwerken met de fascistische aanhang.’
Met die herkenning zou je hopen op een weerbaar middenveld dat zich tot hoofddoel stelt de democratische rechtsstaat en zijn wetten te ondersteunen. Dat het opkomt voor minderheden die onder vuur liggen, of dat nu mensen zijn met een andere religie of kleur zijn. Dat er alles aan doet om het idee dat riekt naar een uniform volk te bestrijden.
En hier zit nu het gevaar van wat Jensen, Van Weezel en Bossenbroek nastreven. Het doel is behoud van hun als norm gesteld middenveld als dominante macht en de waarden ervan niet ter discussie te stellen.
Jensen wijst vooral op extremen van andere godsdiensten, terwijl ook orthodoxie behoort tot vrijheid van geweten en godsdienstuiting. Dat Bossenbroek meent tot ‘het middenveld’ te horen is onbegrijpelijk: hij wil zelfs helemaal niet meer praten over een belast verleden en sluit zich daarmee direct aan bij de rechterflank. Van Weezel wil evenmin machtsdeling: haar quasi-neutrale pleidooi voor eeuwigdurend dialoog als einddoel, pakt wel heel gemakkelijk uit in het voordeel van Israël en in het nadeel van internationaal recht − niet echt radicaal dus.
Een robuust middenveld is harder nodig dan ooit, maar laat vertegenwoordigers dan over hun eigenbelang heen stappen en met lef minderheden omarmen. Tolerantie impliceert nou net datgene waarderen wat jou niet eigen is.
Het zou ook moeten leiden tot zelfreflectie. In het overgeïndividualiseerde Westen, waar alles draait om vrijheid, is men gemakshalve gelijkheid en broederschap vergeten. Of, zoals de antizionistische, pro-Europese, Joodse schrijver Stefan Zweig in 1942 schreef in De wereld van gisteren: tolerantie was ooit een ethische kracht waar niet op werd neergekeken als een zwakte.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant