Had het extreem hoge aantal doden door de watersnood in de regio Valencia voorkomen kunnen worden? Dat is de vraag die Spanje zich stelt, nu het dodental is gestegen naar 158. Het noodsignaal kwam pas toen het waterpeil al dodelijke hoogten had bereikt.
is correspondent Spanje, Portugal en Marokko van de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
Het water stond Miguel Ángel dinsdagavond om kwart over acht letterlijk aan de lippen in zijn auto in het stadje Picanya in Valencia, toen zijn telefoon plotseling keihard begon te piepen. Het was een waarschuwing van de alarmcentrale, de Valenciaanse versie van het NL-Alert.
Op dat moment was hij al een uur ‘modder aan het happen’, vertelde Ángel tegen nieuwswebsite eldiario.es. Zoals hij werden vele duizenden inwoners van Valencia volledig verrast door de woeste waterstroom die dinsdag en woensdag door de sinaasappelregio trok. Het dodental staat op 155 (met nog drie in andere regio’s), en daar zal het niet bij blijven. ‘Er zijn nog veel vermisten’, zei defensieminister Margarita Robles donderdag.
Nu de modderberg in Valencia langzaam opdroogt en de omvang van de ramp duidelijk wordt, rijst de vraag of de watersnood onnodig veel levens heeft geëist. De Spaanse weerdienst Aemet riep al om half acht ’s ochtends code rood uit vanwege de verwachte regenval. Dat doet Aemet alleen als er sprake is van een ‘zeer hoog risico voor de bevolking’.
Toch duurde het nog ruim een halve dag voor het alarmbericht, met daarin de dringende oproep om niet de weg op te gaan, de inwoners van Valencia bereikte. Aan het begin van de middag sprak regiopresident Carlos Mazón dinsdag zelfs nog de verwachting uit dat ‘het noodweer rond zes uur in intensiteit’ zou afnemen. Toen na middernacht duidelijk werd hoe groot de ramp werkelijk was, wiste Mazón een bericht van die strekking op X.
Vooral voor inwoners van de voorsteden ten zuidwesten van Valencia, zoals Paiporta en het eerder genoemde Picanya, kwam het water als uit het niets. Dinsdag regende het hier nauwelijks; het water dat deze plaatsen zou verzwelgen, stroomde gedurende de dag toe uit hoger gelegen gebieden verder naar het westen, waar tot wel 400 millimeter regen was gevallen.
Normaal gesproken wordt dit water afgevoerd richting zee, via wat ze in het oosten van Spanje een rambla noemen. Dit zijn vele meters brede en diepe geulen die vaak dwars door een plaats lopen. Meestal liggen de ramblas droog; pas bij noodweer vullen ze zich. Omdat de geulen enorme hoeveelheden water kunnen opvangen, houden de inwoners van deze plaatsen vrijwel altijd droge voeten.
In dit geval stroomde er zoveel water toe dat de ontstane modderstroom buiten zijn oevers trad. Veel inwoners konden toen al geen kant meer op en werden meegesleurd door de apocalyptische stroom. Een enkeling kon nog naar veilige hoogten klimmen, dankzij buren die vanaf hun balkons touwen en lakens naar beneden wierpen, maar vele anderen hadden dat geluk niet.
Twitter bericht wordt geladen...
‘We zijn hier geen meteorologen’, zei Mazón donderdag tegenover de pers in het met spoed opgezette coördinatiecentrum in Valencia. ‘Wij geven alleen door wat de meteorologie aan ons doorgeeft’, in dit geval dus de informatie dat het in de middag zou opklaren.
Mazón, regiopresident namens de rechtse Partido Popular, krijgt ook kritiek voor het eerder van tafel vegen van de plannen voor een nieuwe noodhulpeenheid. Deze eenheid, een idee van de vorige linkse regioregering, moest de ‘snelheid en effectiviteit’ van de inzet van noodhulp verbeteren.
Vlak na zijn aantreden in juli 2023 trok Mazón echter de stekker uit de eenheid, die een verspilling van overheidsgeld zou zijn en de noodhulpstructuur alleen maar ingewikkelder zou maken. Zijn partij schoof dat besluit trots naar voren als voorbeeld van hoe Valencia flink ging snijden in publieke uitgaven.
In de krant El País noemen bronnen uit de regioregering dat nog altijd de juiste beslissing. ‘Het enige waar de eenheid goed voor was, was het creëren van banen voor vriendjes.’ Bovendien bestaat er al een landelijke militaire hulpeenheid, de UME. Meer dan duizend militairen zijn sinds dinsdagavond ingezet in het rampgebied, waar ze samen met de brandweer proberen vermisten te vinden.
Volgens bestuurders van de getroffen gemeenten is die hulp echter te weinig en te laat. ‘Ze zijn ons vergeten’, zei Juan Ramón Adsuara, burgemeester van het kleine Alfafar, donderdag wanhopig voor de camera’s van de regionale omroep À Punt. ‘Ik heb al dagen geen brandweerwagen of de UME gezien. (...) Er zijn mensen die in één huis moeten leven met lijken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant