Een van de paradoxen van de Amerikaanse geschiedenis is dat de aandelenmarkten het beter doen onder ‘linksere’ Democratische (voorstanders van belastingverhoging) dan onder ‘rechtsere’ Republikeinse (pleitbezorgers van belastingverlaging) presidenten.
Sinds 1926 zat 47 jaar een Republikein in het Witte Huis en 51 jaar een Democraat. In die periode was het gemiddelde rendement van een breed samengesteld aandelenpakket – uitgedrukt in de S&P 500-index – onder de Republikeinen 9,32 procent en onder de Democraten 14,75 procent. Dat is maar liefst een verschil van afgerond 5,5 procentpunt. Dat zou erop kunnen duiden dat Democraten beter zorgen voor de Amerikaanse economie en bedrijven.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Zo simpel is het niet. De Amerikaanse politiek en economie zijn een stuk gecompliceerder. In de ene helft van deze 98 jaar moest de president regeren met een Congres waar de andere partij een meerderheid had. De president was eigenlijk vleugellam, a lame duck zoals de Amerikanen zeggen.
In de andere 49 jaar was de president van dezelfde partij als die de meerderheid van de zetels had in het Congres. Liefst in 36 van die 49 jaar had een Democratische president het geluk het Congres achter zich te hebben.
Hoe dan ook blijkt dat Democratische noch Republikeinse presidenten enige invloed hebben op het koersverloop op de effectenmarkten. Die kiezen altijd hun eigen weg.
Beleggers – 60 procent van de Amerikanen heeft aandelen – halen dan ook hun schouders op over de uitslag van de verkiezing van volgende week dinsdag. Er wordt nauwelijks gereageerd op de peilingen. De koersen stijgen, ongeacht of Donald Trump of Kamala Harris voorligt. Dit jaar is de S&P 500 al met 20 procent gestegen.
Niemand weet of de kans dat die stijging doorzet groter is onder Trump dan onder Harris. Trumps voorgenomen rechtse beleid zou goed zijn voor de beurs, maar aan de andere kant is er een levensgroot risico dat het slecht uitvalt voor de economie. Trump wil importtarieven van 20 procent invoeren. En hij wil miljoenen illegale immigranten uitwijzen. De eerste maatregel zal de koopkracht van Amerikanen verminderen, de tweede zal de tekorten op de toch al krappe arbeidsmarkt verergeren. Dat is slecht voor bedrijven.
Trump is wel van plan om de vennootschapsbelasting voor Amerikaanse bedrijven te verlagen van 21 naar 15 procent. Harris wil die juist verhogen van 21 naar 28 procent. Maar beide plannen zijn waarschijnlijk even onuitvoerbaar als de noodwet van Marjolein Faber hier.
Vaststaat dat een presidentschap van Trump vooral de aandelen van olie- en gasbedrijven zal helpen, en dat van Harris de aandelen van duurzame bedrijven. Toen Joe Biden in 2020 president werd, voorspelde Trump een crash op de aandelenmarkt. Maar de koersen zijn met 40 procent gestegen. Onder Trump zelf was die stijging 13 procent, waarbij moet worden gezegd dat hij geplaagd werd door de coronapandemie.
De wereld mag reikhalzend uitkijken naar de uitslag, uit beleggersoogpunt is het bijzaak. Veel belangrijker is wat er gebeurt met de wereldeconomie en de renten. En vooral welke niet voorziene ontwikkelingen zich voordoen, zoals toentertijd covid. Die zullen bepalen of de Democraten hun historische voorsprong vergroten, of de Republikeinen iets inhalen van hun historische achterstand.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns