Home

Het Limburgse Vaals gaat armoede te lijf met een beweegmakelaar: ‘We proberen mensen weer mee te laten doen’

In het Limburgse Vaals leeft 6,4 procent van de inwoners onder de armoedegrens. De Ruilwinkel trekt veel klanten. De wethouder: ‘We zijn een kleine gemeente met grootstedelijke problemen.’

is regioverslaggever van de Volkskrant in Zuid-Nederland.

‘Echt, ruilen is voor mij ideaal’, zegt Ina Steinbusch (46) uit Belarus bij de kassa van de Ruilwinkel in Vaals. Ze heeft enkele kleurige kleren in de hand, voor haar kinderen van 14 en 8, en twee schilderijtjes voor thuis aan de muur. De inwoner van Vaals rekent af met het puntensaldo op haar Ruilwinkel-pas.

De Ruilwinkel bestaat bijna zes jaar en is een schot in de roos voor mensen met een krappe beurs. Ruim tweeduizend inwoners hebben een pasje waarop punten kunnen worden bij- en afgeschreven: drie voor kleding voor volwassenen, twee voor kinderkleding, één voor een kop en schotel.

Steinbusch komt er vaak. Ze levert speelgoed en keukengerei in, of kleren waar haar kinderen zijn uitgegroeid. Ze haalt weer kinderkleren in een grotere maat of andere spullen op.

‘Het is vaak erg druk, er komen wel vijftig of zestig bezoekers per dag’, zegt vrijwilliger Monique Beckers. ‘De Ruilwinkel is een succes omdat veel mensen spullen niet kunnen betalen.’

Veel armoede

Twee weken geleden bleek uit cijfers van het CBS dat in Vaals (tienduizend inwoners) relatief veel mensen onder de armoedegrens leven. Volgens een nieuwe rekenmethode telt de Zuid-Limburgse gemeente 6,4 procent armen. Dat percentage is alleen in Amsterdam hoger: 6,6 procent.

Met zijn tweede plek laat Vaals niet alleen Rotterdam (6,2 procent) en Den Haag (6,1 procent) achter zich, maar ook regiogemeenten met notoir veel armoede als Heerlen (4,7 procent) en Kerkrade (4,6 procent).

‘Vaals scoort al jaren slecht op allerlei sociaal-economische staatjes, zoals armoede en werkloosheid’, zegt wethouder Alain Hamaekers op het gemeentehuis, gevestigd in een monumentaal historisch pand dat ooit de lakenfabriek en woning van een Akense textielbaron was. ‘We herkennen de trend. Nieuw is wel dat we op de tweede plaats staan. Vaals heeft een sociaal-maatschappelijke problematiek. We moeten keihard werken om de pijn te verzachten.’

Goedekopen huurwoningen

De armoede in de kleine Limburgse gemeente kent volgens hem verschillende oorzaken. Zo zijn er vijftig jaar geleden meerdere hoge flats gebouwd aan de rand van het centrum: sommige wel elf verdiepingen hoog. Het zijn de enige flats in het Limburgse heuvelland. Dat zijn nu goedkope huurwoningen die vooral mensen met weinig inkomen trekken, zowel uit de grensregio als van verder weg. ‘We zijn bezig met een langjarig transitieplan voor deze wijk’, aldus Hamaekers.

Ook de nabijheid van Aken en het Ruhrgebied speelt een rol in de hoge armoedecijfers. Veel inwoners werken in Duitsland, waardoor ze na hun pensionering geen of nauwelijks AOW krijgen. ‘Een klein pensioentje, geen AOW, dat is wel een armoedeval’, legt collegawethouder Erika Jaegers uit. Daarnaast bestaat er volgens Hamaekers onduidelijkheid over het wel of niet meetellen van internationale studenten die aan de Technische Hogeschool in Aken (RWTH) studeren, maar in Vaals wonen.

Vaals telt ruim zeventig nationaliteiten door zijn ligging aan de grens met zowel Duitsland als België: even buiten de dorpskern ligt op de Vaalserberg het Drielandenpunt, een vermaarde toeristische attractie. ‘We zijn een kleine gemeente met grootstedelijke problemen’, stelt wethouder Jaegers.

Beweegmakelaars

Het gemeentebestuur zet in op een tweesporenbeleid. ‘Enerzijds zijn er wel dertig inkomensondersteunende regelingen voor arme huishoudens, vergelijkbaar met Amsterdam’, aldus collegawethouder Hamaekers. Dat varieert van een kindervergoeding bij verjaardagen via stichting Jarige Job of ‘een participatiebudget’ van 150 euro: voor een sport- of krantenabonnement, of een kledingpakket via stichting Stop Armoede.

Anderzijds probeert de gemeente werkloze mensen weer zoveel mogelijk aan het werk te krijgen en eenzame inwoners uit hun sociale isolement te halen. Om dat te bewerkstelligen zijn twee zogenoemde beweegmakelaars actief. Zij gaan bij mensen langs om hen ‘in beweging te zetten’, zowel fysiek als sociaal-maatschappelijk. Ze zijn makkelijk aanspreekbaar of bereikbaar.

De eerste beweegmakelaar begon twaalf jaar geleden in Vaals, nadat huisartsen alarm hadden geslagen over het hoge aantal mensen met overgewicht. Zij ging aanvankelijk in gesprek met inwoners om ze aan het bewegen of sporten te krijgen. Maar allengs kreeg ze ook door dat er meestal meer problemen spelen, zoals eenzaamheid, werkloosheid en armoede.

‘Tegenwoordig proberen we mensen vooral te activeren om weer mee te doen aan de samenleving’, zegt beweegmakelaar Sil Lardinois aan de gemeenschappelijk koffietafel in de Ruilwinkel. ‘Dat kan bijvoorbeeld met vrijwilligerswerk als opstapje naar een gewone baan, of door aan te sluiten bij een wandel- of eetgroep. We gaan steeds het gesprek aan met mensen: waar hebben jullie nou behoefte aan?’

Directe aanpak

Die directe, persoonlijke aanpak in Vaals slaat aan en is vorig jaar zelfs geprezen door de Nationale Ombudsman. ‘Uit onderzoek is gebleken dat we voor elke geïnvesteerde euro aan de voorkant drie euro besparen aan de achterkant’, aldus wethouder Jaegers. Die aanpak is nu ook breder uitgerold: Vaalsenaren kunnen met diverse problemen terecht bij één loket: WijVaals.

Vrijwilliger Monique Beckers vertelt in de Ruilwinkel dat zij enkele jaren geleden na een gestrand huwelijk (‘met geweld’) van Gulpen in Vaals terecht kwam. ‘Ik was ver heen, had geen eigenwaarde en zat in een sociaal isolement’, zegt ze. ‘Maar dankzij beweegmakelaar Jolanda ben ik er bovenop gekomen. Zij zorgde dat ik weer in beweging kwam, en nu werk ik hier.’

De Ruilwinkel is ook een ontmoetingsplek voor mensen. Klant Ina Steinbusch noemt nog een voordeel van het ruilsysteem: duurzaamheid. Ze vindt het zonde om mooie spullen weg te gooien, zoals een door mensenhanden gevlochten mand. Ook met een krasje erop kunnen ze in de Ruilwinkel een tweede leven krijgen. ‘Ik heb nog genoeg punten op mijn pasje’, zegt ze bij het verlaten van de winkel. ‘Ik geef soms ook punten weg aan Oekraïense mensen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next