Thomas Röckemann staat voor het zaaltje en brengt de beamer in positie; hij heeft zin in zijn lezing over de import van criminele Afghanen. Het publiek zet zich aan de houten tafels in carrévorm, bestelt bier en curryworst. Het is een gewone vrijdagavond, tijd voor het café, maar zij komen voor iets anders.
Het is ergens op het Duitse platteland, net over de grens. Sven Elbers had me per e-mail welkom geheten maar zou de locatie pas op de dag zelf onthullen; er is in Duitsland, anders dan in Nederland, groot en luidruchtig protest tegen radicaal-rechts. Maar dat is geen reden te stoppen met avondjes als deze, of journalisten te weren, ‘hoe meer tegenstand, hoe harder we groeien’.
Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De zaal is vol met vijftig mensen, jong en oud, in colbert of met piercings en tattoo’s; ze delen de overtuiging dat Duitsland wordt bedreigd. Door criminele Afghanen, maar ook van binnenuit: hun diepe wantrouwen reikt terug naar het overheidsingrijpen tijdens de coronatijd, en de invoering van de euro – eigenlijk hebben ze nergens meer vertrouwen in.
‘Het moet veranderen’, zegt een plukje jeugd vastberaden als ik vraag waarom ze hun vrije uitgaansavond besteden aan een radicale bijeenkomst. ‘De gezelligheid gaat in Duitsland sowieso verloren.’
Waar Alternative für Deutschland (AfD) voor staat is lastig te definiëren, de partij is vooral tegen. Immigratie uiteraard – het woord ‘Abschiebung’ (deportatie) zal ook vanavond vallen – Oekraïnesteun, klimaat- en genderpolitiek en Bauhaus-architectuur, die ‘mensvijandig’ is; een echo naar de nazitijd. De veiligheidsdienst noemt de partij staatsgevaarlijk, de werveling van standpunten en mensen maakt haar tegelijk ongrijpbaar.
‘Zijn wij extremisten?’, herhaalt Röckemann mijn vraag. ‘Nee, wij zijn rechts van het midden.’ Zijn partij had wat ‘Bunte Vögel’ in de rijen, ‘maar die vliegen er bij ons meteen uit.’
En hij begint over Afghaanse immigrantenkinderen die het niveau van de scholen bedreigen, de opmars van de ‘islamitische cultuur’. ‘Met Chinezen zijn die problemen er niet.’ Het is de wind die door Europa waait, en door de wereld: de ander heeft het gedaan. Het café stelt verder geen vragen.
Thomas Röckemann is een oud-politieagent en advocaat die van begin af functies heeft in de partij. Een aanklacht tegen hem wegens ‘Volksverhetzung’, opruiing, is stopgezet. Hij brengt zijn boodschap joviaal; de beamer projecteert grafieken en tabellen die moeten bewijzen dat Afghanen de crimineelste zijn van alle bevolkingsgroepen. 8,04 procent, een getal zonder bronvermelding.
Vroeger zag je op posters met gezochte criminelen nog ‘echte Duitse namen’, zegt hij, tegenwoordig niet. Nog een grafiek: hoe kan het toch dat de Afghaanse bevolking in twintig jaar tijd verdubbelde? Man in het publiek: ‘Ze hebben daar geen televisie!’
In de oostelijke deelstaten had de partij groot verkiezingssucces maar dit, zegt de Nederlander die naast me zit en AfD-lid was tot hij terugverhuisde naar Nederland, is ‘het rustige Duitsland’. Hier wonen van oudsher christendemocraten die nu hun partij verlaten, ‘uit frustratie’. Tijdens de pauze verkoopt hij edities van de glossy Compact, uitgestald als contrabande: het tijdschrift was kort verboden als spreekbuis van rechtsextremisme. Daar werd het alleen maar populairder van.
De AfD houdt door het hele land avonden als deze, zegt Sven Elbers. Het succes van Geert Wilders is hem uiteraard bekend, al kent hij de verschillen: de PVV is een gesloten oester, bijeenkomsten zijn er niet, de pers krijgt geen toegang en van een organisatie is nauwelijks sprake. Bij ons wel, zegt Sven, en hoe. Hij is voorzitter van het districtsbestuur, elke week drie leden erbij, het gedoe met een van corruptie verdachte Eurparlementariër is alweer achter de rug, de roep om een partijverbod doet ze goed.
Lid word je niet zomaar, daar zijn protocollen voor en een verplicht huisbezoek. Uit een map haalt hij de Unvereinbarheitsliste: dertien pagina’s met extremistische clubs, links en rechts, wie daar ooit bij hoorde wordt afgewezen. ‘Wij willen geen nazi’s.’
Hij zet zich zeven dagen per week vrijwillig in voor de partij; wat hem drijft is ‘dat het eigen volk wordt vergeten’.
Laten we immigranten komen, zegt Thomas Röckemann, dan zijn er straks geen Duitse kinderen meer. Bedoelt hij omvolking? ‘Ja, genau.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant