Een trosje mensen wacht een touringcar op. De schemering is ingevallen, het miezert, er is politie op de been. Een voor een komen de asielzoekers uit de bus die hen vanuit Ter Apel naar Ugchelen heeft gebracht, 140 kilometer rijden. En de volgende ochtend weer terug. Kastje, muur, kastje, muur.
Koffers, tassen, rugzakken. Allemaal richting de noodopvang waar een paar weken eerder nog een ontploffing heeft plaatsgevonden. Een vrouw roept, de stem schril van verontwaardiging: ‘Nog een duurdere jas dan ik, what the fuck.’
Op de dag dat een bus in Ugchelen hatelijk welkom werd geheten, maakte de Universiteit Utrecht bekend zes opleidingen uit het curriculum te schrappen: wie aan een bachelor Duits, Frans, islam en Arabisch, Italiaans, Keltisch of religiewetenschappen denkt, zoekt zijn heil vanaf het studiejaar 2026-27 maar elders. De vraag is alleen: waar? In Leiden gaan Duits, Frans en Italiaans mogelijk op in een bachelor Europese talen en culturen, en in Nijmegen wordt de dalende interesse in talenstudies gecompenseerd door het zoeken van ‘oplossingen voor actuele maatschappelijke discussies’ in die studies. ‘Twee vliegen in één klap’, kopte universiteitskrant Vox, al kun je je afvragen of je het niet gewoon bij één vlieg per klap moet houden. Je kunt ranja niet eindeloos blijven aanlengen en het toch ranja blijven noemen. Op een gegeven moment serveer je gewoon water.
De kabinetsbezuinigingen op het hoger onderwijs staan niet op zichzelf: Het wetenschappelijk tijdschrift Nature schreef deze week dat op meerdere plekken in ‘far right Europe’ stevig wordt gekort op de wetenschap. En vaak krijgen de geesteswetenschappen het dan het eerst en het hardst voor de kiezen.
Er wordt al veel langer bezuinigd op de wetenschap. Eerst was dat vooral dankzij de idee-fixe dat een universiteit onderworpen moet zijn aan de wetten van de economie. Dat nut meetbaar is, en de rest spielerei voor elitaire casanova’s. Geprivilegieerd gefröbel. Dat hele studierichtingen daarbij vermalen werden en de academie meer en meer als een kruidenierswinkel moest worden gerund, werd niet beschouwd als drama, en überhaupt niet als chefsache.
Nu lijkt een nieuwe periode aangebroken. Dat van de unverfroren vernielzucht. Van het koud hebben en denken: ik kan anders ook gewoon het schuurtje van de buren in de fik steken.
‘They don’t really seem to care, and they don’t have a policy’, vatte Robert-Jan Smits, voorzitter van het college van bestuur van de TU Eindhoven, de anti-immigratiepolitieke visie op wetenschap samen. Met een regeerprogramma als een mixed grill van ressentiment, rancune en redeloosheid in de ene hand, en een als kaasschaaf vermomde bijl in de andere, gaat men de talen te lijf. De prima donna’s van Schoof laten hun entourage zonder schwung en staccato meedelen dat er volgens hun fingerspitzengefühl geen behoefte is aan Frans, Duits of Italiaans. En aan al die andere talen ook niet echt, en trouwens: aan die hele rest ook niet. Rücksichtslos snoeien die hap, presto. Dat zich weinig mensen voor een opleiding inschrijven, is gefundenes Fressen voor de slopers, maar ook deels een selffulfilling prophecy: wie taal- en leesvaardigheid bij de wortel verwaarloost, kan niet verwachten dat er elke lente nieuwe knoppen aan de takken verschijnen.
Het punt van argumentatie is allang gepasseerd. Het leitmotiv van het anti-wetenschappelijk hooliganisme hangt samen met een algemeen ik-niet-dan-jij-zeker-niet-sentiment dat almaar meer bon ton wordt en dat zich ergens halverwege jalousie de métier en schadenfreude bevindt. En ik dacht aan het a-capellagegil in Ugchelen, en aan die pico bello jassen. Ik niet, dan jij zeker niet.
Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant