Minister van Hijum van Sociale Zaken is voornemens te hoge uitkeringen die aantoonbaar opzettelijk dan wel door grove schuld werden ontvangen, terug te vorderen. Precies dezelfde maatregel werd in de toeslagenaffaire gebruikt, met desastreuze gevolgen.
De hoogte van ruim 84 duizend uitkeringen voor arbeidsongeschikten is mogelijk te hoog of te laag vastgesteld. Begin deze maand volgde het Kamerdebat over deze kersverse crisis. In november volgen de onderzoeksresultaten – en zo mogelijk ook de oplossing – van verantwoordelijk minister Eddy van Hijum (NSC).
Over de auteur
Fabian van Hal is advocaat in het bestuursrecht.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Van Hijum doelde tijdens het Kamerdebat al op een potentiële oplossing: een deel van de te hoog vastgestelde uitkeringen wordt terugbetaald. Deze terugvordering zal alleen plaatsvinden als de uitkering overduidelijk te hoog is en de ontvanger dus beter had moeten weten. Zo rechtvaardig als het klinkt, zo onbeholpen is deze oplossing: terugvordering kost zeeën van tijd, kent vergaande risico’s voor kwetsbare burgers en bovendien ontbreekt de bestuurlijke capaciteit. Hierdoor kan deze terugvorderingsoperatie uitmonden in een ware uitkeringsaffaire. Minister Van Hijum dient zich hier ver van te houden.
Bij actualiteitenprogramma Buitenhof, afgelopen zondag, poogde minister Van Hijum zijn standpunt te verduidelijken: pas als een uitkeringsgerechtigde ‘aantoonbaar’ weet dat hij te veel geld heeft ontvangen, zal worden teruggevorderd. Een bestuursrechtjurist weet dat Van Hijum hiermee doelt op het opzettelijk ontvangen van te veel uitkering of gevallen waarbij dit te wijten is aan grove schuld.
Bij kenners van de toeslagenaffaire gaat nu een belletje rinkelen: exact dit ‘opzet dan wel grove schuld’-verwijt werd de toeslagenouders ook gemaakt. De gevolgen voor de ouders waren, zoals bekend, desastreus. Dit zware verwijt maakt het namelijk mogelijk dat er geen betalingsregeling werd afgesloten en dat gedupeerden op, of onder het sociale minimum leefden, met als gevolg dat zij niet in hun levensonderhoud konden voorzien. Kortom, de opzet en grove schuld-kwalificatie is een bestuursrechtelijke stormram met onvoorziene consequenties.
Bovendien rijst de vraag: hoe wil Van Hijum aantonen dat iemand wist dat hij te veel ontving? Juist bij kwetsbare burgers, zoals uitkeringsgerechtigden, moet de opzet of grove schuld met voorzichtigheid worden vastgesteld. Het secuur vaststellen van opzet of grove schuld vereist maatwerk, mensenkennis en bovenal: bijzonder veel tijd. Daardoor ontstaat het risico enerzijds dat er door tijdsdruk fouten worden gemaakt en anderzijds dat er een financieel zwaard van Damocles boven het hoofd van uitkeringsgerechtigden hangt. Bovendien zullen tal van bezwaarprocedures en het herstellen van foute vaststellingen de Nederlandse staat meer geld kosten dan de belastingbetaler lief is. Juist nu de menselijke maat een bestuurlijke pijler is, moet Van Hijum beter weten.
Hoewel ‘maatwerk’ een bestuurlijk toverwoord is, ligt de remedie voor dit schandaal-in-wording daar niet. Het per uitkeringsgerechtigde vaststellen dat hij of zij te kwader trouw een te hoge uitkering ontving, is een bijzonder omvangrijk project. Zeker met 84 duizend potentiële dossiers. Maatwerk vereist een intensieve toetsing voor de overheid en – niet te vergeten – voor de rechter. Dit ambitieuze maatwerkplan waar minister Van Hijum op doelt is haast onmogelijk door de al onderbezette uitvoeringsorganisaties en rechtspraak. Bovendien is maatwerk een dure belofte die leidt tot wantrouwen in de overheid als die belofte niet of te laat wordt waargemaakt.
In het bestuursrecht geldt het principe dat een fout van de overheid voor eigen rekening dient te komen. Dat geldt des te meer nu het terugvorderen van een maandenlang te hoog vastgestelde WIA-uitkering juist Nederlanders met een kleine portemonnee in een kwalijke positie brengt. Ook al had een uitkeringsgerechtigde beter kunnen weten: een terugvordering van een abusievelijk opgebouwde uitkeringsschuld is de nagel aan de doodskist van een kwetsbare burger.
De oplossing is daarom logisch: leer van de toeslagenaffaire, voeg daad bij woord als het op de menselijke maat aankomt en scheld de te hoog vastgestelde uitkeringen kwijt.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant