Home

Nostalgie is een krachtig politiek wapen geworden

Rechts-populisten koketteren met goede oude tijden, vrij van angsten en onzekerheden. Maar als iets bruikbaar is voor oplichters, dan is het voorbije tijd, betoogt Volkskrant-redacteur Olaf Tempelman.

is redacteur van de Volkskrant.

Let op politici die vaak woordjes als ‘weer’ en ‘terug’ gebruiken. De kans is groot dat die het verleden hebben ontdekt als politiek wapen. Geert Wilders gebruikte ‘weer’ bij de presentatie van het hoofdlijnenakkoord twee keer: ‘De zon gaat weer schijnen in Nederland’ en ‘Nederland wordt weer van ons’. Van hem is ook de slogan ‘We moeten NL terugveroveren’.
De brexiteers wonnen het referendum over het verlaten van de Europese Unie in 2016 met een Britse variant daarvan, Take back control. Als we de controle terughalen uit Brussel, dan wordt Groot-Brittannië weer van ons.

In de slogan waarmee Donald Trump politiek doorbrak en die ook zijn huidige campagne domineert – Make America Great Again – draait het om het woord ‘again’. De slogan werd zo belangrijk dat hij de benaming werd voor een hele stroming, de ‘Maga-Republikeinen’. Verkiezingsbijeenkomsten van Trump staan nog meer dan in 2016 in het teken van de viering van een schitterend verleden. In het enige verkiezingsdebat dat hij met Kamala Harris voerde, dat van 10 september, bracht Trump het vermeend prachtige verleden in stelling zodra zij over de toekomst begon.

De slogan Make America Great Again vormde voor de Bulgaarse schrijver Georgi Gospodinov de aanleiding voor zijn roman Schuilplaats voor andere tijden, waarmee hij vorig jaar de International Booker Prize won. In dat boek gaan zoveel mensen gebukt onder onvrede met het heden en angst voor de toekomst dat ze zich en masse overgeven aan het idee dat in het verleden geborgenheid zou hebben bestaan. Het eindigt ermee dat landen referenda organiseren waarin inwoners kunnen kiezen naar welke tijd ze willen terugkeren. Rechts-populisten, zei Gospodinov in een interview met de Volkskrant, zijn ‘handelaren in het verleden’. Ze houden zich niet bezig met hoe dat verleden echt is geweest, ze gebruiken het om kiezers te lokken.

Politici die koketteren met goede oude tijden zijn niet van vandaag of gisteren, maar het laatste decennium is nostalgie in westerse landen een krachtig politiek wapen geworden. Het meeste effect sorteert het als het verleden wordt gepresenteerd als vrij van angsten en onzekerheden. In het verleden hadden de Britten controle over hun eigen land, daarna werden ze een speelbal van Brussel, laten we met de controle ons geluk terugpakken. Wilders stelt op de site van de PVV: ‘Nederland was zo’n mooi land met gezinnen en vrienden genietend op stranden en aan meertjes. Nu wordt er geschoten en gestoken. De stranden lijken wel Marokko of Turkije. We moeten NL terugveroveren.’

Niet minder bevreesd dan nu

Het langstlopende project van de Stichting Kiezersonderzoek Nederland is het Nationaal Kiezersonderzoek. Daaruit kunnen we leren dat het onwaarschijnlijk is dat Nederlanders vroeger meer genoten aan meertjes dan nu, omdat ze ook toen angsten en onzekerheden kenden. Voor vreemdelingen en criminaliteit waren Nederlanders uit goede oude tijden niet minder bevreesd dan die van tegenwoordig. Door de decennia heen blijken Nederlanders nauwelijks anders te zijn gaan denken over migratie. Auteur Connie Palmen zei over het Nederland van vroeger: ‘Ik geloof dat wij echt tolerant waren.’ Uit onderzoek blijkt dat niet: op de vraag of de toenmalige gastarbeiders uit Nederland weg moesten, antwoordde in 1972 meer dan de helft van de Nederlanders ‘ja’.

‘Handelaren in het verleden’ hebben een product te verkopen en geen belang bij het verstrekken van betrouwbare informatie over de koopwaar. Menig marskramer was niet eens geboren in de tijd die hij verkoopt. ‘In Hongarije heerst de rust van Nederland in de jaren vijftig’, schreef Wierd Duk, van 1959, in De Telegraaf. Hongarije-adept Wilders is van 1963.

Wijlen historicus H.W. von der Dunk (1928-2018) maakte de jaren vijftig wel mee en hekelde later dat zoveel mensen uitgerekend op dit decennium adjectieven als ‘rustig’ en ‘veilig’ gingen plakken. Mensen die in de jaren vijftig leefden genoten helemaal niet van rust en geborgenheid, die vreesden voor een nucleaire oorlog als ze aan hun radiotoestellen gekluisterd zaten. Voor het ‘jarenvijftigland’ Hongarije was het heerlijke decennium ronduit grimmig: in 1956 maakten Russische tanks er een einde aan de opgebloeide vrijheidszin.

De cynische definitie van democratie luidt dat het een wedstrijd is wie de meeste kiezers weet op te lichten. Als iets bruikbaar is voor oplichters, dan is het voorbije tijd. In Frankrijk is nostalgie tegenwoordig een politiek wapen in de handen van geestverwanten van Marine Le Pen. Die leggen vaak uit dat ze terug willen naar Les trente glorieuses, de dertig glorieuze jaren die in Frankrijk volgden op het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Interessant aan de Franse term Les trente glorieuses is dat die voor het eerst werd gemunt in 1979, toen die glorieuze jaren voorbij waren. Fransen die in de jaren 1945-1975 leefden, waren zich niet bewust van hun bevoorrechte plaatsing in de tijd. Uit onderzoek blijkt dat die zorgen hadden over ‘de Amerikanisering’ van hun land, de mogelijkheid van een kernoorlog, en, ook toen al, migratie uit Noord-Afrika: de Algerijnse oorlog viel midden in de glorieuze decennia.

De bloei van hun leven

Een goede oude tijd is alleen maar zo’n tijd omdat die voorbij is, is een inzicht dat al lang meegaat. Degenen die na zo’n tijd leven, kennen de afloop – in de jaren vijftig wisten mensen nog niet dat een atoomoorlog zou uitblijven. Zouden wij weten dat de opwarming van de aarde ons niet de kop gaat kosten, het milieu zich gaat herstellen en kunstmatige intelligentie zich niet tegen ons gaat keren, dan zou ons dat ook wat zorgen schelen.

Ongeacht de tijd en het cultuurgebied waarin ze leven, hebben veel mensen daarbij een neiging de jaren dat ze in de bloei van hun leven waren achteraf te verheffen tot goede jaren in algemene zin. Uit onderzoek in Oost-Europa naar heimwee naar het communisme, bleek steevast dat de meeste mensen niet zozeer terugverlangden naar het systeem, als wel naar de jaren dat ze jong en verliefd waren. In de woorden van Georgi Gospodinov: ‘Het is de belofte van geluk. Je land wordt niet enkel weer ‘great’, je wordt weer gelukkig. De mensen in mijn roman die stemmen om terug te keren naar de jaren zestig, herinneren zich hoe gelukkig ze toen waren. Maar het is een truc.’

Er is nauwelijks een tijd die als die verstreken is geen goede oude tijd kan worden. Toch wordt er niet naar elk verleden even sterk terugverlangd. Van mensen die nostalgisch zijn valt méér te leren dan dat ze graag weer jong zouden zijn. In plaats van politici die met goede oude tijden koketteren, zouden we iets kunnen hebben aan politici die zich verdiepen in de vraag waar ideeën over goede oude tijden vandaan komen. Van nostalgische mensen in heel verschillende landen kunnen we namelijk leren dat ze van minstens drie dingen een afkeer hebben: van sociale en etnische spanningen, van grote en snelle veranderingen en van de meeste vormen van schaalvergroting.

Slechte en slechtere tijden

Goede oude tijden ontstaan altijd vergelijkenderwijs. Het typische van tijden die mensen als slecht ervaren, is dat die minder slecht worden als er slechtere tijden op volgen, zoals tijden van conflict of, nog erger, oorlog. Toen Joegoslavië nog bestond, hekelden inwoners dagelijks de grote problemen waar deze veelvolkerenstaat mee kampte. Drie decennia na het gewelddadig uiteenvallen wordt er nog steeds naar terugverlangd. In retrospectief weten veel inwoners dat ze in heerlijke tijden leefden toen mensen van verschillende bevolkingsgroepen nog door elkaar woonden en ze nog niet werden beoordeeld op hun etnische identiteit. Het Libanon van de jaren zestig – de burgeroorlog begon in 1975 – is in verhalen van oudere inwoners vaak weinig minder dan een aards paradijs. Zo mogelijk nog extremer is het voorbeeld van Irak, waar de dictatuur van Saddam Hoessein een voorwerp van nostalgie werd, louter omdat mensen toen niet blootstonden aan etnisch en sektarisch geweld.

Nederland kent nu bijna tachtig jaar vrede. Maar ook hier kun je beweren dat achter nostalgie vaak een verlangen naar harmonie verborgen gaat: bij linkse mensen waren de Nederlanders van vroeger echt tolerant, bij de PVV konden ze nog zonder gewelddadige vreemdelingen genieten op het strand.

Een ander onmiskenbaar verlangen dat de vorm kan krijgen van nostalgie, is dat naar rust, stabiliteit en voorspelbaarheid. Tijden van grote economische veranderingen worden later zelden goede oude tijden, ook al gaan mensen er financieel op vooruit – armoedigere tijden van vóór grote veranderingen begonnen vaak juist wel. Veel historici concludeerden al dat in Rusland de slechte tijden elkaar in de 20ste eeuw opvolgden. Maar als ergens louter slechte tijden langskomen, wordt achteraf duidelijk wat de minst slechte waren.

Uit een onderzoek van alweer twintig jaar geleden bleek dat Russen het meest terugverlangden naar de Brezjnev-jaren (1964-1982). Voor de Sovjet-staatswinkels stonden toen rijen, de corruptie was endemisch en het systeem vermolmd. Echter, de repressie was gering in vergelijking met de Stalin-tijd (en in vergelijking met tegenwoordig), terwijl er meer consumptiegoederen verkrijgbaar waren. Maar de belangrijkste merite van dit tijdperk was vermoedelijk dat er zo weinig veranderde en mensen zo goed wisten waar ze aan toe waren.

Een afkeer van grootschaligheid

Op elke tijd van stagnatie kan zoveel decennia later worden teruggeblikt als een tijd van stabiliteit. Op dezelfde manier kunnen tijden van benauwende sociale controle uitgroeien tot tijden waarin mensen elkaar nog vertrouwden. In bijna alle westerse landen is een nostalgisch discours in omloop waarin een afkeer van grootschaligheid doorklinkt: ‘De mensen kenden elkaar, ze vertrouwden elkaar, er waren hier nog winkels, er reed nog een bus, er zat nog een dokter in de buurt en we aten nog onze lokale producten.’

In de Verenigde Staten hoor je oudere inwoners in veel kleinere stadjes praten over de goede oude tijd dat ze de deuren van hun auto’s open lieten als ze naar main street reden, omdat je daar toen nog winkels had en je iedereen die je daar tegenkwam kende. Het nostalgische pleidooi waarmee Jan Terlouw een paar jaar terug veel tv-kijkers wist te ontroeren, over zijn kindertijd waarin touwtjes uit de brievenbussen hingen om de deuren mee te openen, kun je categoriseren als een Nederlandse versie hiervan.

Politici die willen dat mensen zoveel decennia na hun regeerperiode op hun tijd terugblikken als op een goede oude tijd, doen er verstandig aan harmonie en onderling vertrouwen te bevorderen en mensen onder geen beding tegen elkaar op te zetten; ze doen er verstandig aan voorzichtig te zijn met het rommelen aan de status quo; ze doen er verstandig aan kleinschaligheid te bevorderen en in duurzaamheid te investeren. Zulke politici, kun je concluderen, moeten eigenlijk de tegenpolen zijn van de rechts-populisten die kiezers een terugkeer naar goede oude tijden in het vooruitzicht stellen.

Wie stemt op de geborgenheid van het verleden, stemt vaak onbedoeld voor onrust, chaos en ontwrichting in het heden. Het schoolvoorbeeld is de Brexit. Die was er nooit gekomen zonder de slogan Take back control. Mensen die erin tuinden, kregen de controle over hun levens niet terug, integendeel, ze belandden in een o zo onzekere nieuwe tijd. Als Trump op 5 november zegeviert, wacht kiezers een nog veel onzekerdere toekomst.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next