‘Dus volgens jullie nemen boeren óf niet genoeg maatregelen, óf doen ze dat alleen als de wetgever hen daartoe dwingt.’ Ger Koopmans, voorzitter van land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland, heeft genoeg van alle kritiek op boeren.
zijn economisch en politiek verslaggevers van de Volkskrant. Ze schrijven allebei over landbouw.
Ger Koopmans houdt kantoor in Den Haag, op een steenworp afstand van het ministerie van Landbouw en de tijdelijke locatie van de Tweede Kamer. De LTO-voorzitter, een gepassioneerd voorvechter van de intensieve landbouw, vertelt op zijn bescheiden ingerichte werkkamer dat hij het boerenleven nog altijd prachtig vindt. ‘Gisteren heb ik de hele middag op de trekkertrek in Beringe rondgelopen. Dat zijn mooie dingen. Mooi volk is dat ook. Hoe zwarter de pluim, hoe harder het gejuich!’
Koopmans (62), sinds april aanvoerder van de grootste landbouworganisatie van Nederland, heeft bij wijze van spreken mest door zijn aderen stromen. De oud-melkveehouder uit het Limburgse Schandelo was achtereenvolgens gemeenteraadslid, wethouder, Statenlid, Tweede Kamerlid en gedeputeerde voor het CDA. Als politicus streed hij onvermoeibaar voor het boerenbelang. Of nauwkeuriger geformuleerd: het belang van de gangbare landbouw die het van schaalvergroting moet hebben.
Die lijn zet Koopmans als LTO-voorzitter door. Bij zijn aantreden noemde hij een ‘trendbreuk’ in de verduurzaming van de landbouw niet nodig. Stikstof- en mestproblemen wil hij niet oplossen door de veestapel te verkleinen, maar met innovaties en door in Brussel nieuwe voordelen voor Nederlandse boeren te bedingen. Als boerenvoorman wil hij ‘de flanken’ – radicalere partijen als Agractie en Farmers Defence Force – er graag bij houden.
Bij de traditionele landbouwpartijen CDA en VVD is het besef doorgedrongen dat de Nederlandse landbouw minder intensief moet worden. Voor LTO lijkt dat nog niet te gelden.
‘De land- en tuinbouw zijn al heel lang bezig te veranderen. Vanaf 1990 daalt zowel de stikstofuitstoot als het antibioticaverbruik substantieel. De stikstofuitstoot met 66 procent. Dat vind ik knap. Dat is beter dan veel andere bedrijfstakken in Nederland presteren. Tegelijkertijd erkennen wij dat er nog een aantal stappen te zetten is. Daar zijn we ook mee bezig.’
LTO pleit voor investeringen in technische innovaties. Veehouders hebben eerder fors geïnvesteerd in emissiearme stalvloeren en luchtwassers, die niet goed blijken te werken. De rechter heeft de vergunningen van die boeren vernietigd. Wie schiet daar iets mee op?
‘Bij een aantal stalsystemen daalde de stikstofuitstoot minder dan beloofd, maar hij daalde wel. Ik vind het wonderlijk dat de Raad van State die systemen dan volledig afkeurt. Want dan heb je dus helemaal geen verbetering meer.’
Nou, een deel van de emissiearme stalvloeren had helemaal geen effect op de uitstoot.
‘Dat is niet waar.’
Dat is wel waar, het CBS en de Wageningen Universiteit (WUR) hebben dat onderzocht.
‘Bij het overgrote deel, laat ik het dan zo zeggen, waren die verbeteringen wat kleiner dan gehoopt. Dat is wel vaker zo bij innovaties, niet alleen in de landbouw. Dat slechts een deel van wat je wil bereiken, bereikt wordt. En niet 100 procent.’
Op basis van de beloofde reductie mochten boeren meer dieren houden. Als die daling niet of niet helemaal gerealiseerd wordt, hebben ze dus te veel dieren.
‘Wij geloven heel sterk in het plaatsen van meetapparatuur op boerderijen, want meten is weten. Wij geloven in de individuele verantwoordelijkheid van boeren. Boeren moeten individueel een aanpak kunnen kiezen die past bij hun bedrijfsvoering en die leidt tot een lagere uitstoot. Want uitstootverlaging is nodig, dat erkennen wij.’
Betrouwbare meetsystemen zijn er nog niet. Sensoren in elke stal, dat is op korte termijn niet haalbaar. Er moet nú iets gebeuren, want we zitten midden in een mestcrisis en kunnen geen vergunningen uitgeven omdat de stikstofuitstoot niet snel genoeg daalt.
‘Die systemen zijn er wel of worden ontwikkeld. Waarom hebben we dan wel gewacht op dat Nationaal Programma Landelijk Gebied van Christianne van der Wal (minister voor Natuur en Stikstof in het vorige kabinet, red.)? Dat duurde ook vijftien jaar.’
Zij heeft ook uitkoopregelingen opengesteld. Hoe denkt u daarover?
‘We hebben niets tegen vrijwillige opkoopregelingen. Tegelijkertijd heb ik er grote moeite mee dat sommige boeren zich bijna emotioneel gedwongen voelen om erop in te tekenen. Ik ontmoet jonge boeren die zeggen: ‘Ik heb geen zin meer in al dat gedoe.’ Als je stopt omdat je het vanwege overheidsbeleid niet meer ziet zitten, dan vind ik dat koud. Dat voelt koud aan bij mensen.’
Boeren voelen zich slachtoffer van overheidsbeleid, maar ze hebben dat beleid toch deels aan zichzelf te wijten? De sector heeft decennialang gelobbyd tegen milieumaatregelen.
‘De boeren hebben hun emissies na 1990 omlaag gebracht.’
Dat is afgedwongen met wettelijke maatregelen.
‘Dus volgens jullie nemen boeren óf niet genoeg maatregelen, óf doen ze dat alleen als de wetgever hen daartoe dwingt. Wat doen jullie daar onaardig over. Ik vind dat echt onaardig.’
Mensen doen vrijwillig geen dingen die hun slecht uitkomen.
‘Ik ken hordes boerenbedrijven die verder gaan dan welke wettelijke verplichting dan ook. De vermindering van het antibioticagebruik is een voorbeeld. Daarover is niks in de wet geregeld. Dat hebben boeren zelf gedaan.’
Nee, de veeartsen zijn minder antibiotica gaan voorschrijven omdat de overheid dreigde hun apothekersrecht in te trekken. Dat was de stok achter de deur.
‘De stok was dus niet de wet.’
Een stok is een stok. Hoe kijkt u eigenlijk terug op het Programma Aanpak Stikstof (PAS)? U heeft dat destijds samen met PvdA’er Diederik Samsom bedacht.
‘Sinds het PAS geïntroduceerd is, is de ammoniakuitstoot in Nederland flink verminderd. Mede door het PAS. Want als je onder het PAS je bedrijf wilde uitbreiden, moest je de ammoniakuitstoot verminderen. Een deel van die uitstootdaling mocht je gebruiken voor uitbreiding. En een deel ging naar de natuur. Het PAS was buitengewoon succesvol.’
Voor vergunningverlening, ja. Voor natuurherstel juist niet. Daarom heeft de Raad van State het in 2019 onwettig verklaard.
‘Dat komt doordat de regering het natuurherstel moest borgen in zesjarenplannen. Zo stond het ook in de PAS-wetgeving, maar dat heeft de regering niet gedaan. Dat dit niet gebeurd is, ligt niet aan mij.’
Het ligt wel aan hoe het systeem in elkaar stak. Er werden vergunningen verleend op de pof. Dat was juridisch onhoudbaar. Voelt u zich schuldig tegenover die duizenden boeren die mede door u in de problemen zitten, de zogenoemde PAS-melders?
‘Ik heb het PAS bedacht, niet de PAS-melder.’
Zonder PAS geen PAS-melders.
‘Maar zonder PAS geen duizenden vergunningen. En geen vermindering van de ammoniakuitstoot zoals we die gezien hebben.’
Welke vermindering?
‘Sinds 1990 zijn de emissies met 66 procent gedaald.’
In 1990 bestond het PAS nog niet. Dat trad pas in 2015 in werking, en de grootste emissiedaling vond plaats tussen 1990 en 2000. Inmiddels heeft de Europese Commissie Nederland gestraft voor de inadequate aanpak van het mestprobleem. Boeren mogen voortaan minder mest op land uitrijden, wat het mestoverschot vergroot. Toen u net LTO-voorzitter was, riep u dat Nederland het mestvoordeel ‘eigenstandig’ moest herinvoeren, ‘desnoods kwaadschiks’. Staat u daar nog steeds achter?
‘Wij doen helemaal niks kwaadschiks. Helemaal niks, nooit.’
U heeft spijt van die uitspraak?
‘Het woord kwaadschiks is niet mijn vocabulaire.’
Het stond wel in uw persbericht, maar oké: we concluderen dat u dit terugneemt. Het is ook niet de toon waarop je in Brussel iets gedaan krijgt. En het kabinet wil daar het mestvoordeel terugeisen, maar dat is volgens velen een vrij kansloze missie.
‘Nou, dat weet ik niet. Nederlandse boeren mochten meer mest uitrijden dan boeren in andere landen, omdat de Nederlandse bodem meer stikstof opneemt. Dat is wetenschappelijk onderbouwd. Sinds de Europese verkiezingen waait er een andere wind in Brussel. De strategische dialoog van mevrouw Von der Leyen (voorzitter van de Europese Commissie, red.), dat is echt een heel ander geluid dan we gewend waren. Daarin staat ook dat niemand aan het onmogelijke gehouden is.’
Maar stel nou dat Brussel die mestmaatregel niet terugdraait? De mestkelders lopen over, wat is uw plan B?
‘Wij willen dat boeren beleidsmatig genoeg mogelijkheden krijgen om van hun mest af te komen. Dat kan bijvoorbeeld via mestverwerking en potgrondproductie. Waar de boer vervolgens voor kiest, is zijn eigen verantwoordelijkheid.’
Dat is een langetermijnverhaal. De landelijke mestproductie moet volgend jaar al 10 procent omlaag.
‘De afgelopen vijftien jaar hebben we dat mestplafond al een paar keer overschreden, en daarop volgden geen sancties.’
U wilt dat risico wel nemen?
‘Ik wil niks nemen. Dat is een feitelijke beschrijving van wat er is gebeurd. We hebben de argumenten aan onze kant.’
Maar de boeren zitten dit jaar al met volle mestkelders. Hoe lost u dat op?
‘Boeren moeten zelf op hun eigen manier voor een oplossing kiezen.’
Dan gaan ze failliet. U heeft zelf gezegd dat er duizenden faillissementen dreigen, omdat het afvoeren van overtollige mest zo veel geld kost.
‘Dat heb ik nooit zo gezegd. Boeren moeten daar zelf oplossingen voor kiezen. Mestverwerking is belangrijk.’
Mestverwerking kost veel geld en boeren zeggen dat ze dat niet kunnen betalen. Heeft u er begrip voor als wanhopige boeren illegaal mest uitrijden?
‘Daar heb ik geen begrip voor. LTO is daar geen voorstander van.’
Maar dit gebeurt veel in de veehouderij.
‘Ik heb daar geen signalen van.’
Daar zijn heel veel signalen van. De opsporingsdiensten constateren het telkens weer en de branchevereniging van mestverwerkers gaf het tien jaar geleden gewoon toe: mestfraude is een groot probleem in de landbouw.
‘Het over-over-overgrote deel van de Nederlandse boeren en tuinders houdt zich aan de wet.’
Hoe weet u dat?
‘Dat weet ik.’
Volgens onderzoek wordt in een aantal regio’s 30 tot 40 procent van de mest illegaal uitgereden. Uw gevoel vertelt u echter dat dit niet zo is?
‘Absoluut. Jazeker.’
Het kabinet trekt 500 miljoen euro per jaar uit voor agrarisch natuurbeheer. Boeren krijgen dan betaald voor natuurbeschermingsmaatregelen. Hoe zou dat beheer eruit moeten zien?
‘Daar heb ik me inhoudelijk nog niet in verdiept. Maar de club waar wij intensief mee samenwerken, BoerenNatuur, verricht goed werk. Laat die collectieven aan de slag gaan met die financiële middelen. Dan ben ik ervan overtuigd dat het goed gaat.’
Natuurbeschermers zijn bang dat het geld verkeerd besteed wordt. De overheid heeft na 2000 honderden miljoenen euro’s uitgegeven aan weidevogelbeheer door boeren om de grutto te beschermen. Het aantal grutto’s is sindsdien gehalveerd.
‘Ja, en het aantal vossen is verdubbeld en het aantal ooievaars vergroot. Die eten weidevogelkuikens. Er zal een samenhangend beheerpakket moeten komen, waarin boeren, maar ook predatiebeheer (maatregelen om weidevogels te beschermen tegen andere dieren, red.) , een veel belangrijker rol spelen.’
De toegenomen predatie is volgens sommige onderzoeken ook een gevolg van de intensivering van de landbouw.
‘Als iemand een slecht boek schrijft, komt dat ook door de boeren. Dat hoor ik ook weleens.’
Dat is een beetje flauw.
‘Ik bedoel het letterlijk. Boeren hebben weleens het gevoel, en ik ook als boerenvoorzitter, dat we van álles de schuld krijgen. Álles. Dus het is mooi om te zeggen dat het aantal vossen ook weer de schuld is van de boeren. Toedeloe! Toedeloe!’
Maar dit blijkt uit onderzoek.
‘Nee, dit is mijn antwoord. Toedeloe, we hebben niet overal schuld aan. Het is belangrijk dat boeren samen met natuurbeheerders en jagers nog beter bekijken hoe je de gruttostand kunt verhogen.’
De Algemene Rekenkamer heeft dat uitgezocht en het antwoord is: zwaardere beheersmaatregelen. Eentonig grasland moet drassiger en kruidenrijker worden.
‘Zwaarder is prima. Er is in ieder geval extra geld, voor extra beheer.’
LTO zegt vaak dat er perspectief moet komen voor de landbouwsector. Hoe moet dat perspectief eruitzien?
‘Veel mensen gebruiken perspectief als een soort verpakking voor beleid dat geen perspectief biedt. Ons perspectief is volstrekt helder: we willen vergunningen om te kunnen ontwikkelen, waardoor we minder kunnen uitstoten en waardoor de landbouw een dragende economische sector in Nederland blijft. Dat is het perspectief dat wij graag willen voor onze boerengezinnen en voor Nederland.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant