Bij het optreden van de hardrockuitvinders in Amsterdam zijn gelukkig alleen de filmprojecties gedateerd.
is redacteur popmuziek van de Volkskrant.
Van alle rondtoerende classic-rockacts is Deep Purple de klassiekste. De uit steen gehouwen rockers trapten met het album Deep Purple in Rock (1970) het hardrocktijdperk af. En Machine Head (1972) wordt gezien als een van de aanjagers van de heavy metal, naast het werk van Black Sabbath en Led Zeppelin.
Maar Deep Purple speelt dus nog altijd. En de band teert niet eens alléén op oude hits. Deep Purple bracht de afgelopen vier jaar drie nieuwe albums uit. En de vitale hardrockplaat =1 van dit jaar vormt zelfs de hoofdmoot van een frisse setlist in de Ziggo Dome.
Ook bijzonder is de bandsamenstelling. Naast de prachtige gilzanger Ian Gillan (79) verschijnen bassist Roger Glover (78) en oer-drummer Ian Paice (76) in Amsterdam, naast toetsenist Don Airey (76), die ruim twintig jaar geleden de inmiddels overleden John Lord verving. Enige nieuwkomer is de gitarist Simon McBride, die zich als een jonge god (van 45) over het podium beweegt, tegen een decor van helaas vreselijk gedateerde en oerlelijke filmprojecties.
Maar vanaf de giftige openingszetten van Highway Star rockt Deep Purple gelukkig als een gek. De hamerende, kerkelijke orgelpartijen stomen op naast die basale maar groovende riffs die muziekgeschiedenis schreven. Het geluid is heerlijk hard, zoals het hoort, bij Deep Purple. Maar het echte kippenvel komt opzetten bij de zang van Gillan.
Nee, hij haalt zijn gierende hoge noten niet meer. Maar wat is zijn stem ontroerend in de kermende bluesrockballade When a Blind Man Cries. En bij Into the Fire vindt hij op wonderlijke wijze een plekje op zijn stembanden waar het nog geen pijn doet, voor een schreeuw die door de ziel van ieder metalmens zou moeten snijden.
Pop
★★★☆☆
29/10, Ziggo Dome, Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant