Home

De rechtsstaat glipt ons door de vingers, we zijn op weg naar een rechteloze samenleving

Dit is voorlopig mijn laatste column. De reden dat ik stop is van praktische aard: met drie kinderen, een baan en een hopeloze wachtlijst bij de crèche krijg ik mijn week niet rond. Mijn man en ik gooien onze jongste als een frisbee naar elkaar over en wanneer alles meezit gaat dat best oké, maar er blijft geen ruimte over voor mijmertijd. Een zinnige bijdrage aan het collectieve gesprek heeft dat wel nodig om te komen tot vragen als: waar zijn we eigenlijk naar op weg?

Ik heb de indruk dat we ons te veel bezighouden met geneuzel op de vierkante centimeter. Er wordt eindeloos gesproken over wie of wat links, rechts, radicaal of extremistisch is en waar het midden is gebleven. Verder is er alle aandacht voor crises die we moeten oplossen en zijn we oplettend geworden ten aanzien van de rechtsstaat. We zitten er met de neus bovenop. Toch glipt het ons door de vingers, want waar we vooralsnog naar op weg zijn is dit: een rechteloze samenleving.

Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

NSC-fractievoorzitter Nicolien van Vroonhoven sprak in een interview deze week over de winst die zou zijn geboekt doordat de noodwetgeving over het asielbeleid is tegengehouden. Gevraagd naar de manier waarop de rechtsstaat wordt benaderd, zei ze: ‘Alle afspraken die we nu hebben gemaakt, zullen we langs een liniaaltje leggen. We hebben veel juristen in de fractie, onderhouden contacten met asieladvocaten en gaan het allemaal uitpluizen.’

Er is een fundamentele fout geslopen in de manier waarop wij spreken over het recht. Het lijkt te worden gezien als een kader. Dan wordt er bijvoorbeeld gesproken over de grenzen waarbinnen maatregelen worden toegestaan. Het recht werkt daarbij als een stopbord: hier verboden in te rijden! De automobilist moet noodgedwongen keren en een nieuwe route zoeken. Als dat verdomde stopbord er nou maar niet stond…

Laten we die stopborden eens wegdenken. Misschien zijn er mensen die graag terugkeren naar de tijd van voor de Franse revolutie, ik durf niets uit te sluiten. Bij gebrek aan tijdmachines is het te overwegen om naar een land te verhuizen als Libië, Soedan of Afghanistan. De omstandigheden zijn daar suboptimaal, maar er staat tenminste niemand aan je kop te zaniken over grondrechten of de trias politica, en het zal de mensen daar verder een worst wezen als je een dakkapel wilt bouwen.

De vrijheid om te doen wat je wilt, is alleen niks waard wanneer je bent overgeleverd aan het recht van de sterkste. Dat weten we best. Maar door continu over het recht te praten als een stopbord, zijn we het gaan zien als een beperking.

Het recht kun je beter vergelijken met de wegen waar we overheen rijden. Het is infrastructuur die we zelf hebben aangelegd, omdat het op asfalt veel soepeler rijdt en we daarop grotere afstanden kunnen afleggen. Stel nu dat er continu files ontstaan waardoor we steeds vaker en langer stilstaan; dan is het logischer na te denken over aanpassing en verbetering van de infrastructuur dan te zeggen dat we terug moeten naar onverharde wegen vol kuilen en modder.

De internationale rechtsorde is er belabberd aan toe, ons nationaal rechtsstelsel functioneert gelukkig een stuk beter. Maar wanneer je naast de weg gaat zitten om die met een liniaaltje keurig op te meten terwijl verderop de graafmachines op het asfalt staan te beuken, gaat er iets niet helemaal goed.

Dank lieve lezer, ik ga u missen.

Source: Volkskrant

Previous

Next