Home

Ik staarde naar haar hond en het kon niet langer worden ontkend: het beest was dood

Op weg naar de metro, in een vrijwel lege gang in Grand Central Station, stonden twee dames, allebei in het paars gekleed. Een van hen had een bord vast met de tekst: ‘Een betere wereld is om de hoek.’

Mijn gedachten waren bij mijn patiënt in Amsterdam geweest, die met hoge koorts op een operatie lag te wachten. Als een vriendelijke hallucinatie waren de laatste jaren van mijn moeder aan mij voorbijgetrokken. Ook toen had ik regelmatig getwijfeld: moet ik terug of niet?

De dames in het paars moeten mijn aarzeling hebben gevoeld. Zij klampten me aan, een van hen drukte me een visitekaartje in de hand met een adres op de Upper West Side, de ander zei met overslaande stem dat ik mij daar zondagochtend om 10 uur diende te vervoegen.

Ze voegde eraan toe: ‘De kerk bevindt zich in een woning.’ Ik vond het wel sympathiek voor een kerk om zijn tent op te slaan in een New Yorks appartement.

Eigenlijk was ik op weg naar Central Park, maar de dames in het paars waren zo vriendelijk en moederziel alleen. Tot mijn geluk naderde een vrouw met een kinderwagen. Ze was al wat ouder en maakte ondanks de vele make-up en sieraden een ietwat verwaarloosde indruk. In de kinderwagen lag een hond, een poedel. Ik dacht een zieke, want hij lag onder een deken en bewoog niet.

Ook deze vrouw werd gesommeerd zondag, om 10 uur in de ochtend stipt, in de woning die dan dienst zou doen als kerk, te verschijnen.

Ik staarde naar haar hond en het kon niet langer worden ontkend: het beest was dood. Vermoedelijk zocht deze vrouw niet God, maar een hondenbegraafplaats. Tot mijn verbazing zei ze tegen de dames in het paars: ‘Ik zal er zijn.’

En kwieker dan voorheen vervolgde ze haar weg.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next