In de kolommen van de Volkskrant vindt een heftig debat plaats over asielcijfers. Maar over die cijfers hoeven niet zo’n grote meningsverschillen te bestaan. Het debat moet gaan over de politieke keuzes die vervolgens worden gemaakt.
Kosten asielzoekers de Nederlandse samenleving te veel geld, of ontneemt de nadruk op deze rekensom ons het zicht op een menswaardige afweging? Blijven kinderen uit vluchtelinglanden te ver achter in het onderwijs, of zijn er indicaties dat de kloof kleiner wordt? De meningsverschillen tussen wiskundige en cultureel antropoloog Jan van de Beek enerzijds en de hoogleraren Leo Lucassen en Hein de Haas anderzijds over de cijfers rond de kosten van asielmigratie, kunnen de indruk wekken alsof er allerlei tegenstrijdige cijfers in omloop zijn die tot andere conclusies nopen. Maar het tegendeel is waar, het drietal kijkt op de keper beschouwd naar dezelfde cijfers, alleen worden er verschillende conclusies getrokken.
Over de auteur
Xander van Uffelen is chef van de redactie Data en Onderzoek bij de Volkskrant.
Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken. Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Neem de cijfers over het opleidingsniveau van kinderen van asielzoekers, een CBS-cijfer dat alle drie de wetenschappers in hun betoog aanhalen. Kinderen van ouders geboren in Iran en Afghanistan zitten bijna even vaak op de Havo en het vwo als kinderen van in Nederland geboren ouders. Kinderen uit Syrië en Somalië blijven daarentegen duidelijk achter.
Dit soort getallen levert verschillende opvattingen op. Van de Beek beschouwt het als een bewijs dat de integratie spaak loopt. Lucassen en De Haas putten vooral hoop uit de betere prestaties van Iraanse en Afghaanse kinderen.
Ook bij de hoofdboodschap van Van de Beek – asielmigratie kost veel geld – is er over de gebruikte cijfers geen fundamentele onenigheid te ontdekken. Van de Beek grijpt deze conclusie aan om te pleiten voor inperking van asiel, bijvoorbeeld door het vluchtelingenverdrag op te zeggen. Hij wil daarbij naar eigen zeggen ook het taboe doorbreken dat je cijfers over asielmigratie niet mag bespreken.
De Haas en Lucassen hebben een ander gezichtspunt. Ze wijzen op de trends die positiever zijn en stellen dat op de langere termijn de verschillen van de prestaties van statushouders afgezet tegen de gemiddelde Nederlander kleiner worden. Ze pleiten voor maatregelen om deze positieve tendens te versterken. Daarnaast vinden ze dat de nadruk op de kosten van asielzoekers ze te veel wegzet als zondebok voor maatschappelijke problemen.
Het gesprek zou vervolgens verder moeten gaan over wat de Nederlandse overheid nu moet doen. Zover komt het vooralsnog niet, omdat er gehakketak is ontstaan over de selectie en het gebruik van cijfers. De Haas en Lucassen kregen daarna veel kritiek te verstouwen, omdat ze in hun betoog soms onzorgvuldig formuleerden en een onjuiste bewering deden. Zo schreven ze dat er geen cijfers zouden bestaan over misdaad uitgesplitst naar vluchtelingenlanden, terwijl die gegevens wel degelijk beschikbaar zijn. Veel verschil maakt het als brandstof voor het debat eigenlijk niet.
Door in het debat vooral in te zoomen op deze fouten met cijfers, is het zicht verdwenen op de vervolgvragen. Terwijl juist de vervolgvragen relevant zijn.
Het eerste vraagstuk gaat vooral over solidariteit. Dat asielmigratie geld kost, kan geen verrassing zijn voor beleidsmakers. Meestal gaan politieke discussies vervolgens over de vraag hoeveel solidariteit inwoners van een land willen en kunnen dragen. Hoeveel steun krijgen de minderbedeelden? Zijn er maatregelen denkbaar om dergelijke groepen (bijvoorbeeld chronisch zieken of bijstandsgerechtigden) alsnog meer te laten deelnemen aan de samenleving om zo de kosten te reduceren?
Van de Beek gaat een stap verder en wil vooral de groep verkleinen waarvoor het solidaire vangnet wordt gespannen. Hij vindt dat de solidariteit te zwaar drukt op de samenleving en wil daarom het aantal asielzoekers verminderen. Ook onorthodoxe maatregelen als het opzeggen van het VN-vluchtelingenverdrag wil hij bespreekbaar maken.
De Haas en Lucassen wijzen vooral op de mogelijkheden om de ontwikkeling van asielzoekers te bevorderen. Er zijn ideeën genoeg voorhanden. Juist wetenschappers hebben op basis van diepgravend onderzoek suggesties gegeven. Wellicht zouden asielzoekers sneller toegelaten moeten worden tot de arbeidsmarkt, zodat ze eerder in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. Misschien is er meer aandacht nodig voor scholing en taalonderwijs, om de kinderen betere kansen te bieden. In de cijfers zijn genoeg aanwijzingen om zo’n pleidooi te houden.
We – wetenschappers, journalisten, rekenaars en schrijvers – zouden ernaar moeten streven om overeenstemming te hebben over de cijfers en de feiten. Welke politieke keuzes er vervolgens uit voortvloeien, is open voor debat.
De cijfers kunnen daarna ook best gebruikt worden om een bepaalde voorkeur te onderbouwen. Maar we moeten niet de illusie hebben dat je met cijfers kan uitrekenen wat het beste beleid is, of dat de getallen die worden gebruikt al politiek gekleurd zijn en een bepaalde politieke keuze zouden dicteren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant