De woningnood is hoog in Nederland, niet in de laatste plaats voor de groeiende groep senioren die naast beschutting ook gemeenschap zoekt. Voor deze groep werd het Amsterdamse complex de Stadsveteraan ontworpen: 145 huurwoningen rond een gemeenschappelijke binnentuin.
Ze woonde in een groot huis met tuin, gelegen in een charmant Gronings dorp, maar Erna de Jong (79) kon er niet meer van genieten sinds haar man was overleden. ‘Ik was bang voor eenzaamheid, dat je afzakt als oudere, niet meer de deur uitkomt’, zegt De Jong. Haar dochter, die in Amsterdam woont, wees haar op een woningbouwproject dat daar werd ontwikkeld: De Stadsveteraan, gericht op 55-plussers die in de stad willen (blijven) wonen. Was dat niet iets voor haar?
Sinds twee weken bewoont De Jong een appartement in het bakstenen gebouw, dat in het Amstelkwartier is verrezen en op 9 oktober feestelijk is geopend door woonminister Mona Keijzer. Een kloek blok met 145 (sociale) huurwoningen, ontworpen rond een gemeenschappelijke binnentuin en met gevels waarin betonnen bankjes zijn verwerkt. De kleurige tekeningen in het metselwerk – van fruit, planten en boeken – verwijzen naar de gemeenschappelijke kookstudio, tuinkamer en atelierruimte in het complex. ‘Ik voelde me hier meteen thuis’, zegt De Jong.
Het initiatief voor De Stadsveteraan komt voort uit een studie die architectenbureau Heren5 in 2016 deed naar ‘hoe je gelukkig oud kunt worden in de stad’, mede gefinancierd door projectontwikkelaar AM. ‘Wij zagen dat veel ouderen geen volgende stap in hun wooncarrière kunnen zetten, omdat er – sinds het bejaardentehuis in 2015 werd afgeschaft – geen goed alternatief is tussen het eigen huis en het verpleeghuis, zegt architect Sjuul Cluitmans. ‘Uit het onderzoek bleek dat hun behoefte verder reikt dan levensloopbestendige woningen; ouderen zoeken ook gezelschap, buren die naar elkaar omzien. Gebouwen moeten die ontmoeting mogelijk maken.’
Om zo’n gebouw te maken, zochten de architecten samenwerking met corporatie Woonzorg Nederland, gespecialiseerd in woningbouw voor senioren. Ze legden hun plan voor aan de gemeente, die net had besloten dat er binnen vijf jaar tweeduizend ‘zelfstandige geclusterde ouderenwoningen’ moesten bijkomen. De Stadsveteraan werd het pilotproject. Hoe bevalt deze nieuwe woonvorm?
De Jong is enthousiast. ‘Ik ben gisteren met de metro naar Artis gegaan, heb inmiddels mijn buren de hand geschud en zie ernaar uit om samen met anderen te tuinieren. Wat ik tot nog toe het fijnste vind?’ Stralend: ‘Mijn appartement op de zesde verdieping, met balkon en uitzicht over de stad. Het is net New York.’
Er zit inderdaad een New Yorks tintje aan het project: de friendswoningen. Dat zijn zelfstandige wooneenheden met een eigen badkamer en pantry, die per 2 of 3 een woonkeuken delen. De naam verwijst naar de televisieserie Friends, over zes New Yorkse vrienden die hun appartementen delen (omdat ze de huur niet in hun eentje kunnen betalen). AM lanceerde het concept in 2017 in de woontoren B’mine in Amsterdam-Noord. Die was bedoeld voor jongeren, maar op de open dagen kwamen ook veel senioren af, die interesse hadden om met een vriend, broer of zus samen te wonen. Het idee ontstond om voor deze doelgroep friends woningen te realiseren in de Stadsveteraan.
Voor Ineke Fraaij (85) en haar zoon Martijn (55) is het een uitkomst. Martijn is sinds twaalf jaar mantelzorger van Ineke, die artrose heeft en daardoor (meestal) in een rolstoel zit. Martijn: ‘De combinatie van een baan – ik ben kapper – en zorg is zwaar. In de ochtend werk ik, eenmaal thuis help ik mijn moeder met aankleden, wassen, koken, boodschappen, administratie. Ik had geen sociaal leven.’ Ineke: ‘Wij woonden afgezonderd op driehoog in een krap appartement. Hier is het schoon en netjes en de mensen zijn vriendelijk. En ik ben zo blij dat we bij elkaar mogen blijven.’ Martijn: ‘Het voelt als een warm bad. Vanaf het moment dat we hier waren, ben ik gaan meedoen met groepsactiviteiten, daaruit ontstaan al leuke contacten.’
De meeste friendswoningen worden bewoond door stellen die voorheen een latrelatie hadden. Er is ook een koppel dat elkaar leerde kennen tijdens een kookworkshop van Woonzorg, waarna ze bedachten om – als vrienden – samen te gaan wonen. Maar ondanks de grote interesse is de helft van de 23 friendswoningen nog niet verhuurd. ‘Het is nieuw, veel mensen hebben nog vragen over hoe het werkt’, zegt Willemijn Souren, programmamanager bij Woonzorg. ‘Zoals: hou ik mijn AOW als ik samenwoon?’ Dat is wel het geval. Souren wijst erop dat elke woning een eigen huisnummer, deurbel en brievenbus heeft. ‘Juridisch woon je zelfstandig.’
De friendswoningen liggen aan een brede ‘leefgalerij’ met plek voor zitjes en een glijbaan naar de binnentuin. Cluitmans: ‘We wilden een extra reden creëren voor kleinkinderen om bij oma of opa op bezoek te komen. Maar volwassenen kunnen er ook vanaf glijden.’ Een groep toekomstige bewoners bepaalde samen met de woningcorporatie de inrichting van de collectieve ruimtes. Zo stelden ze voor om bij de wasbar op de begane grond – ook afgekeken uit Friends – een klusruimte in te richten.
Martijn Fraaij: ‘Ik hoop dat dit project motiveert om anders te denken over hoe senioren zijn. Er wordt vaak gedacht: die mensen vertrekken naar de Spaanse zon. Terwijl de basis – goede sociale woningbouw – hier op orde zou moeten zijn. Ik zie dit als het nieuwe wonen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant