Home

Dit bedrijf stopt afgedankte zonnepanelen in een afwasmachine: ‘Anders gaan ze door de shredder’

Zonnepanelen en laadpalen zijn symbolen van de energietransitie, maar waarom worden ze zo vaak gedachteloos afgedankt? Refurn in Apeldoorn probeert het anders te doen door ze een tweede leven te geven.

Niels Waarlo is economieredacteur. Hij is specialist duurzaamheid en circulaire economie.


Een onlangs afgeleverde partij zonnepanelen voor de deur van Refurn toont direct waar het mis gaat. Omdat de houten pallets waar de stapels op liggen te smal zijn, zijn de onderste gegarandeerd gebarsten onder het gewicht, zegt Vincent de Graaf, eigenaar van de Apeldoornse onderneming. Kennelijk is het bij degenen die deze afgedankte panelen hebben langsgebracht niet eens opgekomen dat een deel nog herbruikbaar kan zijn.

Nederlandse daken zijn de afgelopen jaren volgelegd met panelen, waardoor Nederland per inwoner wereldkampioen zonne-energie opwekken is. Hartstikke mooi, maar over de afdankfase is niet goed nagedacht, vindt De Graaf (51). ‘Zonnepanelen zijn gemaakt om meer dan twintig jaar mee te gaan, maar geregeld worden ze na vijf of tien jaar alweer van het dak gehaald. Bijvoorbeeld omdat een leasecontract eindigt en er nieuwe panelen op de markt zijn die een hoger rendement leveren. Qua CO₂ sla je dan de plank helemaal mis, natuurlijk.’

De Onderneming

In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Refurn, opgericht in 2016, met 34 werknemers en een omzet van 1,6 miljoen euro in 2023.

Bij Refurn kijken ze daarom of zonnepanelen opnieuw bruikbaar zijn. Hiervoor gaan de panelen, die vaak onder de alg en viezigheid zitten, door een soort wasstraat vol hogedrukspuiten en borstels. Deze afwasmachine heeft het bedrijf zelf moeten ontwikkelen, zegt De Graaf – iets dergelijks was nergens verkrijgbaar. ‘Het is zwaar werk om met de hand te doen, bovendien verspilden we veel water. Dat vangt deze machine op zodat we het opnieuw kunnen gebruiken.’

De machine kan 150 panelen per dag wassen. ‘Maar het kunnen er vandaag ook 50 worden.’ De reden daarvoor is dat Refurn sociale arbeidsplaatsen biedt aan mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door een beperking of een langdurige periode van werkloosheid. Het tempo mag daarom variëren en er is extra begeleiding nodig. ‘Sommige mensen passen niet binnen de strakke kaders van het gewone werkende leven, je staat vaak versteld van wat ze presteren als je maar geen druk oplegt. Voor ons is van belang dat je je best doet.’

Zon nabootsen

Na de oppoetsbeurt wordt het paneel een speciale kast met meetapparatuur ingeschoven. ‘Hier bootsen we de zon na’, zegt De Graaf, terwijl hij op een beeldscherm klikt om de laatste resultaten te bekijken. Ze zijn van een paneel van 320 watt dat een jaar of vier geleden ergens op een Nederlands dak is geïnstalleerd. ‘Kijk eens: nu heeft hij nog steeds een vermogen van 320,4 watt. Dit paneel kan nog jaren mee.’

Hergebruik is allesbehalve standaardpraktijk in de installatiebranche, weet De Graaf. Zelf komt hij uit de installatietechniek. In 2013 stapte hij over naar een organisatie die de verwerking van elektronisch afval op zich neemt: WEEE, wat staat voor Waste of Electrical and Electronic Equipment. Wie in Nederland elektronica op de markt brengt, is wettelijk verplicht mee te betalen aan de verwerking en recycling hiervan. WEEE voorziet in deze dienst.

Het zat De Graaf niet lekker hoeveel apparaten zonder pardon in de versnipperaar eindigen voor recycling van de grondstoffen. Vandaar dat hij een eigen bedrijf oprichtte, in nauwe samenwerking met zijn voormalige werkgever, om een deel van de afgedankte apparatuur een tweede leven te bieden.

Stigma rond hergebruik

Hij begon met cv-ketels, die nog altijd uitgebreid worden getest in een hoek van de werkplaats. Die tests worden gefilmd als bewijsmateriaal, want in de installatiebranche hangt een stigma rond hergebruik, aldus De Graaf. ‘Het is een heel conservatieve wereld, er heerst angst dat gebruikte onderdelen kwalitatief minderwaardig zijn en voor problemen kunnen zorgen. Dat heeft te maken met een stukje onwetendheid. Bovendien, en dit zeg ik op eigen titel, is hergebruik niet in het belang van producenten. Hun verdienmodel is niet alleen gebaseerd op de verkoop van apparaten, maar ook op het leveren van nieuwe onderdelen.’

Een paar jaar nadat Refurn zich op cv-ketels had gestort, volgden de zonnepanelen. Inmiddels zijn er ook laadpalen voor elektrische auto’s in de werkplaats te vinden. ‘Er staan hier palen die in 2021 pas de grond in zijn gegaan, maar die bijvoorbeeld niet meer aan de laatste beveiligingsrichtlijnen tegen hackers voldoen.’ In een kamer boven de werkplaats worden de onderdelen, zoals omvormers en kilowattuurmeters, aan een reeks tests onderworpen. Zijn ze in orde, dan levert het bedrijf ze weer terug aan de leveranciers, die ze gebruiken voor reparaties.

Maar wie wil er nou een tweedehands zonnepaneel als er tegenwoordig betere exemplaren voor een zacht prijsje uit China te importeren zijn? Dat is dus precies de denkwijze waar we vanaf moeten, meent De Graaf. ‘Dan is het gevolg dat al die panelen die nog hartstikke goed zijn door de shredder gaan. Hier moet veel meer bewustzijn over komen.’

Tij keert

Gelukkig begint het tij te keren, merkt hij. Bedrijven, gemeenten en woningcorporaties richten zich tot Refurn om invulling te geven aan hun doelen op het gebied van duurzaamheid en arbeidsparticipatie. Zo kregen in Haarlemmermeer dit jaar dertig huishoudens met een laag inkomen gratis tweedehands zonnepanelen van de gemeente. ‘We rekenen niet de hoofdprijs, maar ons uitgangspunt is niet om de goedkoopst mogelijke panelen op de markt te leveren. We willen CO₂ en grondstoffen besparen en mensen aan het werk helpen.’

De Graaf loopt langs een stapel dozen met laadpalen. Deze zijn zelfs nog nieuw, zegt hij. Wat ze hier doen? ‘Dat kan verschillende redenen hebben. Misschien stonden ze in een opslagdepot dat leeg moest. Bedrijven vinden het soms makkelijker om spullen weg te doen als ze niet goed weten wat ze er nog mee moeten.’

Hij gaat een trap op, naar een ruimte met kasten vol onderdelen. Uit een plastic opbergbak vist hij een metalen koppeling voor de aansluiting van een cv-ketel. ‘Splinternieuw, dit kost zo een paar tientjes. Er ligt hier voor miljoenen aan winkelwaarde.’ Willen we een duurzamere samenleving, dan moet het bedrijfsleven meer oog krijgen voor de waarde van hun eigen spullen, concludeert hij. ‘We zijn ons niet eens meer bewust van wat we allemaal hebben.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next