Waar sommige Trump-kritische kranten in de VS de afgelopen jaren inzakten, floreert de neutrale WSJ als nooit tevoren. De strategie van uitgever Almar Latour lijkt dus te werken, al ging dat niet zonder slag of stoot.
is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.
Anderhalf jaar lang zat Evan Gershkovich, journalist van The Wall Street Journal, vast in Rusland op verdenking van spionage. Toen hij, na zijn vrijlating, op de militaire luchtbasis Andrews uit het vliegtuig stapte, stonden onderaan de trap president Joe Biden, vicepresident Kamala Harris en zijn naaste familie en vrienden hem op te wachten.
Vervolgens schudde hij de hand van een Limburger die hij nooit eerder had gesproken of gezien, maar die een belangrijke rol had gespeeld bij de historische gevangenenruil die had geleid tot Gershkovich’ vrijlating. ‘Ik denk dat hij min of meer per toeval linea recta naar mij toekwam’, zegt Almar Latour (54), uitgever van The Wall Street Journal (WSJ), in zijn kantoor op de zevende verdieping van een wolkenkrabber in midtown Manhattan in New York.
Toen Latour zich voorstelde, realiseerde Gershkovich zich wie er voor hem stond. ‘Evan zei dat zijn moeder heel aardige dingen over me had geschreven’, zegt Latour. Om de gevangenschap van de journalist onder de aandacht te houden, had Latour Gershkovich’ moeder onder meer meegenomen naar het World Economic Forum in Davos, en naar een groot galafeest van de denktank Atlantic Council. ‘Daar heb ik haar geïntroduceerd bij Olaf Scholz.’
De Duitse bondskanselier speelde een sleutelrol bij de deal, omdat hij als onderdeel ervan moest instemmen met de vrijlating van een Rus die op klaarlichte dag in een Berlijns park een Georgiër had doodgeschoten. Dat lag, begrijpelijkerwijs, vooral bij de nabestaanden van de Georgiër zeer gevoelig. Maar in gesprek met Latour zei Scholz dat hij desalniettemin welwillend was.
Toen Scholz maanden later definitief akkoord was gegaan, moest Gershkovich, die zonder bewijs tot 16 jaar cel was veroordeeld, nog een officieel gratieverzoek indienen, gericht aan president Vladimir Poetin. Onderaan het formulier stelde hij een vraag aan Poetin: of die te zijner tijd bereid was tot een interview.
‘Ik vermoed dat het Kremlin niet echt geïnteresseerd is’, zegt Latour. Lachend: ‘Maar misschien kan Evan hem ooit interviewen in de gevangenis in Scheveningen.’ Daar verblijven verdachten van het Internationaal Strafhof.
Op zijn kantoor in New York wordt Latour nog dagelijks herinnerd aan de gevangenschap van Gershkovich, door de manshoge stapel Wall Street Journals op de vensterbank van het raam dat uitkijkt op Sixth Avenue. ‘Dat zijn alle exemplaren die we in de periode van zijn gevangenschap hebben gepubliceerd’, zegt hij.
Nu Gershkovich weer thuis is, kan Latour zich volledig richten op de inhoudelijke kant van zijn werk. Als uitgever van de WSJ is hij verantwoordelijk voor de financiële resultaten van de krant en de langetermijnstrategie. Dagelijks spreekt hij met de Britse hoofdredacteur Emma Tucker, die een verdieping lager zit; zij geeft leiding aan zo’n vijftienhonderd journalisten.
Daarnaast is Latour directeur van Dow Jones & Company, het uitgeefconcern waar behalve de WSJ onder meer ook de financiële media Barron’s en MarketWatch onder vallen. Dow Jones & Company valt weer onder het mediaconglomeraat News Corp, waarvan de Australiër Rupert Murdoch (93) de oprichter is. Met diens zoon Lachlan (53), de voorzitter van News Corp, voert Latour regelmatig overleg over zaken als de begroting.
De studio’s van de rechtse tv-zender Fox News, die eigendom is van Fox Corporation, een ander bedrijf dat door de Murdochs wordt bestuurd, zitten enkele verdiepingen onder de redactie van de WSJ.
De krant heeft een bijzondere plaats in het Amerikaanse journalistieke landschap. Enerzijds omdat ze met The New York Times zowat de enige krant is die erin is geslaagd om ook ná het presidentschap van Donald Trump te blijven floreren; anderzijds omdat ze een van de weinige conservatieve kwaliteitskranten is en relatief mild – volgens critici veel te mild – verslag doet van diezelfde Trump.
Waar Trump media als The New York Times en CNN in het verleden ‘vijanden van het volk’ heeft genoemd, is hij positiever over de WSJ. Hoewel hij twee weken geleden op een congres nog zei dat de krant ‘er overal naast heeft gezeten’, strooide hij een dag later, toen hij voor een interview op bezoek was bij de WSJ, met complimentjes. ‘Ik heb veel steun gehad, heb groot respect voor het bestuur en voor iedereen die betrokken is bij The Wall Street Journal.’
Maar voordat Latour over Trump komt te spreken, vertelt hij over zijn jeugd in Nederland en hoe hij daarna opklom tot een van de invloedrijkste posities binnen de Amerikaanse journalistiek. Hoewel er een communicatieadviseur van Latour bij het interview aanwezig is, vindt het gesprek grotendeels plaats in het Nederlands. Latour valt alleen terug op het Engels als het over de strategie van de krant gaat.
Latour wordt in 1970 geboren in Geleen, woont daarna kort in Hoensbroek en verhuist vervolgens naar Welten. ‘Een lieflijk dorpje in de gemeente Heerlen’, zegt hij. Zijn moeder werkt als lerares op een school voor autistische kinderen, waarvan zijn vader oprichter en directeur is.
De familie is internationaal georiënteerd: meerdere ooms en tantes hebben uitwisselingsprogramma’s gedaan in de Verenigde Staten. In zijn tienerjaren ontwikkelt Latour zelf ook een grote interesse voor dat land. ‘De Koude Oorlog liep op zijn einde’, zegt hij. ‘Ik vond het fascinerend hoe Reagan en Gorbatsjov de wereldproblemen probeerden op te lossen.’
Na zijn eindexamen werkt hij bij het Limburgs Dagblad, waarna hij een beurs krijgt om een jaar te studeren aan Indiana University in Pennsylvania. ‘Ik schreef daar één artikel waarvoor ik betaald kreeg. Toen zei een docent tegen me: ‘Then you’re a professional journalist.’ Ik weet nog dat ik dacht: ‘I am a professional journalist’ – hij laat een korte pauze vallen – ‘in America!’ Dat was kicken.’
Zijn plan om zijn studie te vervolgen aan de Universiteit van Amsterdam laat hij varen. Hij doet een masterprogramma in Washington, wordt redacteur en cartoonist – hij houdt ook van tekenen – bij universiteitskranten en meldt zich in 1995, hij is dan 25, bij tien kranten aan voor een stage. ‘Negen namen me niet aan, maar bij The Wall Street Journal zeiden ze: ‘Perfect fit.’ Dat bleek het begin van een lange carrière.’
Eerst werkt hij in de politieke zenuwcentra Washington en Brussel, maar hij belandt pas veelvuldig op de voorpagina als hij rond de millenniumwisseling vanuit Stockholm gaat schrijven over Noord-Europa en de Baltische staten. ‘De mobiele telefoon kwam op. Bedrijven als Nokia en Ericsson zaten aan het begin van die evolutie.’
In 2007 wordt Latour eindverantwoordelijk voor de site; destijds was dat nog ‘een soort papieren krant op een monitor’, maar hij krijgt het mandaat die om te gooien. Anderhalf jaar werkt hij aan de metamorfose. Als de nieuwe site wordt gelanceerd, blijkt de timing perfect. ‘Op die dag gingen de Lehman Brothers failliet, en begon de financiële crisis.’
Voor veel mensen luidt het een ellendige tijd in, maar niet voor de WSJ, die de interesse in zijn corebusiness – financieel nieuws – ziet exploderen.
Voor zijn pionierswerk wordt Latour beloond: in 2010 wordt hij lid van de driekoppige hoofdredactie. Daar blijft hij verantwoordelijk voor de digitale strategie en, bij toerbeurt, voor de papieren krant, inclusief de voorpagina. In 2016 begint hij als uitgever van kleinere publicaties van Dow Jones & Company, waaronder Barron’s en MarketWatch, om vier jaar later aan zijn huidige functie te beginnen.
Wittebroodsweken worden hem niet gegund. Op 25 mei 2020, drie weken na zijn aantreden als directeur, wordt de ongewapende George Floyd door een agent gedood. De Black Lives Matter-protesten die daarop volgen, nopen kranten tot zelfreflectie. Meer dan honderdvijftig WSJ-journalisten uiten in een brief aan Latour hun zorgen over de redactie van de krant, die te wit zou zijn.
De druk op Latour neemt verder toe als er die zomer een intern, 209 pagina’s tellend rapport verschijnt met daarin een blauwdruk voor de toekomst. Door zich alleen te richten op de trouwe achterban – de zakelijke elite, brokers op Wall Street en gepensioneerden – blijft het bereik van de krant te beperkt, menen de opstellers van het rapport.
De krant moet het net wijder uitgooien, schrijven zij, en meer vrouwen, jongeren en mensen van kleur bereiken. Maar, zo luidt de conclusie, dat wordt lastig door het gebrek aan diversiteit in de verslaggeving. Over thema’s als gender, seksuele oriëntatie en ras wordt nauwelijks geschreven.
Latour heeft nooit om een exemplaar van het rapport gevraagd, schrijft The New York Times in 2021 in een reconstructie van de strubbelingen bij de concurrent. ‘Het is nog steeds onduidelijk of hij het heeft gelezen.’
Dat was ‘totale onzin’, zegt Latour nu. ‘Natuurlijk heb ik het gelezen.’ Maar dat betekent niet dat hij alle aanbevelingen ter harte wilde nemen en het roer radicaal wilde omgooien.
Voor dit onderwerp schakelt hij even over naar het Engels. ‘Dat is mijn professionele taal.’
Een succesvol medium moet zijn identiteit en doelgroep begrijpen, zegt hij. ‘Dat klinkt logisch, maar de afgelopen twee decennia hebben we gezien dat media steeds meer op elkaar zijn gaan lijken. In de hoop op zo veel mogelijk clicks en abonnees proberen ze een breed publiek aan te spreken. Ik denk dat we nu een omgekeerde trend gaan zien, waarbij media zich focussen op specifieke doelgroepen die in eerste instantie klein lijken, maar die wereldwijd groot zijn.’
De doelgroep van de WSJ blijft de zakelijke lezer, zegt Latour, al heeft hij het begrip daarvan wel opgerekt. ‘In het verleden dachten we dat we daarmee maximaal acht miljoen lezers konden bereiken. Maar mijn theorie is nu dat niet alleen diehard ondernemers behoefte kunnen hebben aan onze producten, maar bij wijze van spreken iedereen die Microsoft Office gebruikt. Dat zijn tientallen, misschien wel honderden miljoenen mensen.’
Die mensen wilde Latour bereiken door toegankelijker te schrijven, en door meer aandacht te besteden aan thema’s waar veel mensen mee te maken hebben, zoals de energietransitie.
Intern stond niet iedereen te juichen om deze nieuwe strategie. Volgens The New York Times leidde een machtsstrijd tussen Latour en toenmalig hoofdredacteur Matt Murray, die wél wilde inzetten op grootse veranderingen, tot ‘een impasse die de toekomst van de WSJ bedreigde’.
De machtsstrijd is inmiddels glansrijk gewonnen door Latour. Terwijl bij prestigieuze kranten als The Washington Post en de Los Angeles Times de afgelopen twee jaar een substantieel deel van de redactie moest vertrekken, floreert de WSJ. ‘De CEO van The Wall Street Journal heeft van een roerig jaar in de industrie een groot succes gemaakt’, kopte de journalistieke non-profitorganisatie Poynter vorige maand.
‘The Wall Street Journal is misschien nog wel de enige echte rivaal van The New York Times’, schreef New York Magazine vorige week.
‘Heel veel nieuwsorganisaties hebben het niet gered, maar afgelopen jaar was het beste jaar in onze geschiedenis’, zegt Latour. Het aantal digitale abonnees groeide met 10 procent naar 3,8 miljoen – toen Latour als directeur begon waren het er nog geen 2 miljoen. De winst van Dow Jones & Company verdubbelde.
Behalve de aanhoudende focus op business is er nog een verklaring voor het succes, vermoedt Latour. Kranten beleefden gouden jaren tijdens het door schandalen geplaagde presidentschap van Trump. Maar, zegt hij, veel titels – Latour noemt er geen – hebben toen hun journalistieke neutraliteit overboord gegooid en zijn zich gaan opstellen als oppositiepartij.
Dat is riskant, volgens hem, want daarmee beperkten ze hun doelgroep tot anti-Trumpers, van wie een deel de nieuwshonger verloor zodra Joe Biden het Witte Huis betrok. Latour: ‘En bij de rest van de lezers waren die kranten hun geloofwaardigheid kwijt.’
Hun Trump bump veranderde in de Trump slump, zegt Latour: de abonnees die kwamen voor Trump-nieuws, liepen na diens presidentschap ook snel weer weg. ‘Wij hadden daar geen last van. Het vertrouwen in ons nam toe, wij hadden een trust bump, en die hebben we nog steeds.’
Onpartijdigheid is heilig voor de WSJ. Na afloop van het gesprek deelt Latours communicatieadviseur een mail die hoofdredacteur Tucker begin augustus aan de redactie schreef, waarin ze in de aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen nog eens hamerde op het belang ervan.
‘Het opzijzetten van persoonlijke overtuigingen of politieke standpunten om onpartijdige journalistiek te bedrijven weerhoudt je er niet van om met autoriteit te schrijven’, schreef Tucker. ‘Je kunt scherpe analyses schrijven met diepgaande expertise, terwijl je onpartijdig blijft en je niet laat meeslepen door een bepaald narratief.’
Zeker in tijden van Trump is de koers van de WSJ niet onomstreden – ook niet onder de eigen redacteuren. In een artikel in de Columbia Journalism Review beklaagden (oud-)werknemers van de krant zich erover dat onder het hoofdredacteurschap van de rechtse Gerard Baker (2013-2018) de publicatie van al te kritische artikelen over Trump soms door de top van de krant werd geblokkeerd. Als ze de kolommen wél haalden, bestond de mogelijkheid dat de scherpe randjes eraf waren gehaald.
Van kritiekloze verering was overigens geen sprake. In 2018 meldde de WSJ dat Trump boekhoudfraude had gepleegd rond het betalen van zwijggeld aan pornoster Stormy Daniels. Die primeur leidde eerder dit jaar tot de eerste strafrechtelijke veroordeling van een president in de Amerikaanse geschiedenis.
Latour ging pas na het vertrek van Baker, in 2018, aan de slag als uitgever van de WSJ. In de huidige verkiezingscampagne heeft de krant spectaculaire onthullingen gebracht die nadelig kunnen uitpakken voor Trump. Zo meldde de WSJ afgelopen weekend dat Elon Musk, ’s werelds rijkste man en een cruciale bondgenoot van Trump, sinds 2022 nauwe contacten onderhoudt met Vladimir Poetin.
Toch valt op dat bijvoorbeeld The New York Times vaker negatief over Trump schrijft. Verbloemt de nadruk op onpartijdige verslaggeving bij de WSJ niet dat er meer aanleiding is om kritisch verslag te doen van Trump – die onder meer heeft gezegd dat hij dat hij als president miljoenen migranten zal laten deporteren, het leger zal inzetten tegen politieke tegenstanders en het ministerie van Justitie opdracht zal geven om zijn critici te vervolgen – dan van Kamala Harris?
Latour gaat er niet concreet op in. ‘Onze journalistiek is onpartijdig’, zegt hij onder meer. ‘Onze verslaggevers volgen de feiten.’
Over de media in het algemeen zei de Amerikaanse politicoloog Norman Ornstein dat ze de huidige strijd om het Witte Huis behandelen als ‘een typische presidentsverkiezing en niet als een die een existentiële bedreiging vormt voor de democratie’. Latour wil ook hierop niet reageren. ‘Ik ga onze verslaggeving niet beoordelen.’ Vindt hij Trump een gevaar voor de democratie? ‘Ik ga ook deze presidentscampagne niet beoordelen.’
En dan was er nog het interview met Trump, dat op 18 oktober werd gepubliceerd. Latour had bewust besloten niet bij het gesprek aanwezig te zijn, zegt hij. ‘Dat laat ik aan de journalisten over.’ De presidentskandidaat sprak op de redactie met de editorial board, een groep die bestaat uit leden van de opinieredactie.
Zowel de opinie- als de nieuwsredactie valt onder Latour, maar de twee opereren volledig onafhankelijk van elkaar. De WSJ is niet het enige grote dagblad waarbij dat het geval is. Maar wat de krant wel van concurrenten onderscheidt, is het grote ideologische verschil tussen de twee redacties. Waar de newsroom prat gaat op zijn onpartijdigheid, vormen de opinieredacteuren van oudsher een conservatief bastion – hoewel ze ook columns publiceren met titels als ‘Trump is looking like a loser again’.
Het interview van de WSJ met Trump was te soft, concludeerde columnist Jonathan Chait van New York Magazine in een stuk onder de kop ‘The Wall Street Journal steunt Trump – een erbarmelijke rechtvaardiging om een gek de macht te geven’. ‘De redacteuren hebben Trumps stortvloed aan dreigementen dat hij de republiek om zeep zal helpen grotendeels genegeerd’, schreef de columnist, ‘maar het interview geeft hun een gelegenheid om hem geruststellende dingen te laten zeggen.’
Het voortbestaan van een democratie die onder autoritaire druk staat, schrijft Chait, wordt voornamelijk bepaald door het gedrag van de bondgenoten van de autoritaire leider, die gedwongen worden te kiezen tussen loyaliteit aan de republiek en het vergroten van hun eigen macht. ‘Het interview en de feitelijke steunbetuiging (aan Trump, red.) door de Journal vormen een historisch verslag van het denkproces van de Republikeinse elite terwijl zij er gewillig in meegingen.’
‘Ik reageer niet op artikelen van andere media die betrekking hebben op onze berichtgeving’, zegt Latour. Even later licht hij zijn zwijgzaamheid toe: ‘Nederlandse uitgevers zouden misschien wel hun mening geven, maar we hebben bij The Wall Street Journal strenge regels die mij verbieden om betrokken te zijn bij de dagelijkse journalistiek. Dat is de verantwoordelijkheid van de hoofdredacteur.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant