Home

‘En dan hoor je: ‘Overleden.’ ‘Overleden.’ ‘Overleden’’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Evy van Zandbeek (27) raakte als hoofdagent betrokken bij een achtervolging met vuurwapengevaarlijke inzittenden.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Zo’n heftige dienst hoop ik nooit meer mee te maken. ’s Avonds laat, onderweg naar een situatie van geluidsoverlast, zag ik op mijn telefoon een spoedmelding van een schietpartij in Roosendaal. Iemand was geraakt. De verdachte auto, een zwarte Seat Leon met roze elementen, was op de vlucht geslagen.

‘Hier in Etten-Leur kun je alle kanten op: naar Antwerpen, Breda, Tilburg, Rotterdam, dus wij dachten: die kan weleens hierlangs komen. Wij kozen positie op een viaduct richting de snelweg A58.

‘Joris pakte onze kogelwerende vesten uit de achterbak en zei: ‘Voor de zekerheid.’ Ook zette hij de dashcam en zijn bodycam aan. Hij zat achter het stuur, ik regelde onze communicatie.

‘Toen ik een Seat Leon met een rotvaart onze kant op zag komen, en roze spiegelkappen zag, riep ik: ‘Dat moet ’m zijn!’ Hij negeerde ons stopteken, scheurde Etten-Leur in, keerde en ging richting de A58. Wij reden er met loeiende sirene achteraan, al in de eerste bocht hoorde ik onze banden gieren.

Lichten uit

‘Joris kan heel goed rijden, maar de afstand werd groter. Ik gaf steeds onze locatie door. Ineens zette de Seat zijn lichten uit, waardoor we de zwarte auto in het pikkedonker niet meer zagen. Tot aan Prinsenbeek reden wij er als enigen achteraan. Wel hoorden we dat er veel bijstand onderweg was. Op het viaduct bij Prinsenbeek zagen we een Volvo staan van de Landelijke Eenheid.

‘Hij gaat richting Antwerpen!’, riep ik. Maar plotseling keerde de Seat en ging met hoge snelheid tegen het verkeer in rijden richting Rotterdam. Ik gilde door de portofoon: ‘Hij gaat spookrijden!’ Ik krijg weer kippenvel als ik daaraan terugdenk. Want dan realiseer je je: die gasten kennen geen grenzen, hebben niks te verliezen. Levensgevaarlijk.

‘We keken elkaar aan en zeiden: ‘Wij gaan níét spookrijden.’ Bám, Joris zette de rem erop. Vervolgens horen we over de porto: ‘Crash! Crash! Crash!’

Verschrikkelijke ravage

‘Wij reden met het verkeer mee richting het ongeval. Wat ik op de andere rijbaan zag, is niet te beschrijven. Een verschrikkelijke ravage. De Seat was frontaal op een tegemoetkomende kleine zilverkleurige auto geklapt. De bestuurder van dat autootje hing in de deurstijl levenloos naar buiten. Alle inzittenden van de auto’s zagen er beroerd uit, je zag overal bloed.

‘Onze dienstauto stond nog niet stil of ik sprong er al uit. Ik rende naar de vangrail, die veel hoger en breder leek dan anders, alsof iets me terugtrok. Wie ga je in godsnaam als eerste helpen?

‘Op dat moment arriveerden collega’s, zij gingen met de auto van de slachtoffers aan de slag, dus wij gingen naar die Seat. Op de achterbank zat een jongen wiens hoofd helemaal open lag. We zagen beweging bij de bijrijder en wisten: die lui zijn vuurwapengevaarlijk. Dus ik trok mijn wapen, richtte op die man, riep: ‘Laat je klauwen zien!’ Toen ik zag dat hij niet meer bewoog, zei een collega achter me: ‘Berg je wapen, we gaan over tot hulpverlenen.’

Schakelen

‘Op dat moment moet je schakelen van het hoogste geweldsspectrum naar hulpverlening, dat is heel raar in je hoofd. We haalden die drie gasten uit de auto. Ik weet nog dat ik rondkeek, overal op het wegdek lagen lichamen met ledematen in verkeerde hoeken, die werden gereanimeerd. Er kwamen ambulances en een traumaheli. En dan hoor je de ene na de andere hulpverlener zeggen: ‘Overleden.’ ‘Overleden.’ ‘Overleden.’

‘Uit die kleine auto was een hondje geslingerd, ook dood. In een flits zag ik een meisje staan kijken op de vluchtstrook en dacht: wat doet zij hier? Een collega ontfermde zich over haar. Ze zat in de slachtofferauto en heeft het allemaal zien gebeuren. Je ziet: het raakt me weer.

‘Ik was pas 26. Het was mijn eerste achtervolging, mijn eerste grote ongeval en de eerste keer dat ik mijn vuurwapen trok. Ik praat daar nog weleens over met een politiepsycholoog. Die nacht heb geleerd dat wij ook maar poppetjes zijn, kwetsbaar, en dat het allerbelangrijkste van ons werk is dat je weer veilig thuiskomt. Wat als wij in die gierende bocht waren geslipt en omgeslagen? Wat als wij ook waren gaan spookrijden? Dan had ik daar ook op het wegdek kunnen liggen.

Maken of kraken

‘Bij de politie zeggen we altijd: als je samen zoiets meemaakt, kan dat je maken of kraken. Je bent óf heel tevreden over het optreden van je maatje, of je gaat elkaar bekritiseren. Sinds die nacht heb ik een hechte vriendschap met Joris. We hadden achteraf alles goed gedaan: zware vesten, dash- en bodycam, achtervolging staken. Zoiets heftigs schept een band, dat is dat blauwe politiegevoel.

‘Dat had ik recentelijk ook, wéér na een hectische achtervolging richting Rotterdam. Iemand tikte op mijn rug. Ik keek om, het was dezelfde collega van de Landelijke Eenheid die in die verschrikkelijke nacht was komen helpen. Hij glimlachte en zei: ‘Daar staan we weer.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next