In 1955 maakte de motie-Tendeloo een eind aan het verplichte ontslag voor vrouwelijke ambtenaren die trouwden. Ondertussen moeten Statenleden in 2024 tijdelijk ontslag nemen bij zwangerschap, want een verlofregeling bestaat niet.
is sportverslaggever van de Volkskrant en historicus.
‘Vrouwen wonnen in fotofinish’, schreef de Volkskrant op 23 september 1955. Het betrof hier geen sportverslag, maar een artikel over de ‘motie-Tendeloo’. Met twee stemmen verschil, 46 om 44, stemde de Tweede Kamer de dag ervoor voor afschaffing van het gedwongen ontslag voor gehuwde vrouwelijke ambtenaren.
‘Het was een historisch moment, want de Kamer had zich nog nooit zo duidelijk voor de gehuwde ambtenares uitgesproken’, stelde de Volkskrant-verslaggever vast. ‘Minister Beel liep meteen naar mejuffrouw Tendeloo en schudde haar royaal de hand. Alle dames waren enthousiast. De felicitaties waren niet van de lucht.’
Bijna zeventig jaar later zit Marleen Maat thuis. Ze heeft een kleine twee weken geleden ontslag genomen als Statenlid voor GroenLinks-PvdA in Zuid-Holland omdat ze zwanger is. Het is een tijdelijk ontslag. Ze kan terugkeren na de geboorte van haar kind, maar zwangerschapsverlof bestaat er niet voor Statenleden, voor gemeenteraadsleden evenmin. Maat: ‘Het is 2024, dit hoor je goed geregeld te hebben.’
Afgelopen maart werd het advies van het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers om in verlof voor volksvertegenwoordigers te voorzien niet overgenomen door het toenmalige kabinet. Kernargument: het is te complex. ‘De kabinetsreactie getuigt van gebrek aan historisch besef’, meent Maat.
In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.
PvdA-politicus Corry Tendeloo pleitte in 1955 voor afschaffing vanuit economisch oogpunt. Minder bedeelde gezinnen konden de extra inkomsten van vrouwen goed gebruiken. Maar ze maakte ook een principieel punt. Vrouwen verdienden een volwaardige plaats in de samenleving. En in haar motie stelde ze ‘dat het niet op de weg van de Staat ligt de arbeid van de gehuwde vrouw te verbieden’.
Volgens Louis Beel, minister van Binnenlandse Zaken, was het wel een overheidstaak om te beslissen of de combinatie van gezin en arbeid ‘verantwoord is uit physisch, psychisch en geestelijk oogpunt’. De uitkomst van die afweging gaf Beel er meteen achteraan. ‘Uit dien hoofde reeds zou het niet juist zijn de huwende vrouw zonder meer in haar vaste dienstverband te handhaven.’ Dat Kamerleden Jeanne Fortanier-de Wit (VVD), Ans Ploeg-Ploeg (PvdA) en Dieuke Heroma-Meilink (PvdA) getrouwd waren, kwam niet ter sprake in het debat. Hun fysiek en geestelijk welzijn evenmin.
Bij invoering van de regel in 1924 was het argument van de confessionele politici dat de vrouw thuis hoorde bij haar gezin. Stiekem nog belangrijker was het financieel motief: het was een makkelijke bezuiniging op de overheidsuitgaven. De op dat moment gehuwde vrouwelijke ambtenaren konden gemakkelijk ontslagen worden. Net zo pragmatisch waren de uitzonderingen. Zo gold de regel niet voor schoonmaaksters.
Toen in de oorlogsjaren en daarna een groot personeelsgebrek was, werd er überhaupt niet meer zo nauw gekeken. ‘De ware reden was deze, dat men ook gehuwde vrouwen in dienst nam, wanneer men ze nodig had, en dat men ze weer ontsloeg, wanneer men ambtenaren kwijt wilde zijn’, constateerde Tendeloo.
Het waren geitenpaadjes die de overheid bewandelde om de werkelijkheid, een tekort aan werknemers, aan te pakken zonder de wet te hoeven wijzigen. Net als het tijdelijk ontslag van Statenleden. Dat is niet meer van deze tijd. Maar volgens toenmalig minister Hugo de Jonge is de kwestie te ingewikkeld om met wetgeving op te lossen. En dus moet deze constructie maar voldoen. Het huidige kabinet is vooralsnog dezelfde mening toegedaan.
In 1947 al stelde Tendeloo het verbod al ter discussie, maar pas na acht jaar wist ze met haar motie een meerderheid van haar collega-kamerleden mee te krijgen. Alle vrouwen stemden voor, maar ook enkele confessionele mannelijke politici.
Jaren na de motie-Tendeloo was het voor bedrijven nog toegestaan om vrouwen vanwege een huwelijk te ontslaan. Tot 1971 was de man voor de wet ‘hoofd van de echtvereniging’ en de vrouw aan hem ‘gehoorzaamheid verschuldigd.’
Dat een zwangerschapsverlof voor Statenleden nu nog altijd niet is geregeld, komt onder andere omdat oudere witte mannen de boventoon voeren in de provinciale politiek, zegt Maat. Zij worden nu eenmaal zelf niet zwanger en zullen niet snel lobbyen bij de minister van Binnenlandse Zaken voor een betere regeling. Maat, die stelt dat een moderne verlofregeling wel degelijk mogelijk is, is dat nu met hulp van GroenLinks-PvdA wel van plan.
Source: Volkskrant