Ouders die zich niet gedragen langs het veld heb je overal, ook in Zweden. Tijd om op te treden, meenden voetbalbond en clubs rond Stockholm. Bijvoorbeeld met een groene kaart voor de sportiefste jeugdspeler.
is correspondent in Scandinavië voor de Volkskrant. Hij woont in Stockholm.
‘Wees alsjeblieft niet boos als ik verlies. Moedig me liever aan en geef me complimenten voor mijn vechtlust.’ En: ‘Kunnen jullie me tijdens de wedstrijd geen technische of tactische adviezen geven? Dat maakt het allemaal ingewikkeld en chaotisch voor mij. Moedig me maar gewoon aan.’
De jeugdcompetitie in Stockholm stond op het punt te beginnen toen de trainers van het team van mijn zoon alle ouders een mail stuurden met citaten van kinderen. Het doel was ons gedrag langs de lijn te verbeteren. De rode lijn: de taak van de ouders is aanmoedigen, niet coachen.
Daar bleef het niet bij. Voetbalvereniging Stureby, waar mijn 8-jarige zoon speelt, deelde ook de Zweedse juichetiquette met ons. De essentie: niet alleen je eigen kind toejuichen en klappen doen we óók voor de tegenstander, zelfs als die de zoveelste bal in ons doel heeft gejaagd.
De trainers staan hierin niet alleen. Sinds drie jaar voert het bondsdistrict Stockholm, onderdeel van de Zweedse voetbalbond, een campagne om de omgangsvormen in het amateurvoetbal te verbeteren. ‘Het wedstrijdklimaat werd slechter en slechter, we moesten iets doen’, zegt hoofd communicatie Gittan Ahonen Gunnarzon. ‘Klagende ouders, agressieve coaches, het liep de spuigaten uit.’
Gunnarzon en haar collega’s van het district, dat 364 clubs vertegenwoordigt – ruim een kwart van het totaal in Zweden – bedachten voor de jongste spelers een proactieve strategie om goed gedrag te stimuleren.
Het belangrijkste wapenfeit: de groene kaart. Elk team tot 14 jaar deelt na de wedstrijd een kaart uit aan de tegenspeler die uitblonk in beleefd en sportief optreden jegens tegenstander, scheidsrechter en medespelers.
De groene kaart is een simpel geplastificeerd kaartje en je krijgt er verder niks bij, maar voor de 8-jarigen in het team van mijn zoon is het o zo belangrijk de kaart een keer te krijgen. En dus zie je dat als iemand een schop krijgt, spelers een sprintje inzetten om de gevallen speler als eerste troostende woorden toe te fluisteren.
Na elke wedstrijd volgt een vast ritueel, waarbij de teams tegenover elkaar gaan staan en de aanvoerders een winnaar aanwijzen. De boodschap op het kaartje: ‘Goed gedaan! Je bent een aardige speler die anderen helpt, respect toont, naar de scheidsrechter luistert en een positieve instelling laat zien.’
‘Ik heb hem al drie keer gewonnen’, zegt Tage (8), een van de teamgenoten van mijn zoon, terwijl hij de groene kaart trots omhoog houdt. Het team doet vandaag mee aan de Farstacup, een jeugdtoernooi in een buitenwijk van Stockholm. Naast het kunstgrasveld ligt een mooie klassieke houten tribune. Helemaal bovenaan staat de barbecue aan voor de gebruikelijke Zweedse hotdogs.
‘Het gaat erom dat je aardig bent. De aardigste speler krijgt de kaart’, zegt Tage. Vader Johan Lindskog knikt. ‘Het is goed dat ze stimuleren dat het niet gaat om wie de beste is en dat plezier hebben belangrijker is dan winnen. Ik denk dat het uiteindelijk ook het voetbal ten goede komt. Ze hebben er nu meer lol dan wij vroeger en dat zie je terug in het spel.’
Ook de wedstrijdleiding van het district Stockholm voerde regels in die het wedstrijdplezier moeten benadrukken. Zo is er vandaag geen toernooiwinnaar: iedereen speelt drie wedstrijden en gaat dan naar huis. Ook in de reguliere competitie worden tot 12 jaar geen ranglijsten of scores bijgehouden (al weten alle pupillen tijdens de wedstrijd precies hoeveel het staat).
De scheidsrechter let wel op de score, want staat een ploeg achter met vier doelpunten of meer, dan mag die een extra speler opstellen, maximaal tot de stand gelijk is.
Prima, zegt Terés Lundkvist, wier jongste zoon zijn banaan in het gras laat vallen. ‘Later wordt het voor de kinderen allemaal nog competitief genoeg. Het idee dat we door te spelen allemaal winnen, legt een goede basis.’
Klinkt allemaal heel idyllisch, maar wie een tijdje praat met Björn Eriksson, hoofd wedstrijden bij de Stockholmse bond, weet dat de problemen met omgangsvormen niet zomaar zijn opgelost. Zo zijn de fricties groter bij voetballers vanaf een jaar of 13, zegt hij, want dan zijn zowel spelers als ouders fanatieker.
Daarnaast heeft de bond te maken met maatschappelijke ontwikkelingen die doorsijpelen naar de velden. Zo zijn ouders tegenwoordig meer ‘bezorgd en betrokken’, zegt Eriksson. ‘Mijn ouders kwamen vroeger per seizoen één of twee keer kijken. Nu stemmen ouders hun vakanties af op de wedstrijden. Daarnaast zijn de prestaties van hun kind belangrijker voor ze; ze klagen sneller over de trainer of wedstrijdleiding.’
Verder speelt de verruwing in de samenleving mee, meent Eriksson. Neem bijvoorbeeld de Zweedse politiek, waar de toon harder is dan voorheen. Eriksson wijst op de afname van respect voor autoriteit, waar scheidsrechters last van hebben.
Het voetbaldistrict noemt ook het toenemende bendegeweld, waar volgens de politie duizenden Zweedse jongeren bij betrokken zijn. ‘Sommige criminelen spelen ook bij ons in de competitie. Dat weten we omdat politieagenten ook voetballen. Ze herkennen elkaar op het veld’, aldus Eriksson.
Het bendegeweld kwam vorig jaar heel dichtbij in de wijk Mälarhöjden, niet ver van Stureby. Op een septemberavond in 2023 waren honderden kinderen aan het trainen, toen er ineens schoten klonken. Een 18-jarige jongen werd in de buurt van een kleedkamer doodgeschoten. Sommige pupillen moesten overgeven of vielen flauw. De daders zetten beelden van de aanslag later op sociale media.
Volgens Eriksson heeft het bendegeweld geen directe invloed op het wedstrijdklimaat, maar is het een illustratie van de verruwing die hij ziet. Zo is het aantal bedreigingen van scheidsrechters, spelers en toeschouwers gegroeid. Het zijn vaak mannen en jongens die problemen maken. ‘Spelers die met elkaar ruziën, toeschouwers die het veld op rennen, massale gevechten langs de lijn, scheidsrechters die klappen krijgen, dat soort dingen.’
Voor de duidelijkheid: de meeste van de 50 duizend wedstrijden die jaarlijks worden gespeeld, verlopen goed. Volgens Eriksson is in 10 procent van de duels sprake van een slecht wedstrijdklimaat. Een klein deel daarvan ontaardt in geweld.
De gedragsproblemen zijn het grootst bij de senioren, met name in de lagere regionen. De bond bestrijdt deze vooral op het veld, met disciplinaire maatregelen. Zo geldt er sinds 2021 naast de reguliere ranglijst ook een omgekeerde ‘fair play-ranglijst’.
Hoe meer gele en rode kaarten, hoe meer punten op deze tabel. Ploegen die hoog eindigen, krijgen straf, variërend van verdubbeling van het inschrijfgeld tot puntenaftrek. ‘Wat we ook doen is een waarnemer sturen, die bij wedstrijden gaat kijken wat er misgaat. De club moet dan de vergoeding van de waarnemer ophoesten’, zegt Gunnarzon.
Het is nog te vroeg om te zeggen of het allemaal wat uithaalt. Het district hoopt vooral dat het sportiviteitsbeleid voor de jeugd op termijn de mentaliteit verandert. De Zweedse bond heeft de Groene Kaart inmiddels overgenomen en in het hele land ingevoerd.
Het seizoen in ons deel van Stockholm, met heel gevarieerde wijken, is in elk geval voorbeeldig verlopen. Ook tijdens de Farstacup is de sfeer langs de lijn goed: geen irritante, fanatieke ouders en met applaus voor de tegenstander.
‘Wij moeten een voorbeeld zijn voor onze kinderen’, zegt trainer John Ståhl, die bij aanvang van het seizoen de adviezen doorstuurde. ‘Duidelijk instructies helpen daarbij.’
Het kwam dit seizoen een enkele keer voor dat hij en zijn collega’s moesten ingrijpen. ‘Dat was omdat ouders van de tegenpartij negatief waren over ons. Ze riepen bijvoorbeeld dat het een makkie was, omdat we er niks van bakten. We hebben toen tegen hun trainer gezegd dat hij de ouders daarop moest aanspreken. Ik weet niet of het overkwam, maar het is belangrijk om te zeggen.’
De Stockholmse bond verspreidt ook filmpjes om de boodschap over te brengen. Daarin worden langs de lijn schreeuwende en klagende ouders verplaatst naar andere situaties, zoals de supermarkt, de taxi en de klaslokaal. De boodschap: daar accepteren we dit gedrag niet, waarom langs de lijn dan wel?
Een goede zaak, meent voetbalmoeder Terés Lundkvist. ‘De trainer moet coachen en niet de ouders. Natuurlijk zeggen we thuis weleens: je kunt dit of dit beter doen, maar ik ga echt niet langs de lijn aanwijzingen roepen.’
Sommige van de trainers van Stureby hebben aan het begin van het seizoen ook een tweedaagse training gevolgd. Dat ging bijvoorbeeld over hoe je met kinderen met ADHD omgaat, maar ook over het stimuleren van sportief gedrag. Die aanbevelingen gingen daarop naar de ouders.
‘Misschien werk jij bij een voorbeeldclub’, zegt Gunnarzon in een reactie. ‘Zeker niet alle trainers geven onze aanbevelingen door. Maar ik word blij als ik dit hoor. We hebben iedereen nodig om het probleem op te lossen.’
Een lolly houdt de ouders stil
De KNVB ziet ook verharding op de velden, zegt Jan Dirk van der Zee, directeur amateur- en vrouwenvoetbal. De bond nam recent extra maatregelen. Zo geldt nu ook in het amateurvoetbal dat alleen de aanvoerder in discussie mag met de scheidsrechter. Als de arbiter verbaal of fysiek onheus wordt bejegend, wordt het betreffende team twee weken uit de competitie gezet.
Bij het jeugdvoetbal steunt de KNVB vooral lokale initiatieven om een positieve houding te stimuleren. Zo werken voetbalclubs uit Breda sinds vorig seizoen ook met een Groene Kaart. En vorige maand deelden dezelfde Bredase clubs lolly’s uit aan ouders om ze rustig te houden.
‘De druk wordt wel steeds groter om een ouderbeleid te ontwikkelen’, zegt Van der Zee. ‘Ouders krijgen een steeds grotere mond en er zijn soms massale vechtpartijen bij jeugdwedstrijden. Tekenend is dat uit onze belevingsmeting blijkt dat jeugdspelers het gelukkigst waren tijdens corona, omdat ouders toen afwezig waren.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant