Home

Bij de populairste voetbalclub van Israël leren ook de jongste fans: we haten Arabieren

Jeruzalem loopt uit, want voetbalclub Beitar Jerusalem speelt thuis tegen Maccabi Haifa. Snelwegen zijn afgezet om de schare supporters in goede banen te leiden. Het bijna uitverkochte Teddystadion stroomt vol met meer dan twintigduizend fans in de clubkleuren zwart en geel.

Beitar, in 1936 opgericht door zionisten, is de populairste profvoetbalclub van het land. Niet gek. Beitar bungelt nu even op plaats vier in de eredivisie, maar werd zes keer landskampioen en won acht keer de Israëlcup, de beker, de laatste keer in 2023.

Het gaat niet om voetbal alleen. Beitar is de club van rechts Israël. Premier Benjamin Netanyahu geldt als fan. Zijn radicaal-rechtse minister van binnenlandse veiligheid Itamar Ben-Gvir bezoekt het Teddystadion graag.

Racisme geldt hier allerminst als iets om je voor te schamen. Dit is voor sommige fans reden tot trots: Beitar heeft in tegenstelling tot andere grote Israëlische clubs nog nooit een Arabische speler gehad.

‘We willen niet dat Arabieren meespelen’, zegt Boaz Kalimi op de tribune. ‘Want weet je hoe het anders gaat? Dan blijken ze voor Hamas en gaan ze je vermoorden.’ Hij gebaart naar zijn keppeltje. Het spelersbeleid benadrukt volgens hem dat ‘Israël alleen voor Joden’ is.

Boaz groeide op met Beitar (‘dit is mijn familie’). Als kleuter bezocht hij zijn eerste wedstrijd. Nu hij vader is, geeft hij alles waar deze club voor staat weer door. Zijn dochters Shira (14) en Tela (16) filmen de wedstrijd vol overgave op hun telefoon.

Over de auteur
Ana van Es schrijft de komende weken vanuit Jeruzalem over de gevolgen van 7 oktober, een jaar geleden.

Wanneer de spelers van Haifa het veld betreden (één voetballer van dit elftal, een middenvelder, is Palestijns) begint het scanderen. ‘We gaan winnen en we neuken de Arabieren, olé olé.’ Het geluid komt van de oostzijde.

De ‘oostzijde’ van Beitar beslaat een lange wand van het stadion. Hier staat de harde supporterskern. La Familia noemen ze zich, de familie. Mocht dit maffia-achtig klinken: inderdaad zijn het harde jongens.

Het clubbestuur, dat van goede wil lijkt, probeerde meerdere keren om Arabische spelers of moslims aan te trekken en zo het racisme te beteugelen. Steevast smoort La Familia zulke initiatieven met dreigementen, brandstichting en andere duidelijke taal.

De hooligans aan de oostzijde? Het gezicht van Shlomi Abramov breekt open in een lach. Man, vroeger stond hij daar zelf. En dat was geweldig. ‘Als je alle lol en alle problemen wilt, dan moet je daar naartoe. Wij waren ultra’s. Maar ik ben nu vader en getrouwd.’

Maten van vroeger gingen ook verder in het leven. ‘Het is niet meer zoals vroeger.’ Naast hem zit zoon Aviel van 5, een verwonderd gezichtje boven zijn zwart-gele clubsjaal. ‘Hij speelt nu vooral binnen in huis. Ik wil dat hij naar buiten gaat, probeert te voetballen.’

Als Haifa scoort, vallen de Beitarsupporters stil. Maar nog voor de rust maakt Beitar het 1-1. De oostzijde heft een klassieker aan uit het clubrepertoire: ‘We wensen dat je dorp zal afbranden.’

In het stadion is de oorlog zichtbaar. Gewonde militairen worden in een erehaag over het veld gedragen. Een groepje mannen onthult een spandoek ter nagedachtenis aan Noam Yosef, fanatiek supporter van de oostkant. Noam, 20 jaar, sneuvelde als militair in Gaza. ‘We gingen altijd samen naar de wedstrijden’, zegt zijn neef Itai. ‘Ik mis hem.’

Beitar wint met 3-2. De oostzijde joelt eerst, het stadion haakt aan: ‘Dit is de staat Israël. De staat van de Joden. Ik haat alle Arabieren.’ Bij pappa op schoot zingt de jongste generatie mee.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next