Home

Brussel ontdekt zichzelf eindelijk als een stad vol art-nouveauparels

Ruim 100 jaar na de bouw van meer dan duizend art-noveaupanden heeft Brussel ontdekt dat de bouwstijl een geweldige toe­ris­ti­sche at­trac­tie is. Twee bijzondere art-nouveauhuizen zijn sinds kort open voor het publiek: Maison Hannon en Victor Horta’s ‘meest gedurfde ontwerp ooit.’

Viens, viens. De man wenkt zijn vriendin. Kom, kijk. Zij, met Billie Eilish-achtig roze haar, komt snel aangelopen. Hij spreidt zijn getatoeëerde armen uit, alsof hij het huis, waar ze naar kijken, zelf gebouwd heeft. Op een bepaalde manier passen de tatoeages bij het pand.

Maison Hannon heeft een erker die als het ware organisch uit de gevel groeit en een balkon gewelfd als een bloemblad. Gebouwd in die sierlijke,
botanische art-nouveaustijl die in Brussel eind 19de, begin 20ste eeuw zo alomtegenwoordig was.

‘Wij zijn art-nouveaugroupies,’ zegt de vrouw. ‘Dit is het tweede huis dat we vandaag zien. Nog twee te gaan.’

Over de auteur

Mirjam Bosgraaf is reisjournalist voor de Volkskrant.

Toeristische rijkdom

Brussel is een echte art-nouveaustad. Wel duizend art-nouveauhuizen zijn er bewaard gebleven, had Arlette Clauwers verteld. Clauwers is van Korei, de organisatie die ze 29 jaar geleden oprichtte en die speciale art-nouveaurondleidingen organiseert.

Ze moest er 28 jaar op wachten voor Brussel de stijl net zo hartstochtelijk omarmde als zijzelf. Pas vorig jaar werd het eerste Brusselse art-nouveaujaar gehouden en pas de laatste jaren zijn panden als Huis Solvay en Huis Van Eetvelde voor bezoek geopend.

Met succes: meer dan een miljoen bezoekers kwam in 2023 voor deze architectuur naar Brussel. Arlette Clauwers: ‘Ik denk dat het Gewest Brussel laat heeft ingezien wat voor toeristische rijkdom ze in handen heeft. Dat terwijl hier de art nouveau ontstaan is.’

Paleisje

Ook Maison Hannon is gerestaureerd en sinds kort open voor publiek. Het huis op de Brugmannlaan werd in 1902 ontworpen door architect Jules Brunfaut voor het echtpaar Marie en Édouard Hannon.

Van binnen is het nog meer een art-nouveaupaleisje dan van buiten, met de ‘universele harmonie van de natuur’ die in alles terugkomt, in de golvende lijnen van de trap, in de gele lissen in de glas-in-loodramen van de serre en in het schelpmotief op de mozaïekvloer in de hal.

Het stel van net positioneert zich op de schelp voor een selfie, wangen tegen elkaar. ‘We zien onszelf een beetje als die twee.’ Ze wijst vrolijk naar het enorme fresco waarop mevrouw en meneer Hannon als herders zijn geschilderd, terwijl een zwevende vrouw rozenblaadjes naar hen strooit.

Later buiten gebeurt iets vreemds. Opeens ruikt het naar paardenpoep op de brede Brugmannlaan. Kan dat, dat je je zo in de 19de eeuw waant, dat het ruikt als toen? Naar paardenkoetsen, absint en savon noir, de zeep waar, zoals Charles Baudelaire in Pauvre Belgique schreef, de Brusselse vrouwen hun stoepjes mee schrobden?

Nieuwe kunst

Arlette Clauwers van Korei vertelt dat in de tweede helft van de 19de eeuw alles samenkwam in deze jonge, vooruitstrevende Belgische hoofdstad. De steenkoolmijnen en de staal- en glasfabrieken veroorzaakten een geweldige economische boom en een klasse van nieuwe rijken.

En Brussel borrelde en bruiste van kunstzinnigheid. Schrijvers, kunstenaars; iedereen wilde hier zijn en was in de ban van de nieuwe kunst die de natuur als uitgangspunt had en nu eens niet teruggreep op het oude. Nieuwe kunst, art nouveau.

In die tijd bedacht de jonge architect Victor Horta iets revolutionairs. Hij had gezien hoe Alphonse Balat, de rijksbouwmeester van de bouwlustige koning Leopold II, de koninklijke kassen had ontworpen: een triomf van glas en ijzer en licht en ruimte.

Het Tasselhuis

Wat nou als je die nieuwe materialen gebruikte voor een woonhuis met net zoveel licht en ruimte? Victor Horta deed het. Hij liet in 1893 het allereerste art-nouveauhuis bouwen, vermoedelijk van heel Europa: Het Tasselhuis.

Het staat er nog steeds, met – inderdaad – glas en gietijzer in de bollende gevel. De hal binnen wordt gezien als het begin van de typische Brusselse art-nouveaustijl, met die decoratie van weelderig ontbottende plantenstengels, de zogeheten zweepslagstijl.

Na Tassel ging het razendsnel voor Victor Horta. De ene na de andere industrieel vroeg hem om zo’n hypermodern huis te bouwen in een van de nieuwe groene buitenwijken. Zoals het duizelingwekkende Solvayhuis aan de Louizalaan. Horta deed zo lang over de bouw dat het hem de bijnaam ‘architect stillekes aan’ opleverde.

Maar binnen zie je dat hij dag en nacht gewerkt moet hebben, omdat werkelijk elk detail in art-nouveaustijl is uitgevoerd, tot aan de sierlijk gekrulde deurhendels aan toe. Met Horta begon het, de golf van art nouveau die Brussel en Europa overspoelde en die zich vrijwel meteen begon te differentiëren in vele varianten van net zo veel architecten. Van art deco tot arts and crafts, van Paul Hankar tot Henry Van de Velde.

Koloniale kant

Later die middag staan er andere art-nouveaupelgrims voor het Van Eetveldehuis, weer een Horta-creatie, aan de chique Palmerstonlaan. Het Van Eetveldehuis is, net als Maison Hannon, sinds kort open voor publiek. Twee grijze Nederlandse vriendinnen kijken naar de gevel. Ze zouden ook op weg kunnen zijn naar Santiago de Compostella, met hun wandelschoenen en rugzakken.

Binnen lopen twee steeds foto’s van elkaar makende zussen rond met een dreumes. Arlette Clauwers had het Huis van Eetvelde aanbevolen. Omdat het, gebouwd in opdracht van Edmond Van Eetvelde, indertijd gezant van de koning in Belgisch Congo, de actuele discussie over de koloniale kant van art nouveau aanzwengelt.

Veel uit Congo geroofde materialen, koper, hardhout, ivoor, werden voor die mooie art-nouveauhuizen gebruikt. Maar het Van Eetveldehuis is ook architectonisch gezien interessant en Victor Horta’s ‘meest gedurfde ontwerp ooit’, in zijn eigen woorden.

Centrale koepel

Hij was de eerste architect die een herenhuis niet opdeelde in een voor- en achterkamer, maar met een centrale hal met een glazen dak, die voor licht en ruimte zorgde. In Van Eetvelde is dat principe nog verder doorgevoerd. Dit huis rust helemaal op een stalen geraamte, de ‘gordijngevel’ is er eigenlijk voor de sier.

En het heeft een centrale glas-in-loodkoepel, die een zacht, als door boombladeren gezeefd zonlicht in de ruimte brengt. Een woonhuis als een wintertuin. En dat voor 1901. De vriendinnen en de zussen staan samen bijna eerbiedig stil naar omhoog te kijken in de koepel. Tot het jongetje zijn hoofd door het krullerige hekwerk steekt, vast komt te zitten, en hard moet huilen.

Meer informatie en geheime tips

Informatie over art-nouveaupanden en de speciale art-nouveaupas vind je op: visit.brussels/nl/bezoekers/agenda/brussel-hoofdstad-van-de-art-nouveau

Speciale aanraders van de ‘tweede generatie’ art-nouveauarchitecten: Het Cauchiehuis, met de gele sgraffito-tekeningen op de gevel. En Maison Saint-Cyr, art-nouveau-extravaganza van Gustave Strauven. Met een zachtgroen hekwerk, zo fijn als Brussels kant.

Geheimtip: De Vanderschrikstraat, complete art-nouveaustraat van Ernest Blerot. Met op de hoek, aan de leuke Jean Volderslaan, art-nouveaurestaurant La Porteuse d’Eau, waar pianomuziek klinkt en je ‘stoemp’ kunt eten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next