Wereldleiders gaan in november om tafel in Azerbeidzjan om klimaatafspraken te maken. Bijvoorbeeld over hoe we de opwarming kunnen beperken tot 1,5 graden. Hoe staat het eigenlijk met het vaakst genoemde getal in de klimaatwereld? We vroegen het twee vooraanstaande wetenschappers.
In november begint de jaarlijkse klimaatconferentie van de Verenigde Naties. Daar moeten wereldleiders het eens worden over een klimaatbeleid dat voldoende uithaalt, maar tegelijkertijd eerlijk is voor iedereen. Niet de eenvoudigste diplomatieke opgave.
Er wordt in de klimaatwereld enigszins sceptisch naar deze klimaattop gekeken. Die vindt dit jaar voor de tweede keer op rij plaats in een oliestaat. Het is nog maar de vraag of daar een deal wordt gesloten, zeggen experts. Het thema van deze top ligt namelijk extreem gevoelig: het gaat vooral over de kosten van klimaatbeleid. Oftewel: wie moet er gaan betalen om de wereld leefbaar te houden?
Die leefbaarheid is verbonden aan een bijna iconisch getal: 1,5 graden. Het is het vaakst genoemde cijfer in de klimaatwetenschap en komt uit het Parijsakkoord (2015). Met dat verdrag spraken landen van over de hele wereld met elkaar af om de opwarming van de aarde sinds de industrialisatie te beperken tot ruim onder 2 en het liefst 1,5 graden.
Hoe staat het er eigenlijk voor? "Dat we over die grens heen gaan, is helaas vrijwel zeker", zegt hoogleraar milieukunde Detlef van Vuuren. Hij werkt bij het PBL en is verbonden aan VN-klimaatpanel IPCC. Van Vuuren vertelt dat de kans om er, zonder tijdelijke overschrijding, onder te blijven eigenlijk al gevlogen is. Volgens de hoogleraar is de aarde rond het jaar 2030 met 1,5 graden opgewarmd.
Afgelopen jaar was de wereld twaalf maanden op rij gemiddeld 1,6 graden opgewarmd, mede door hoge uitstoot en weersverschijnsel El Niño. En hoewel het klimaat over meerdere decennia wordt gemeten in plaats van één jaar, is die aanhoudende warmte wel veelzeggend.
IPCC-auteur Heleen de Coninck is hoogleraar aan TU Eindhoven op gebied van systeemtransities en klimaatverandering. Ook De Coninck denkt dat we de grens van 1,5 graden binnenkort passeren, al dan niet tijdelijk (in klimaattaal heet dat overshoot). "De uitstoot door de verbranding van fossiele brandstoffen blijft ieder jaar hoog en groeit zelfs nog steeds licht."
De CO2-uitstoot die in de atmosfeer belandt door het verbranden van olie, gas en kolen, zie je terug in onderstaande grafiek.
De klimaatwetenschap is duidelijk: iedere tiende graad opwarming heeft al gevolgen. Wat gebeurt er dan bij een overschrijding van 1,5 graden? "Als we over de 1,5 graden heen gaan, betekent dat niet dat we van een klif storten", zegt Van Vuuren. "Wel zullen klimaatrisico's groter worden: extreme hitte in Zuid-Europa, zeespiegelstijging, stormen en mislukte oogsten."
Daarnaast komen we ook dichter bij de kantelpunten in het klimaatsysteem, vertelt De Coninck. Die kantelpunten veroorzaken onomkeerbare veranderingen, zoals het uitsterven van soorten en het versneld afsmelten van de ijskappen in Groenland en Antarctica.
Het perspectief van de wetenschappers is in lijn met een onheilspellend klimaatrapport uit oktober. Daarin waarschuwden 15.000 wetenschappers van over de hele wereld dat we met de huidige koers een "kritieke en onvoorspelbare fase" van de klimaatcrisis ingaan. En deze week nog waarschuwden de Verenigde Naties voor een "klimaatcatastrofe" als landen hun uitstoot niet nu naar beneden halen.
Wordt er geen extra klimaatactie genomen, dan gaat de aarde richting de 2,5 à 3 graden. "Een vrij rampzalige opwarming", volgens Van Vuuren. "Die we te allen tijde moeten voorkomen."
De grafiek hieronder laat de opwarming van de aarde zien, gemeten op basis van land- en zeetemperatuur. In 2023 was de opwarming gemiddeld 1,48 graden sinds het einde van de negentiende eeuw.
De belangrijkste vraag is nu dus: hoe komen we straks weer ónder die 1,5 graden? Want dat is zeker mogelijk, zeggen beide experts. Bijvoorbeeld door ambitieuzer klimaatbeleid te voeren op wereldniveau, en tegelijkertijd uitstoot uit de lucht te halen.
Dat laatste kan door heel veel bomen te planten en machines in te zetten die broeikasgassen uit de atmosfeer zuigen. Die zijn al in ontwikkeling, maar worden nog niet op grote schaal ingezet.
Verandering kost tijd, maar de cijfers leren ons dat klimaatbeleid zin heeft. Wetenschappelijke inschattingen die vóór 'Parijs' gemaakt werden, kwamen nog uit op 3,5 graden opwarming in deze eeuw. Maar door onder andere de enorme groei van zonne- en windenergie zijn die voorspellingen gedaald naar 2,7. "Er gebeurt al heel veel, maar het is nog niet genoeg", zegt De Coninck.
Het is daarom cruciaal dat er een deal wordt gesloten op de klimaattop in Azerbeizjan, denken zij. Beiden wijzen op de verantwoordelijkheid van rijke landen om bij te dragen aan de transitie van arme landen. Die zijn vaak nog afhankelijk van vervuilende energiebronnen als kolen.
Dus ook Nederland, vindt De Coninck. "Nederland is een ver ontwikkeld, rijk land met een hoge historische uitstoot. Daarbij hoort een verantwoordelijkheid."
Nederland onderhandelt in een blok van Europese landen. Voor dat blok ligt een belangrijke taak, zegt ook Van Vuuren. "Een belangrijk onderdeel van de klimaattop is het opbouwen van onderling vertrouwen: te laten zien dat iedereen dit serieus neemt", zegt hij. "Daar speelt Europa een grote rol in. Als wij laten zien dat we onze uitstoot verminderen, wordt het makkelijker voor landen als China en India om ook wat in te leveren."
Source: Nu.nl algemeen