Home

De kloof in de samenleving na de moord op Theo van Gogh is twintig jaar later een constante geworden

Ik dacht nog: als het maar geen Turk is! Hoe gruwelijk de moord of het nationale trauma ook is, dat is de eerste gedachte die bij veel biculturele mensen op zo’n moment door het hoofd schiet. Op 2 november 2004 maakte de radicale moslim Mohammed B. een einde aan het leven van Theo van Gogh, omdat hij de islam zou hebben beledigd. Onder meer door de film Submission uit te brengen, over de positie van vrouwen binnen de islam. Je zou Theo van Gogh met recht Nederlands grootste vrijdenker kunnen noemen en de moord op hem was een aanslag op het vrije woord.

‘Als je voor je leven moet vrezen, in wat voor land leven we dan?’ vroeg Peter R. de Vries zich af tijdens een eerder tv-gesprek tussen hem en Van Gogh, dat nog online terug te zien is. Beide mannen zijn vermoord vanwege hun mening en werk. In een andere video die ik op YouTube terugkijk, vertelt Van Gogh over hoe hij de islam ziet als de grootste bedreiging van het Westen. Toen de Moren aan de macht waren, was het goed, zegt hij. Maar rond het jaar 1500, 1600 was de islam volgens hem gestopt zich verder te ontwikkelen en heeft daarmee de Verlichting gemist.

Over de auteur
Yesim Candan is publicist en columnist. In de maand oktober is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Van Gogh noemde de islam een ‘achterlijke cultuur’ en moslims in Europa de ‘vijfde colonne’. Dingen waar ik het niet mee eens ben, maar waarvan ik wel vind dat hij ze mocht zeggen. Ook dat Nederlanders bang zouden zijn om kritisch te zijn over de islam, hekelde hij. Wat een contradictie met vandaag de dag: mensen uiten hun afschuw over de islam gepast en ongepast. Waar Van Gogh dit nog op een literaire manier deed, doet iemand als Geert Wilders dit op populistische wijze, met agressieve toon en zonder onderbouwing, en zorgt daarmee voor polarisatie in de samenleving.

De koelbloedige moord op Theo van Gogh greep me destijds enorm aan en na zijn dood schreef ik, toen 30, een brief aan toenmalig minister-president Peter Balkenende. De reden: ik maakte me zorgen over de kloof tussen autochtone en allochtone Nederlanders. Nederlanders waren boos en de sfeer was grimmig. Vreemdelingenhaat komt op zo’n moment vaak om de hoek kijken omdat mensen altijd naar een groep willen wijzen als schuldige.

Ik wilde het imago van mensen die naast de Nederlandse ook nog een tweede cultuur hadden een nieuwe impuls geven en opperde in mijn brief aan de minister-president om een soort Idols voor allochtonen uit te schrijven, een wie-is-de-leukste-allochtoon-verkiezing. Ik noemde het: inspiratie voor integratie. Mijn collega’s bij de Baak, het managementcentrum van VNO-NCW waar ik toen werkte, lachten mij uit en zeiden: denk je nou echt dat de heer Balkenende jou gaat uitnodigen?

Een paar weken later stond ik in het Torentje. De heer Balkenende geloofde in mijn project en gaf mij de kans om tijdens het Maatschappelijk Bindingscongres te speechen, in het bijzijn van heel politiek Nederland. Dit congres werd door de overheid georganiseerd naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh, omdat er paniek was in de politiek over de multiculturele samenleving. Overigens vind ik dat de Nederlandse samenleving dat nog steeds is: biculturele mensen worden veelal óf als slachtoffer, óf als crimineel weggezet.

In drie minuten tijd vertelde ik mijn idee om een bijdrage te leveren aan het integratiedebat. Op dat moment gingen alle gesprekken erover of de integratie mislukt was. Rita Verdonk, destijds de minister van Integratie, was enthousiast over mijn project en zei: ‘Ik heb nog nooit iemand zo positief horen praten over integratie.’ Ook de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Henk van Hoof zag een samenwerking op dit front wel zitten.

Zo gezegd, zo gedaan. De ‘allochtonenwedstrijd’ was een feit, de eerste editie vond in 2005 plaats. Alleen zat me iets dwars. Een Engelsman en een Duitser werden geen allochtoon genoemd, een Turk of een Marokkaan wel. Dus stelde ik voor om het woord ‘bicultureel’ te gebruikten voor iemand die twee (of meerdere) culturen in zich verenigd heeft. Dat klonk een stuk positiever.

Met steun van Ahmed Aboutaleb, Job Cohen, Neelie Kroes en nog vele anderen was Inspiratie voor Integratie jaarlijks een ding. We zijn in 2009 na vier jaar gestopt; er waren andere soortgelijke initiatieven opgekomen. Onze missie zat er zogezegd op.

Fast forward naar 2024: we weten allemaal hoe we ervoor staan nu. De kloof die vlak na de moord op Van Gogh zo groot was, is nu een constante factor in onze maatschappij geworden. Burgers en politiek staan lijnrecht tegenover elkaar, ook onderling. Maar ten opzichte van landen als Frankrijk bijvoorbeeld, waar de vlam in de banlieues soms behoorlijk in de pan kan slaan, wordt het integratiedebat in Nederland gelukkig minder hard gevoerd. Laten we dit alsjeblieft zo houden. En laten we een land zijn voor vrijdenkers. Vrijheid van meningsuiting is ons grootste goed.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next