Een middel om (veel) ouder te worden dan de pakweg 110 jaar die ons nu in het beste geval gegeven is, lijkt in aantocht. Nu maar hopen dat we het nog meemaken, stelt moleculair bioloog en Nobelprijswinnaar Venki Ramakrishnan.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in o.a. klimaat en microleven.
Venki Ramakrishnan is er maar meteen duidelijk over. Alle opgewonden verhalen uit Silicon Valley over het uploaden van het brein, het invriezen van doden of het oprekken van de levensduur met exotische pilletjes ten spijt: de eerste mens die 150 jaar oud zal worden, moet nog geboren worden, denkt hij.
In zijn net verschenen boek, Waarom we sterven, zet hij de nieuwe biologische inzichten over veroudering op een rij. Want met de opkomst van de moderne celbiologie, pakweg de afgelopen dertig jaar, begint de wetenschap eindelijk te snappen wat het precies is, waardoor we met het klimmen der jaren krakkemikkiger, gerimpelder en grijzer worden. En lukt het wetenschappers, bij proefdieren, zelfs al te morrelen aan het slot van de veroudering.
Alleen is dat nog wat anders dan er nu al iets aan kunnen doen, zal Ramakrishnan dit weekend uiteenzetten, op het Brainwash-festival in Amsterdam. ‘Voorlopig is het idee dat we allemaal kunnen leven tot voorbij de 100 nog net zo ver weg als dertig jaar geleden’, zegt hij, via beeldverbinding vanuit Engeland.
Wat frustrerend eigenlijk.
‘De vraag is niet zozeer of het mogelijk is om ouderdom te vertragen; de vraag is vooral hoe moeilijk dat zal zijn. Vergelijk het met het koloniseren van Mars. Ook dat is in theorie mogelijk. Maar de praktijk is dat we ons nog niet eens kunnen voorstellen wat je allemaal nodig hebt om in zo’n vijandige omgeving een kolonie te vestigen.’
Maar wat niet is, kan nog komen?
‘Zeker, in de wetenschap is het gevaarlijk om ‘nooit’ te zeggen. Maar ik heb het gevoel dat er grote doorbraken nodig zijn om het vertragen van veroudering op een veilige én effectieve manier voor elkaar te krijgen.’
72 is hijzelf inmiddels: een opgeruimde, bescheiden wetenschapper, die beeldbelt vanuit zijn huis in Engeland, waar hij wacht op de monteur van zijn garagedeur. ‘Ook al verouderd’, lacht Ramakrishnan. En nee, veroudering is niet zijn specialisme: dat is het ribosoom, het onderdeel van cellen dat eiwitten maakt. In 2009 won hij de Nobelprijs voor de Scheikunde voor zijn baanbrekende werk ernaar.
En nu dus een boek over veroudering. Omdat het een onderwerp is dat iedereen aangaat, zegt hij. En omdat er zoveel bakerpraatjes over rondgaan: alsof we onze levensduur met de juiste pillen nu al als een elastiekje kunnen oprekken. Een belofte waaraan miljarden worden verdiend, weet hij.
‘Er zijn techmiljardairs die serieus geld steken in het antiverouderingsonderzoek. Ik maak weleens het grapje: toen ze jong waren, wilden ze rijk worden en nu ze rijk zijn, willen ze jong worden. Het leek me dus een goed moment om het grote publiek te laten begrijpen wat er echt gaande is en wat hype is.’
Wat is veroudering?
‘Ruim gezegd is het de opeenhoping van chemische veranderingen en schade aan je cellen en weefsels die ontstaat met de jaren. Uiteindelijk manifesteert zich dat in dingen zoals een rimpelende huid, slechter gezichtsvermogen, verlies van spiermassa, haarverlies.
‘Vaak gaat het daarbij om moleculaire veranderingen die je vroeg in het leven juist voordeel geven, zodat je kunt groeien, volwassen worden en nageslacht krijgen, maar die zich later tegen je keren. Zo ontstaan er steeds meer veranderingen aan ons DNA die methylering worden genoemd (het chemisch ‘afplakken’ van stukjes DNA, red.) Dat begint al vanaf het moment dat we worden verwekt. Dus je kunt stellen dat we, letterlijk, al vanaf de conceptie verouderen.’
Is veroudering een ziekte, zoals je wel hoort?
‘Het zijn vooral anti-verouderingsbedrijven die dat zeggen. Als veroudering géén ziekte is, is het namelijk moeilijk om goedkeuring te krijgen voor eventuele medicijnen. Daarom willen ze dat de Amerikaanse medicijnautoriteit FDA of de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) veroudering tot een ziekte verklaren.
‘Dat is tot nu toe niet gebeurd. Ziekte is per definitie een abnormale toestand. Kanker is een ziekte, omdat niet iedereen kanker krijgt. Maar verouderen doet iederéén. Het is onvermijdelijk, en alomtegenwoordig, een continu proces. En er is geen duidelijke definitie: nu ben je oud, nu ben je het niet.’
Er bestaat toch zoiets als de biologische leeftijd?
‘Dan moeten we het eerst eens worden over wat daarvoor de indicatoren, de biomarkers, zijn. Er zijn tegenwoordig zoveel biomarkers die allemaal net iets anders meten, dat er hele discussies zijn: mijn markers zijn beter dan de jouwe. Terwijl je niet eens één biologische leeftijd hebt. Zelfs de organen binnenin ons lichaam verouderen in verschillend tempo.’
De Groenlandse haai kan 400 worden en wij niet. Terwijl we net als een haai zijn opgebouwd uit cellen, die ruwweg hetzelfde werken. Hoe kan dat?
‘Dat is inderdaad een interessant punt. De Groenlandse haai heeft een extreem trage stofwisseling, waardoor alles bij hem trager verloopt. En onlangs verscheen een artikel dat aantoonde dat de Groenlandse haai ook veel meer DNA-herstelmechanismen en andere mechanismen heeft om schade door veroudering te herstellen.’
Dat wil ik ook wel. Hoe komt zo’n haai daaraan?
‘Dit gaat terug op de evolutie. De natuur selecteert op efficiënt gebruik van hulpbronnen. Als je klein en kwetsbaar bent als een muis, heeft het geen zin om veel te investeren in een heel lang leven; je kunt je hulpbronnen beter steken in snelle groei, hoge vruchtbaarheid en veel nakomelingen. Voor de Groenlandse haai werkt dat andersom. Misschien is het wel extreem moeilijk voor hem om een partner te vinden en heeft hij meer tijd nodig om zich voort te planten. In elk geval was het evolutionair voordelig om langzamer te gaan.’
De oudste mens op aarde werd 122 jaar, de uiterste levensduur van de meeste mensen ligt waarschijnlijk ergens rond de 110 jaar. Voor een soort van onze lengte en met ons metabolisme is dat best lang.
‘Ja, het is ongeveer twee keer zo lang als je zou verwachten. Al denk ik niet dat onze levensduur per se begrensd is.’
Zijn er recente doorbraken die u hoop geven voor het vertragen van veroudering?
‘In mijn boek beschrijf ik er een aantal. Zo zijn er medicijnen die het effect van caloriebeperking nabootsen, een toestand van verhongering waarvan we weten dat het de levensduur verlengt. Die klasse van verbindingen – het anti-afstotingsmiddel voor transplantatiepatiënten rapamycine is een bekende – kan veelbelovend zijn. Het is alleen wel zeer de vraag of het veilig is om dit langdurig te gebruiken als je gezond bent, omdat het een afweerremmend middel is.
‘Een andere aanpak is om senescente cellen te doden. Dat zijn cellen die niet meer delen, maar wel ontstekingsmoleculen afscheiden. Gaandeweg krijgen we er steeds meer van. Bij proefdieren is aangetoond dat als je die cellen kunt doden, veel van de symptomen van veroudering verbeteren. Een derde idee borduurt voort op de waarneming dat jong bloed beschermt tegen veroudering. Mogelijk kunnen we bepaalde gunstige of juist schadelijke moleculen in jong en oud bloed identificeren en daar iets mee doen. Al denk ik dat deze strategie nog wat verder weg is.
‘Nog een idee is dat van metabolische voedingsstoffen. Er is een hele klasse stoffen, zoals NAD+-voorlopers, die wat voordelen lijken te hebben bij proefdieren. Dat zijn nu al grote kaskrakers. Al denk ik dat de effectiviteit ervan nog veel beter moet worden onderzocht.’
Opvallend optimistisch in uw boek bent u over het herprogrammeren van onze cellen, met zogeheten Yamanaka-factoren. Dat zijn stofjes die volgroeide cellen kunnen terugzetten in een meer jeugdige, oorspronkelijke staat.
‘Yamanaka-factoren zijn transcriptiefactoren die, als ze in een cel worden geïntroduceerd, kunnen zorgen dat de cel zijn ontwikkeling omkeert. Naarmate we ouder worden, verliezen we stamcellen, de cellen die betrokken zijn bij de regeneratie van onze weefsels. Maar als je ontwikkelde cellen zou kunnen terugzetten naar stamcellen, dan zou je weefsels kunnen regenereren.’
Spannend.
‘Zeker. Maar het brengt twee problemen met zich mee. Eén is het risico op kanker. En het tweede is: hoe krijg je dit in mensen? Bij muizen doen we dit door de Yamanaka-factoren simpelweg in hun genoom te introduceren. Je hebt dan wat we transgene muizen noemen (genetisch gemanipuleerde muizen, red.) Hun DNA is veranderd, met deze Yamanaka-factoren onder controle van een medicijn zoals doxycycline. Je geeft ze doxycycline en de Yamanaka-factoren schakelen aan, en omgekeerd.
‘Bij de mens kan dat uiteraard niet. Een andere manier zou zijn om ze via virussen in cellen te krijgen. Dan nog is het probleem hoe je verschillende weefsels bereikt en hoe ze gelijkmatig verspreid worden. Dit is niet zoiets als het nemen van een pil. Dus ik vind het spannend, maar ik ben niet optimistisch dat het snel zal gebeuren.’
Stel dat het ooit lukt: hebben we dan een levenselixer voor de eeuwige jeugd gevonden?
‘Ik denk niet dat deze methoden ooit perfect zullen zijn. Zelfs in het gunstigste geval zullen we uiteindelijk verouderen en zal een ingreep de veroudering hooguit vertragen. Dat je veroudering echt kunt terugdraaien, heeft niemand nog aangetoond. En muizen die dit soort behandelingen ondergaan, leven echt niet zo gek veel langer.’
U bent, met alle respect, zelf ook niet meer zo piep. Wat doet uzelf om jong te blijven?
‘Niet veel bijzonders. Ik ben vegetariër, omdat ik als vegetariër ben opgevoed. Helaas ben ik ook een vreselijke zoetekauw. Maar ik denk dat de dingen die je kunt doen zijn matig te eten, proberen elke dag te sporten en goed te slapen. Volgens mij werkt dat beter dan elk supplement of medicijn dat je kunt nemen.’
Als er een wondermiddel zou zijn waarmee u nog eens duizend jaar zou blijven leven, zou u het dan nemen?
‘Duizend jaar lijkt me wat overdreven, maar als ik tien gezonde jaren extra zou krijgen, dan waarschijnlijk wel. Ik slik nu al statines en bloeddrukverlagers, ook een onnatuurlijke interventie. Daarvan heb ik ook niet tegen mijn dokter gezegd: doe maar niet.’
En duizend jaar erbij?
‘Als zo’n middel er zou komen, zal het ook gebruikt worden, door iedereen. En stel je eens voor dat dezelfde mensen dan blijven rondhangen. Nieuwe ideeën en doorbraken komen vaak niet van oudere mensen, maar van mensen die nog jong en stoutmoedig zijn en op nieuwe manieren denken. Ik denk dat je een stagnerende maatschappij zou creëren, in plaats van een wereld waar nieuwe mensen en ideeën tot ontwikkeling komen. Het lijkt me beter om te accepteren dat we dit leven nu eenmaal hebben en er het beste van moeten maken, voordat we plaatsmaken voor de volgende generaties.’
Dat zegt u mooi.
Hij grijnst. ‘Het is ook makkelijk gezegd hoor. Er is een oude grap: wie wil er nou 100 worden? Het antwoord: iemand die 99 is.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant