Italiaanse bankengigant Unicredit wil Commerzbank overnemen, de tweede bank van Duitsland. Berlijn is bezorgd. Onterecht, stellen Italiaanse experts. ‘Je kunt niet alleen vóór een Europese markt zijn wanneer het je uitkomt.’
is correspondent Italië, Griekenland en de Balkan van de Volkskrant. Ze woont in Rome.
Het hoofdkantoor van Unicredit, een 31 verdiepingen hoge wolkenkrabber, staat nu nog aan het zakelijkste – en winderigste – plein van heel Italië. Maar Piazza Gae Aulenti in het hart van Milaan is niet lang meer de thuisbasis. De bank verhuist in 2030 naar een nieuw megacomplex (kosten: 1 miljard euro), met zelfs speciale gastenverblijven voor medewerkers die van buiten Milaan op bezoek komen. De grootste bank van Italië verbergt haar torenhoge ambities niet en hoopt die slaapplekken binnenkort nóg beter te kunnen benutten als ze erin slaagt de Duitse Commerzbank over te nemen.
Unicredit maakte begin september bekend een aandeel van 9 procent in de tweede bank van Duitsland te hebben genomen. De helft daarvan kocht het van de Duitse staat, die met 12 procent nog altijd de grootste aandeelhouder is. Maar Unicredit kondigde in de loop van september aan zijn aandeel te willen vergroten tot 21 procent. En uiteindelijk zelfs te willen doorstoten naar 29,9 procent. Daarmee zouden de Italianen de Commerzbank overnemen van de Duitse staat.
Zover is het nog niet, want de deals moeten nog worden goedgekeurd door diverse financiële toezichthouders. Ook lijkt er, sinds de overnameplannen door Europa gonsden, lichte paniek te zijn uitgebroken in de Duitse politiek.
Een Italiaanse bank die op de deur van Berlijn bonkt om een Duitse bank over te nemen, is dat wel zo’n goed idee? Italië heeft immers niet de beste reputatie binnen Europa als het gaat om financiële degelijkheid en betrouwbaarheid. Ook komt de mogelijke overname op een toch al moeizaam moment voor de Duitse economie, die voor het eerst sinds 2002-2003 twee jaar op rij krimpt.
Volkswagen bevindt zich in zwaar weer. Chemiegigant Covestro, met thuisbasis Leverkusen, werd vorige maand voor 14 miljard euro overgenomen door een staatsolieconcern uit Abu Dhabi. En dan nu ook de tweede bank van het land in vreemde handen?
‘Het proces is vanuit de Duitse regering onhandig verlopen’, constateert Carsten Brzeski, hoofdeconoom van ING Duitsland. ‘Zeker nu er toch al groeiende angst is voor een uitverkoop van Duitse bedrijven.’
In Berlijn sloeg de stemming dan ook snel om nadat de plannen van Unicredit bekend werden. Bondskanselier Olaf Scholz noemde de Italiaanse overnamepoging ‘vijandig’ en verklaarde zich tegenstander. Ook de Duitse vakbonden verzetten zich, vrezend voor verlies van banen bij Commerzbank na een overname.
De Duitse huiver is onterecht, vindt Domenico Lombardi, hoogleraar bankbeleid aan de Romeinse privé-universiteit Luiss. ‘Unicredit is een van de best presterende banken van Europa’, zegt hij. ‘Terwijl Commerzbank juist veel problemen heeft.’ Niet voor niets is de Duitse overheid, zelfs na de eerste verkoop van 4,5 procent van de aandelen aan Unicredit, nog altijd de grootste aandeelhouder van Commerzbank.’
Commerzbank is na Deutsche Bank de grootste bank van Duitsland, maar aanzienlijk kleiner en minder winstgevend dan Unicredit. Volgens gegevens verzameld door persbureau Reuters maakte de Italiaanse bank het afgelopen jaar een winst van 9,5 miljard euro, tegenover 2,2 miljard voor Commerzbank. De omzet van Unicredit bedroeg 23,8 miljard, tegenover 10,5 miljard voor Commerzbank.
Commerzbank heeft dus vooral te winnen bij de Italiaanse overname, stelt ook hoogleraar bankeneconomie Andrea Resti, werkzaam aan de Milanese privé-universiteit Bocconi. Beide experts wijzen erop dat Unicredit weliswaar gezeteld en beursgenoteerd is in Italië, maar dat het ‘Italiaanse’ gehalte verder relatief is. De bank is actief in zestien landen, 1.132 van de 3.100 filialen bevinden zich buiten Italië en de grootste aandeelhouder in Unicredit is de Amerikaanse vermogensbeheerder BlackRock.
De trek over de Alpen van Unicredit is bovendien niet nieuw: het ronde rode Unicredit-logo is al sinds 2006 te vinden in Duitsland, nadat de Italianen de Hypovereinsbank hadden overgenomen. Met de tot dan toe grootste internationale bankenfusie ooit in Europa was 19 miljard euro gemoeid. De fusie en het baanverlies van destijds zijn een schrikbeeld voor de Duitse vakbonden.
‘We willen niet hetzelfde lot ondergaan’, verklaarde vakbondsleider Stefan Wittman van vakbond Verdi vorige maand tegenover persbureau Bloomberg. ‘We hebben geen Italianen nodig die traditionele Duitse banken komen oprollen.’
Maar experts denken daar anders over. ‘Europese leiders hebben in 2012 niet voor niets besloten een bankenunie te creëren’, zegt hoogleraar Lombardi. Na de eurocrisis besloten de lidstaten dat het noodzakelijk was om een EU-breed bankenbeleid in te stellen, met gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke toezichthouder, de Europese Centrale Bank.
In dat Europese speelveld zijn overnames van zwakkere concurrenten door sterkere broeders een volstrekt natuurlijke ontwikkeling, stelt Lombardi, die eerder bestuurder was bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. ‘Ik verbaas me vooral over de verbazing.’
Hij wijst erop dat er in de Italiaanse bankensector ook grote Franse investeerders actief zijn, en dat Duitse bedrijven hun stempel drukken op andere delen van de Italiaanse economie. Het bekendste voorbeeld is de overname van vliegtuigmaatschappij ITA (voorheen Alitalia) door het Duitse Lufthansa. ‘Dit soort overnames horen bij een geïntegreerde Europese markt.’
Sterker, ze zijn zelfs nodig, stelt voormalig premier van Italië en ex-president van de Europese Centrale Bank (ECB) Mario Draghi in een veelbesproken rapport over de toekomst van de Europese Unie, dat vorige maand uitkwam. Brussel moet strategische keuzen maken tussen industrieën om op het wereldtoneel mee te concurreren, aldus Draghi. Hij maakte het rapport op verzoek van Europese Commissie-voorzitter Ursula von der Leyen.
Volgens hoogleraar Lombardi zijn fusies zoals die tussen Unicredit en Commerzbank onvermijdelijk onderdeel van die Europese toekomst. ‘Voor een sterkere markt hebben we ook sterkere banken nodig.’ Hij wijst erop dat de Europese bankensector nog weinig geconcentreerd is in vergelijking met bijvoorbeeld de Amerikaanse. ‘Daar hebben de grote spelers een veel groter marktaandeel. In Europa is ruimte voor meer bundeling.’
Ook buiten Italië deelt de bankenwereld dat sentiment. Dominique Laboureix, voorzitter van het Single Resolution Board, de autoriteit van de Europese bankenunie, stelde bijvoorbeeld dat ‘consolidatie binnen de unie voordelen brengt aan het hele systeem’.
De Duitse angst voor een Italiaanse overname is vooral psychologisch, vermoedt hoogleraar Resti. ‘Duitsers zijn sowieso minder gewend aan buitenlandse eigenaren, zeker van hun banken. En wij Italianen hebben, al dan niet terecht, niet de meest betrouwbare reputatie.’
Een grote zorg in Duitsland betreft het feit dat Unicredit 36 miljard euro aan Italiaanse staatsobligaties bezit. Anonieme Duitse ambtenaren stellen tegenover persbureau Reuters dat Berlijn bang is dat de Duitsers daardoor zullen opdraaien voor een mogelijke Italiaanse schuldencrisis. De hoge Italiaanse staatsschuld van 135 procent van het bruto binnenlands product versterkt dit risico. De kersverse Commerzbank-directeur Bettina Orlopp zei bang te zijn dat een overname leidt tot een lagere rating van de bank in de ogen van kredietbeoordelaars.
Hoogleraar Resti is van die bezwaren niet onder de indruk. Het lot van Unicredit is al aan Duitsland verbonden via de Hypovereinsbank, benadrukt hij. ‘Een sterkere bankensector heeft juist voordelen voor de Duitse economie. Er kunnen bijvoorbeeld meer leningen aan ondernemers worden verstrekt.’
Wat kredietwaardigheid betreft, staat Unicredit in de ogen van de toonaangevende Amerikaanse kredietbeoordelaar S&P weliswaar één stapje lager op de ladder dan Commerzbank, maar op hetzelfde stabiel hoge niveau als bijvoorbeeld de Nederlandse Triodosbank.
Natuurlijk komt de Italiaanse reputatie van onbetrouwbaarheid niet uit de lucht vallen, zegt Resti, maar die heeft vooral met de torenhoge staatsschuld te maken, niet zozeer met de bankensector. ‘Het Italiaanse economisch systeem kent allerlei problemen.’ Maar hier regeren vooroordelen, niet de feiten, stelt hij. ‘Italianen in Europa doen me soms denken aan vrouwen in de bankenwereld’, zegt Resti. ‘Ze moeten twee keer zo hard werken om de helft te verdienen.’
Niet alleen Italiaanse economen zijn positief over de fusie, de Duitse hoogleraar bankeneconomie Lars Feld zei tegen het Italiaanse dagblad La Repubblica dat ‘de voordelen groter zijn de nadelen’.
In Milaan zijn de ogen intussen gericht op de regering in Berlijn, die over elf maanden verkiezingen ziet opdoemen en dus ook een politieke afweging zal maken. De verkoop van Commerzbank lijkt geen recept voor electorale winst. In Italiaanse media deed zelfs het gerucht de ronde dat de Duitse regering de overname met wetgeving wil tegenhouden, maar daarop volgde een snelle ontkenning uit Berlijn.
Het is ook nog wachten op groen licht van de Europese Centrale Bank, voor wat de grootste grensoverschrijdende bankenfusie in Europa tot nu toe zou worden. Wanneer de fusie – als alle stoplichten inderdaad op groen springen – afgerond kan zijn, weet nog niemand precies.
Als het aan Lombardi ligt, is dit het moment voor Berlijn om kleur te bekennen op Europees toneel. ‘Zijn de Duitsers pro-Europa of niet? Zijn ze akkoord met het rapport-Draghi of niet? Je kunt niet alleen voorstander van een Europese markt zijn wanneer het je uitkomt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant