Home

‘Palestijnen leven onder een bezettingsmacht. Grappen maken is voor ons een overlevingsstrategie’

Acteur Alaa Shehada groeide op in Jenin, een Palestijns vluchtelingenkamp op de bezette Westelijke Jordaanoever. Met zijn komische voorstelling over het verdwenen kunstwerk Paard van Jenin hoopt hij het hardnekkige stereotype van de ‘boze Arabier’ te doorbreken.

is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.

Een jaar geleden, in de nacht van 29 op 30 oktober, reed een Israëlische bulldozer door het Palestijnse vluchtelingenkamp Jenin en hield halt bij een centraal gelegen rotonde. Daar grepen de klauwen van de bulldozer het Paard van Jenin, een metershoog metalen kunstwerk dat er sinds 2003 stond. De Israeliërs wrikten het los en sleepten het weg.

De inwoners van Jenin, gelegen op de bezette Westelijke Jordaanoever, waren verbijsterd. Dat Israëlische soldaten het kamp binnenvallen, mensen neerschieten en arrestaties verrichten, zijn ze gewend. Maar het Paard, een kunstwerk van grote symbolische en emotionele waarde, was nooit eerder doelwit. ‘Ze hebben het meegenomen voor verhoor’, grapten de Palestijnen die ochtend. ‘Ze dachten dat het een terrorist was.’

‘Een typische reactie’, zegt de Palestijnse acteur Alaa Shehada (32) grinnikend. ‘Humor zit in onze natuur.’ Shehada, tijdelijk woonachtig op een woonboot in hartje Amsterdam, giet langzaam kokend water in een metalen kan met Arabische koffie, pakt glaasjes en gaat zitten. ‘Palestijnen leven onder een bezettingsmacht’, zegt hij. ‘Grappen maken is voor ons een overlevingsstrategie.’

Als onderdeel van het in Amsterdam gevestigde internationale theatergezelschap Troupe Courage reist Shehada al veertien jaar de wereld over. Normaal gesproken keert hij altijd terug naar Jenin, de plek waar hij is geboren. Maar na de aanslag van Hamas en het uitbreken van de Gaza-oorlog besloot hij samen met Troupe Courage dat het tijd was om in een solovoorstelling zijn verhaal te vertellen. De komedie Horse of Jenin gaat maandag in première in het Amsterdamse Paradiso en reist daarna het land door.

Brokstukken

Na Israëlische bombardementen op Jenin in 2002, tijdens de Tweede Intifada, zag de toen 11-jarige Shehada plotseling een onbekende man door zijn buurt struinen. Het was de Duitse kunstenaar Thomas Kilpper. Samen met kinderen uit het kamp zocht Kilpper in het puin naar metalen brokstukken. Ze vonden onder meer delen van een ambulance, waarin een Palestijnse arts door de bombardementen was gedood.

Met het oorlogsschroot bouwden ze het Paard van Jenin. ‘Op school had ik al veel gedichten over paarden gelezen’, aldus Shehada. ‘Ze staan in onze cultuur symbool voor weerbaarheid en vrijheid. Dus toen dat gigantische metalen paard op de rotonde kwam te staan, vervulde dat ons allemaal met trots. Steeds als ik er langsliep op weg naar school, werd ik even opgetild. Alleen al door ernaar te kijken.’

‘Zo veel van mijn herinneringen spelen zich af rond het Paard’, gaat hij verder. Als kind klom hij op de metershoge rug en speelde verstoppertje tussen de benen. Op de rotonde glimlachte hij als puber verlegen naar meisjes, fantaseerde over een leven in vrijheid, droomde van een eerste kus. ‘Het Paard vormt onderdeel van mijn geschiedenis’, zegt hij. ‘En nu is het weg.’

Het vluchtelingenkamp van Jenin is ontstaan toen Palestijnen bij de stichting van Israël in 1948 van hun land werden verdreven of op de vlucht sloegen voor Joodse kolonisten. In 1950, in de oorlog tussen Israël en de Arabische buurlanden die zich niet wilden neerleggen bij de stichting van de Joodse staat, is de Westoever, inclusief Jenin, door Jordanië geannexeerd. Tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 veroverde het Israëlische leger het gebied en sindsdien is het militair bezet.

Dagelijks leven

Maar de voorstelling van Shedada gaat niet over jaartallen, noch over landkaarten. Het gaat niet over het conflict dat zich al decennia voortsleept, maar over het dagelijks leven dat zich daaronder afspeelt: de vreugde bij een geboorte, de onzekerheid bij een verliefdheid, de onuitputtelijke verbeeldingskracht van kinderen. ‘Het is een kant van Jenin die zelden aandacht krijgt’, zegt hij.

Normaal gesproken gaan verhalen uit Jenin over de almaar toenemende agressie van Joodse kolonisten, die met hulp van het Israëlische leger de Palestijnse bevolking terroriseren. Of over de militante organisaties die zich vanuit Jenin met geweld verzetten tegen de bezettingsmacht. Vrijheidsstrijders in Palestijnse ogen, terroristen volgens Israël.

‘Palestijnen worden altijd neergezet als boze Arabieren, zonder kennis of cultuur’, aldus Shehada. Hij maakte daarentegen een liefdevolle en bovenal grappige voorstelling waarin hij met dit hardnekkige stereotiepe beeld breekt. De voorstelling begint met zijn geboorte, trotse tantes, en een opa die opschept over het gewicht van zijn kersverse kleinkind. ‘We hebben dezelfde gevoelens als anderen’, zegt hij. ‘Dat vergeten mensen nog weleens.’

Geen vrijheid

Hij kijkt naar buiten, er varen bootjes met joelende studenten voorbij. Toeristen maken foto’s van Shehada’s kleurrijke woonboot, opvarenden van een sloep nippen in het voorbijgaan van hun wijn. Shehada hoopt met zijn voorstelling een brug te slaan tussen zijn leven en dat van al deze mensen. ‘Het voornaamste verschil tussen ons is dat Palestijnen geen vrijheid hebben.’

De eerste keer dat hij dat volledig besefte, was Shehada 6 jaar oud. ‘Mijn oom had een boerderij en ik zat naast hem op de tractor’, vertelt hij. ‘We reden over een doorgaande weg en kwamen bij een checkpoint. Mijn oom moest de tractor uitzetten, en de soldaten namen hem mee naar de kant van de weg. Terwijl hij liep deed hij zijn T-shirt omhoog, zodat ze konden zien dat hij geen wapen in zijn broekriem had.’

Shehada staat op en doet voor hoe zijn oom met de handen boven het hoofd tegen een tank werd gezet, grote geweren op hem gericht. ‘Ze schopten zijn benen uit elkaar en na te zijn gefouilleerd mocht hij terug naar de tractor. Daar zei hij: ‘Jij moet ook, jongen. Denk erom: rustig lopen.’ Ik was ontzettend bang toen ze me tegen die tank zetten. Nadat ze me gefouilleerd hadden, mochten we verder rijden.’

Vernederingen

De checkpoints en bijbehorende vernederingen vormen vanaf dat moment een vast onderdeel van Shehada’s leven. Want hoewel in de Oslo-akkoorden van de jaren negentig is vastgelegd dat de Palestijnse Autoriteit het voor het zeggen zou krijgen op de Westoever, trok Israël zich niet terug. Integendeel, de nederzettingen werden steeds verder uitgebreid, er wonen inmiddels zeker 700 duizend kolonisten.

De nederzettingen zijn illegaal volgens internationale verdragen. Afgelopen juli bevestigde het Internationaal Gerechtshof dat, en riep Israël op tot de ontruiming van de nederzettingen en het vertrek van alle kolonisten. Israël is niet van plan gehoor te geven aan deze niet-bindende uitspraak. De militaire aanwezigheid van Israël in Palestijns gebied gaat gepaard met discriminatie en segregatie, aldus het Hof. Er is de facto sprake van een apartheidsbeleid.

‘Leven onder een bezettingsmacht betekent dat iemand anders de loop van je dag bepaalt, en daarmee je humeur’, vertelt Shehada. ‘Als ik naar het strand wil, moet ik langs checkpoints. Als ik een vriend in Ramallah wil opzoeken, word ik tegengehouden. Dit geldt voor iedereen, ook voor christelijke Palestijnen. Zelfs de Palestijnse president kan zich niet vrij bewegen. Dat maakt iedereen boos en gefrustreerd.’

En bang. ‘Als je met de auto langs de nederzettingen rijdt, gooien kolonisten vaak stenen. Het is stressvol, ieder moment kan je voorruit worden geraakt. Als je dan niet voldoende gefocust bent, raak je van de weg.’ Shehada vreesde meermaals voor zijn leven. ‘Ik botste een keer tegen een andere Palestijnse auto. Toen we daarna stilstonden langs de weg, dook ineens een kolonist naast me op en trok zijn wapen. ‘Rijden!’, schreeuwden mijn vrienden achterin. Ik gaf gas en we konden ontsnappen.’

Appgroepen

Of die keer dat hij er bij een checkpoint achter kwam dat zijn identiteitsbewijs onder zijn autostoel was gevallen. ‘Ik voelde paniek, want iedereen weet dat de soldaten schieten als je onder je stoel reikt of een andere onverwachte beweging maakt. Ik had geluk dat ik Engels spreek, en de soldaat kon uitleggen dat mijn identiteitskaart was gevallen. Ik kon haar in het Engels smeken niet te schieten.’

Shehada vertelt over de talloze appgroepen waarin de Palestijnen elkaar waarschuwen over de wegen die ze beter kunnen mijden. En hoe in die groepen aan de lopende band grappen worden gemaakt. ‘Dan appt iemand: ‘Er is daar en daar een checkpoint. De wachttijd is lang maar de soldaten zijn heel knap.’’ Hij grinnikt en haalt zijn schouders op: ‘We hangen nu eenmaal graag de joker uit.’

Shehada, de oudste van vijf kinderen, speelde als kind al toneel, al wist hij toen nog niet dat het zo heette. ‘Ik speelde stiekem de mensen van de televisie na. Mijn ouders mochten dat niet weten, want ik was bang dat ze me raar zouden vinden.’

Freedom Theatre

Pas toen hij een voorstelling zag in het in 2006 opgerichte Freedom Theatre van Jenin, besefte hij dat meer mensen ‘raar’ deden. De Tweede Intifada was net voorbij en er brak een periode van relatieve rust aan op de Westoever. ‘Er was enige hoop dat dingen beter zouden worden’, vertelt Shehada. ‘Er kwamen ineens allerlei mensen uit de Verenigde Staten en Europa om vrijwilligerswerk te doen. En er werden theaters gebouwd, een totaal nieuw fenomeen voor mij. Ik voelde me direct thuis in die wereld.’

In 2009 kwam de Nederlandse theatermaker Katrien van Beurden met het door haar opgerichte gezelschap Troupe Courage naar Jenin. In het Freedom Theatre gaf ze workshops aan de lokale jeugd en zo leerde ze Shehada kennen. Het klikte tussen de twee, Shehada had talent, en Van Beurden nodigde hem in 2010 uit toe te treden tot haar gezelschap.

‘Toen ik voor het eerst in Europa kwam, begreep ik pas wat het betekent om bewegingsvrijheid te hebben’, vertelt hij. ‘Ik was stomverbaasd om te zien dat je van Amsterdam naar Antwerpen kunt rijden en geen enkele soldaat tegenkomt. Dat je van stad naar stad kan reizen, zelfs landsgrenzen kunt oversteken, zonder dat iemand je tegenhoudt.’ Hij schudt het hoofd: ‘Dat privilege kennen Palestijnen niet.’

Troupe Courage maakt theater in de geest van Commedia Dell’arte, een theatervorm die stamt uit het Italië van de 16de eeuw. Acteurs besloten toen de verhalen van gewone mensen te gaan vertellen. De spelers gebruikten komedie en maskers om van het ene naar het andere personage te veranderen, en namen geregeld de machthebbers op de hak. Het wordt theater van de underdog genoemd, theater van speels verzet.

Maskers

Shehada schreef de tekst van Horse of Jenin, Van Beurden nam met Thomas van Ouwerkerk de regie voor haar rekening. Met verschillende maskers speelt Shehada personages uit zijn leven in het vluchtelingenkamp, verder is er geen decor. ‘Het publiek gebruikt de eigen verbeeldingskracht om de details van de scènes in te vullen’, legt Shehada uit. ‘Het wordt daardoor een gezamenlijk verhaal.’

De regisseurs en Shehada kozen voor een persoonlijk verhaal, omdat je het daar moeilijk mee oneens kunt zijn. Bij een politiek getinte voorstelling beland je snel in meningen, vooral bij zo’n beladen onderwerp. Dan gaan de discussies na afloop in de foyer over wie er gelijk heeft. Liever willen ze dat het publiek zich herkent in Shehada’s verhaal, en dat er ruimte komt voor verbinding en dialoog.

‘Juist komedie is daarvoor heel geschikt’, zegt Shehada. De luchtigheid ervan maakt dat mensen beter naar de waarheid kunnen kijken. Dat zag je ook na de winst van Trump in 2016. Stand-upcomedians konden soms sneller dan journalisten uitleggen wat de kern van de nieuwe situatie was. Troupe Courage werkt vanuit de overtuiging dat je eerst samen moet lachen om te kunnen huilen, om daarna een dialoog aan te kunnen gaan.

Uit de bubbel

Zo kwam een Israëlische kennis van Van Beurden op dier uitnodiging naar Shehada’s try-out in september. Ze wist niet goed wat haar te wachten stond, maar heeft uitbundig om zijn grappen gelachen. Daardoor besefte ze zich naar eigen zeggen hoe haar cultuur met die van de Palestijnen verbonden is. Na afloop vertelde ze Shehada dat ze het wel kwetsend vond dat 7 oktober niet werd genoemd. ‘Als ik die datum noem, moet ik ook al die andere data noemen’, legde hij haar uit. Het gesprek eindigde in een innige omhelzing tussen de vrouw en Shehada.

Van Beurden stapte na de try-out het podium om een oproep te doen. ‘We hebben deze voorstelling niet alleen gemaakt voor een links-progressief publiek in de theaters’, zei ze. ‘Dus werk je voor scholen, bedrijven of overheden, neem contact met ons op. Zodat we Horse of Jenin aan een breed publiek kunnen tonen. We willen onze bubbel uit.’

De nacht waarin het Paard van Jenin werd gestolen, dinsdag een jaar geleden, telde meer verwoestingen. De Israëliërs sloopten ook de toegangspoort van Jenin, die uit twee metershoge witte bogen van natuursteen bestond. ‘Deze plaats is een wachtkamer, totdat we terugkeren’, stond erop geschreven, een uitdrukking van de hoop dat Palestijnen ooit weer terug kunnen naar het land van hun verdreven en gevluchte (voor)ouders.

Ook is een kunstwerk van een watermeloen, een rotonde verderop, vernietigd. Jenin produceert watermeloenen, de inwoners zijn trots op de kwaliteit ervan. De watermeloen staat daarnaast ook symbool voor de Palestijnse vrijheidsstrijd. Tot de Oslo-vredesakkoorden van 1993 verbood Israël de Palestijnen hun vlag te gebruiken. Als alternatief gingen Palestijnen afbeeldingen van opengesneden watermeloenen gebruiken, die dezelfde kleuren hebben als de vlag: rood, wit, groen en het zwart van de pitten.

Uitwissen

‘Door onze symbolen te vernietigen wil Israël onze cultuur en onze geschiedenis uitwissen’, zegt Shehada daarover. ‘Ze willen ons breken, ze ontkennen dat het Palestijnse volk bestaat.’ Hij laat de tijdelijke werkvergunning zien, geldig tot maart komend jaar, die hij hier kreeg van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND). ‘Alaa Shehada, Jenin, Israël’, staat erop. Shehada heft zijn handen ten hemel: ‘Ook hier bestaan we niet echt.’

Op de woonboot wordt Shehada soms verteerd door woede en verdriet. Dan scrollt hij urenlang langs beelden van verkoolde kinderlijkjes en platgebombardeerde gebouwen. Familie en vrienden appen hem dagelijks over de almaar toenemende agressie van kolonisten en het leger op de Westoever. ‘Kijk, dit was gisteren’, mompelt hij en toont foto’s van dode kinderen na een bombardement op Tulkarm, een stad nabij Jenin.

Hij zucht. ‘Ik voel me schuldig dat ik hier ben, en zij daar. Maar als ik daar was gebleven, was ik gek geworden.’ Komedie is voor Shehada een medicijn. ‘Spelen voor honderden mensen die meegaan op een reis die ik heb gecreëerd, en die ik allemaal tegelijk aan het lachen maak, dat helpt me mijn emoties te reguleren’, zegt hij. ‘Ik heb het spelen nodig voor veerkracht, om te kunnen overleven.’

Van het Paard ontbreekt nog altijd ieder spoor. Shehada zoekt even naar woorden om uit te leggen wat dat voor hem betekent. ‘Het is alsof een bezetter midden in de nacht met een bulldozer naar de Dam gaat’, zegt hij dan. ‘Dat ze jullie oorlogsmonument daar weghalen, en dat jullie er nooit achter komen wat ermee is gebeurd.’ Met zijn voorstelling houdt Shehada het Paard nu nog even in leven.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next