Home

‘We zijn door sociale media minder interessant geworden en dat is bijzonder droevig’

Historicus Timothy Snyder werd wereldberoemd met zijn boeken over tirannie. In aanloop naar de verkiezingen in de VS richt hij zijn vizier juist op de vrijheid die daarbij op het spel staat. ‘Het is vaak de markt die vrij is en niet de mensen.’

‘Heeft u kinderen of bent u in therapie?’ Met samengeknepen ogen kijkt Timothy Snyder via de Zoom-verbinding vanuit Boston naar de kindertekeningen aan de muur van de Volkskrant-interviewer. Die maakt op deze manier kennis met de gortdroge scherpzinnigheid van de 55-jarige Amerikaanse historicus.

Snyder werd de afgelopen twintig jaar wereldberoemd werd met zijn boeken over Oost-Europa, de Sovjet-Unie en de Holocaust, met name het in 2010 verschenen Bloedlanden, over massamoorden door Hitler en Stalin. In Over tirannie (2017) en De weg naar onvrijheid (2018) waarschuwt hij voor de opmars van antidemocratisch gedachtegoed.

De onverwachte openingsvraag van de geïnterviewde past in de lijn van Snyders nieuwste boek. Het in september verschenen Over vrijheid is filosofischer, persoonlijker en psychologischer dan zijn voorgaande werk. En Snyders uitgangspunt is 180 graden gedraaid. Hij schrijft nu niet over het verschrikkelijke wat de mensheid heeft aangericht – of nog zou kunnen aanrichten – maar gaat op zoek naar ‘het goede, hetgeen het waard is te worden beschermd’. En dat is vrijheid.

In Over vrijheid beziet Snyder zijn eigen land, de Verenigde Staten, door het prisma van het begrip vrijheid, een van de belangrijkste peilers van het collectieve Amerikaanse zelfbeeld. Maar ook een van de verwarrendste. Want, zegt Snyder, dat Amerikanen hun mond vol hebben van vrijheid, wil nog niet zeggen dat ze ook begrijpen waar ze over praten. Als de Verenigde Staten na de presidentsverkiezingen van 5 november zouden besluiten met zichzelf in relatietherapie te gaan, zou Snyders Over vrijheid niet misstaan op de armleuning van de sofa.

De kern van Snyders verhaal is de stellige overtuiging dat Amerikanen vrijheid al tientallen jaren verkeerd definiëren, namelijk uitsluitend negatief. Het fundamentele onderscheid tussen positieve en negatieve vrijheid is het duidelijkst beschreven door de Britse filosoof Isaiah Berlin (1909-1997). Negatieve vrijheid is de afwezigheid van externe beperkingen of bedreigingen. Het is vrij zijn van iets: van regels en vooral van overheidsbemoeienis. In de praktijk wordt vrijheid op deze manier een privilege voor oligarchen, vindt Snyder. En tot die groep rekent hij ook de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump en techmiljardair en X-eigenaar Elon Musk.

Positieve vrijheid is het vermogen van mensen om dingen te verwezenlijken: om zich te ontwikkelen, controle te hebben over hun eigen leven, en morele en ethische keuzes te maken.

Het fundament van positieve vrijheid is het menselijk vermogen om zichzelf en de eigen behoeften te herkennen in anderen. Een baby die huilend en bebloed geboren wordt is niet vrij, schrijft Snyder, maar kan dat worden met hulp van andere mensen en betrouwbare, toegankelijke instanties – zijn boek is tussen de regels door een pleidooi voor een sterkere Amerikaanse overheid.

Hoe komt het dat negatieve vrijheid in de VS gemeengoed is, en positieve vrijheid voor lief wordt genomen en daardoor lijkt te zijn gemarginaliseerd?

‘Veel Amerikanen denken automatisch aan negatieve vrijheid, omdat het een belangrijke bouwsteen is van ons historische verhaal: wij hebben onszelf bevrijd van de Britten en van de monarchie. We waren vrij van het verleden, vrij om hier opnieuw te beginnen. Dat komt samen met het psychologisch eenvoudige, maar voor velen aantrekkelijke idee dat vrijheid betekent dat je precies kunt doen waar je zin in hebt, dat je je impulsen kunt volgen. En dat alles wat je daarvan weerhoudt een obstakel is dat uit de weg moet worden geruimd.

‘Dat sluit weer naadloos aan bij de hardnekkige economische ideologie die vrijheid gelijkstelt aan afwezigheid van de overheid. Ook hier is een diepe historische connectie. Want ooit was je in Amerika een vrij man wanneer je land, slaven en vrouwen bezat. Alleen een overheid kan deze versie van vrijheid van iemand afnemen. De manier waarop witte Amerikanen over vrijheid denken is besmet door onze slavernijgeschiedenis.’

Amerikaanse droom

Snyder ploegt geconcentreerd en in weloverwogen bewoordingen door de schier eindeloze aarde van zijn eigen gedachten, maar schrikt daarbij af en toe op: ‘Wat was ook alweer de rest van de vraag?’

Amerika gold in de 20ste eeuw ook als bakermat van positief vrijheidsbegrip, het land met kansen voor iedereen, de Amerikaanse Droom. Wanneer is dat op de achtergrond geraakt?

‘Aan het einde van de jaren tachtig van de 20ste eeuw begonnen president Ronald Reagan en de Britse premier Margaret ­Thatcher het begrip vrijheid te gebruiken in hun pleidooien voor privatisering en de vrije markt. Precies op datzelfde moment kwam er een einde aan het communisme in Oost-Europa – een historisch toeval.

‘Als jonge man was ik destijds voor mijn werk nauw betrokken bij het Amerikaanse buitenlandbeleid. Iedereen was ontzettend nerveus over de onrust en instabiliteit in de Sovjet-Unie en waartoe dat zou leiden. Maar toen dat een paar jaar later mee leek te vallen, begonnen mensen dingen te zeggen als: ‘Zie je wel, de geschiedenis staat aan onze kant.’

‘Het was dit moment in de vroege jaren negentig, waarop mensen begonnen te denken over vrijheid als iets wat er gewoon is zolang er een vrije markt is. Dat is een aantrekkelijke, maar in feite autoritaire gedachte. Want het is de markt die vrij is en niet de mensen. Het is zoals geloven in een god of een leider, je plaatst de vrijheid buiten jezelf, gaat ervan uit dat de markt de vrijheid voor je in stand houdt.’

In uw boek komen terloops veel typisch Amerikaanse helden van de vrije markt voorbij, van de ‘frontier cowboy’, tot Elon Musk, Mark Zuckerberg en in zekere zin Donald Trump zelf. Mannen die, naar eigen zeggen, in hun eentje de top hebben bereikt. Zijn zij de kampioenen van het negatieve vrijheidsbegrip?

‘De cultus rondom de man die het helemaal alleen heeft gedaan is ontzettend destructief, omdat het suggereert dat iedereen daartoe in staat is. Wie hierin gelooft blijft achter met een kale en lege vrijheidsgedachte die neerkomt op: we zijn allemaal op onszelf aangewezen en sommigen zullen succesvol zijn omdat ze miljarden verdienen en voor de rest geldt – eigen schuld. Dat leidt tot zelfhaat en het verafgoden van dit soort ‘helden’ en heeft weinig met vrijheid te maken.

‘Tot zover de cultus. Nu de feiten. De fantasieverhalen waarin mensen als Musk en Zuckerberg zichzelf presenteren als innovatieve helden van deze tijd zijn totaal irrationeel. Want wat betreft techniek en innovatie zijn zaken als Facebook en Twitter kinderspel, de software is compleet oninteressant. De reden dat ze hier veel geld mee kunnen verdienen is dat ze monopolies creëren door de eerste en enige speler op een bepaalde markt te zijn. Maar het is de overheid die uiteindelijk ten grondslag ligt aan hun successen, want het internet waarvan ze afhankelijk zijn is aangelegd met Amerikaans belastinggeld. Ze zijn freeriders op kosten van de federale overheid.’

Tussen de regels door is uw boek een – excuses voor dit woord – rant tegen sociale media in het bijzonder en digitalisering in het algemeen.

Snyder grinnikt even, instemmend. ‘Het was zeker gemakkelijker om zonder afleiding boeken te lezen toen ik een kind was. En toen ik in de jaren negentig in Europa woonde, had ik alle tijd om Pools, Duits en Frans te leren spreken, zonder constant te worden afgeleid door Engels sprekende digitale objecten. En deze twee zaken zijn wel echt vormend geweest voor wie ik ben geworden. En als ik naar mijn studenten kijk, dan lezen ze nauwelijks nog voor hun plezier. Zelfs de slimsten niet. En ik geef les aan Yale.

‘Maar de belangrijkste reden van mijn afkeuring is de constante aanwezigheid van het digitale in menselijke interactie. Ik voel hoe sociale media ons allemaal minder geduldig en minder tolerant hebben gemaakt. We zijn gewoon minder interessant dan we waren en dat is bijzonder droevig. Sociale media werpen mensen steeds terug op zichzelf, en vaak niet de beste kant van zichzelf.’

Lievelingsdenkers

Waar Snyder politiek staat is geen geheim. Bijna dagelijks waarschuwt hij in zijn nieuwsbrief voor de in zijn optiek in toenemende mate fascistische trekken van Trump. Over vrijheid is een door en door politiek geëngageerd boek, en verscheen niet voor niets in de laatste fase van de spannendste verkiezingsrace in decennia. Maar het is op geen enkele manier een geijkt ‘Hoe heeft het zo ver kunnen komen?’-verhaal.

Snyders boek, zo schreef de recensent van The New York Times onlangs, is ‘een combinatie tussen memoires, meditatie en een manifest’. Zijn argumenten voor positieve vrijheid ontleent Snyder aan een aantal van zijn lievelingsdenkers – geen van allen Amerikaans: de Duitse Edith Stein, omgebracht in de Holocaust, de Franse filosoof Simone Weil, de Tsjechische en Poolse dissidenten Václav Havel, Adam Michnik en Leszek Kołakowski, een bekend criticus van Karl Marx. Hun ideeën vervlecht Snyder met belangrijke ervaringen uit zijn eigen leven, van zijn vrij recente bijna-doodervaring als gevolg van een genegeerde blindedarmontsteking en lakse zorgverleners, jeugdherinneringen aan Onafhankelijkheidsdag op de boerderij van zijn grootouders in Ohio, en de colleges over vrijheid die hij geeft aan jonge gevangenen.

En Snyder keert steeds terug naar Oekraïne, het land dat hij ziet als een lichtend voorbeeld in het omarmen van positieve vrijheid – in de moeilijkste omstandigheden denkbaar. De keuze van president Volodymyr Zelensky om na de Russische invasie in Kyiv te blijven, de morele afweging die hij maakte – dát is vrijheid volgens Snyder. Hij spreekt Zelensky regelmatig, in het Oekraïens, want die taal spreekt Snyder vloeiend.

Zijn manifest voor een positief vrijheidsbegrip werkt Snyder uit aan de hand van vijf vormen van vrijheid die een mens in staat stellen zijn vrijheid te praktiseren: soevereiniteit, onvoorspelbaarheid, mobiliteit, feitelijkheid en solidariteit.

Van deze vijf vormen was ik het meest verrast door ‘onvoorspelbaarheid’. Waarom moeten mensen onvoorspelbaar (kunnen) zijn om vrij te zijn?

‘Dit antwoord heeft een diep deel en een politiek deel. Het diepe deel heeft te maken met het soort schepsels dat we zijn. Een steen die van een berg valt is niet vrij. Wie snel uit de weg springt voor die steen, is misschien ook niet vrij omdat het een reflex was. Maar als je erover nadenkt hoe je het verhaal van de vallende steen straks aan je vrienden gaat vertellen, dan ben je plotseling vrij. Daarmee stijgen we uit boven de fysieke wereld, want er is niets in de fysieke wereld dat voorschrijft hoe je dit verhaal vertelt. Of hoe u die kindertekeningen aan de muur precies moet ophangen. Wij zijn in staat ons te bewegen naar een gebied waar zaken niet voorspelbaar zijn, en dat is een centraal argument voor vrijheid.

‘Onvoorspelbaarheid is ook een verdedigingsmechanisme, dat is het politieke deel. Wie kan worden voorspeld, kan worden overheerst. En als we voorspelbaarder kunnen worden gemaakt, gaat dat overheersen ook gemakkelijker. Dat is hoe politiek werkt in tijden van sociale media. Om terug te gaan naarde VS: ik denk dat Amerikanen nu een stuk voorspelbaarder zijn dan in 2010.’

Waaraan zie je dat Amerikanen voorspelbaarder zijn geworden?

‘Ik weet precies welk antwoord een Trump-stemmer zal geven op bijna alle vragen. Omdat algoritmen hebben uitgevonden wat werkt en zulke antwoorden met de snelheid van het licht verspreiden. De gescheiden informatiesystemen zijn het grote probleem. Ik ben een best goede communicator en als witte man van middelbare leeftijd ben ik voor veel Trump-stemmers in principe niet bedreigend. Maar zelfs ik vind het heel moeilijk om überhaupt tot een gesprek te komen, om door de onzichtbare muur te breken.

‘Trump-stemmers verkeren in andere epistemische werelden, waar andere feiten bestaan. Ze geven vaak volkomen geautomatiseerde antwoorden, een soort out-of-officereply’s. Wat doe je dan? Je gaat inhoudelijk in op zo’n automatisch antwoord. Maar zij luisteren niet naar wat je zegt, omdat wat je zegt een volgend geautomatiseerd antwoord heeft getriggerd. Dus blijf je maar op een gesloten deur kloppen. Ik zeg niet dat wederzijds begrip helemaal onmogelijk is geworden. Het kán wel, maar het kost veel tijd. En juist tijd is in de huidige wereld steeds schaarser.’

Sadopopulisme

Trump is een ‘sadopopulist’, schrijft Snyder. Bij klassiek populisme, argumenteert hij, krijgt het volk nog wel iets terug van de door populisten geleide staat. Bij sadopopulisme is dat niet het geval. ‘Sadopopulisme biedt slechts het schouwspel van anderen die nog verder achtergesteld zijn.’

Heeft u eigenlijk begrip voor mensen die op Trump stemmen?

‘Tja, begrijp ik dat? Ik probeer te luisteren. Straks ga ik tien dagen naar Ohio, waar ik vandaan kom. Daar zal ik veel luisteren naar mensen die op Trump stemmen. Het is een gebied waar je goed kunt zien dat de sociale mobiliteit in Amerika stagneert. Er wonen daar veel mensen, vooral mannen, die het afgelopen decennia niet is gelukt om het milieu waarin ze opgroeiden te ontstijgen.

‘Dus die mannen van tussen de 40 en 50 jaar constateren dat ze niet hebben bereikt waar ze ooit naar streefden. Ze hebben het gevoel dat de Amerikaanse Droom niet voor hen gold. En dat is gewoon waar, objectief gezien. Dus kan ik begrijpen waar hun emoties vandaan komen.

‘Maar dat betekent niet dat ik goedkeur wat Trump ermee doet: beweren dat het allemaal de schuld is van zwarte mensen, of de illusie schetsen dat er een mogelijkheid is om terug te keren naar een geïdealiseerd verleden. Trump heeft de emoties van deze mensen opgevuld met een soort politiek waarvan ik denk dat het facisme is – ik weet dat ik met dit idee in de minderheid ben, maar volgens mij heb ik wel gelijk.’

Wat is er facistisch aan Trumps politiek?

‘Een overheid moet een instrument zijn om problemen op te lossen, maar bij Trump is de overheid er om te bepalen wie vriend en wie vijand is. Dat neemt hij als uitgangspunt voor politiek.’

‘Dit boek is een antwoord op de vraag hoe een beter Amerika eruit zou kunnen zien’, schrijft u in de inleiding van Over vrijheid. Dat klinkt hoopvol, in tegenstelling tot de meeste antwoorden die u zojuist heeft gegeven. Waar in de Amerikaanse samenleving vindt u kiemplantjes van dit betere Amerika?

‘Amerika is een veelheid. Het talent en de energie voor verandering zijn aanwezig, dat zie ik voortdurend. Wat er moet veranderen, denk ik, zijn de grote ideeën.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next