Home

Jelka van Houten en Henry van Loon: ‘We zijn vanaf het begin heel eerlijk over onze gebreken geweest’

Zij lacht onverminderd om zijn persiflages, hij grinnikt vertrouwd als zij voluit in een drol stapt. Jelka van Houten en Henry van Loon spelen niet alleen in Tropenjaren een stel met een chaotisch gezinsleven, ook buiten beeld is het een bekend terrein.

Jannie, de labradoedel van Henry van Loon (42) en Jelka van Houten (46), heeft separatieangst. Als je twee meter bij haar vandaan gaat, begint ze al te piepen. Vandaag heeft ze dat al bij twee millimeter.

‘Ligt er misschien ergens een rat?’, vraagt Jelka terwijl ze rondkijkt op het terras in Amsterdam-Noord.

‘Of hebben ze hier ergens konijnen?’, oppert Henry.

Jannie loslaten en kijken waar ze dan naartoe rent, lijkt het stel geen goed idee. ‘Dan gaat ze meteen de kroketten van iemands bord eten.’

Zeven jaar zijn actrice-zangeres Jelka van Houten en acteur-cabaretier Henry van Loon nu samen. Ze ontmoetten elkaar in het theater: Jelka stond in de grote zaal, Henry in de kleine. Ze maakten een kort praatje, daarna moest Jelka op. ‘Ren anders mee in de eindscène’, opperde ze, wat Henry deed, waarna hij met een diepe buiging meteen maar even het slotapplaus van de musical De marathon meepakte.

Niet veel later stond er ineens een motorrijder voor Jelka’s deur, in een zwart pak en met een donkere, gesloten helm op. Hij zwaaide. ‘Gewoon doorlopen’, fluisterde Jelka tegen haar kinderen, en negeerde de griezel. Nadat ze haar twee kinderen naar school had gebracht, stond Henry voor haar deur. Ditmaal met zijn helm onder zijn arm. Een vriend van hem bleek Jelka’s buurman te zijn.

Inmiddels vormen ze een samengesteld gezin met Jelka’s kinderen, een dochter (8) en zoon (15) uit een eerder huwelijk, en Bonnie, de dochter die Jelka en Henry een kleine vier jaar geleden kregen. En spelen ze samen in Tropenjaren, de BNNVara-comedyserie over de chaotische jaren van het stel Rosa en Jelle en hun eerste baby, waarvan volgende week zondag het tweede seizoen begint.

Rosa probeert in alle chaos de dateavond op woensdag in ere te houden, want ze heeft gehoord dat het súperbelangrijk is dat je met elkaar blijft daten. Doen jullie dat ook?

Jelka: ‘Dat proberen we wel.’

Wat voor dingen doen jullie dan?

Henry: ‘Fine dining.’

Jelka: ‘We vinden het ook leuk om vanaf ons huis naar het centrum van Amsterdam te wandelen.’

Henry: ‘Kennelijk zijn we al zo oud. We zijn ook een keer van Zaandam naar huis gelopen. Maar we vergeten het daten ook weleens.’

Krijgen jullie, net als in de serie, vaak meteen ruzie als jullie op date gaan?

Jelka: ‘Soms wel. Want eindelijk heb je tijd om dingen uit te spreken en dat komt er dan soms te heftig uit.’

Henry: ‘Ik heb één keer... moet ik dat vertellen?’

Jelka: ‘Ik weet niet wat je wilt vertellen.’

Henry: ‘Die ene keer, in restaurant Scheepskameel.’

Jelka: ‘O, dat was echt heel genant, haha. Dat had zo een scène uit Tropenjaren kunnen zijn.’

Henry: ‘Toen waren we te lang niet op date geweest en moest er te veel uit. En ik kon even niet zoveel incasseren. Dus ik riep: ‘Dat is helemaal niet waar!’’

Hij slaat op tafel en alle kopjes veren met veel kabaal op. ‘Het was helemaal niet agressief bedoeld, maar net zoals hier klonk het heel hard.’

Jelka: ‘Het was zo’n wankel, antiek tafeltje.’

Henry: ‘En er viel een glas om.’

Jelka: ‘Het restaurant viel helemaal stil, want na dat klengelengeleng-geluid liep jij boos weg.’

Henry: ‘Omdat ik me zo erg schaamde.’

Jelka: ‘Toen ik ook wilde gaan, hield de bediening me tegen, die ging meteen over op een soort agressieprotocol. Ik probeerde het te redden door te zeggen: ‘Nee nee nee, ik was zelf heel erg gemeen’, maar die mensen vonden dat ik per se moest blijven. Toen heb ik maar een kopje thee genomen. Ik moest echt uitleggen: ‘Het leek misschien alsof hij naar mij toe agressief was, maar dat was echt niet aan de hand.’ Ja ja, zag ik ze denken, dat zeggen ze altijd. Nu durven we nooit meer naar de Scheepskameel, terwijl het daar echt heel lekker eten is.’

Zit er een patroon in jullie ruzies?

Henry: ‘Zeker, het begint meestal als we elkaar op een pijnpunt raken.’

Jelka: ‘Ja, maar dat gebeurt pas als er al wat aan de hand is, waardoor een van de twee gespannen is. Het gebeurt nooit randomly.’

Henry: ‘Als ik merk dat we in een conflict raken, probeer ik eerst tot tien te tellen. Ik ben niet iemand die snel ontploft, maar ik moet wel even stilstaan bij de situatie en bedenken: ben ik eigenlijk niet boos over iets anders?’

Jelka: ‘Onze ruzies gaat eigenlijk nooit over iets groots, het gaat altijd mis in de communicatie. De ander is zich er helemaal niet van bewust dat je al een tijdje zit te broeden op iets waarmee je zit. Volgens mij is dat de key. Dus tegen de tijd dat het er dan uitkomt, is de één veel verder in het denkproces dan de ander, en kom je samen in de knel. Daarom ben ik altijd zo’n flapuit, ik zeg meteen alles wat ik denk. Dan heb ik in ieder geval al een zaadje geplant voor wat er later nog moet worden besproken.’

Henry: ‘Ik ben van huis uit meer een binnenvetter, dus ik heb dan tijd nodig om dat te verwerken. Tegenwoordig lukt het me beter om op zo’n moment te zeggen: ‘Oké, goed dat je het zegt, ik moet dit heel even kunnen verwerken en een antwoord formuleren.’ Dat is al beter dan niks zeggen, zoals ik vroeger deed. Want dan krijgt Jelka het idee: hij hoort het niet, hij luistert niet. Terwijl als ik communiceer: ik heb je gehoord en ja, dat was heel stom, ik ga er over nadenken, is dat een stap vooruit. Zeker in zo’n druk gezinsleven moet je heel helder blijven communiceren. Dat hebben we goed geleerd in de afgelopen zeven jaar. Mijn langste relatie ooit.’

Jelka: ‘Voor mij nog niet, dan moet je het nog zeker acht jaar met me volhouden.’

Henry: ‘Gaan we doen. Geen probleem.’

Jelka, jij geeft naast het acteren ook familieopstellingen, helpt dat ook?

Jelka: ‘Ik geef het nog niet, ik heb alleen de opleiding gedaan, voor de lol. Maar ik doe het wel vaak bij vrienden als zij het even niet weten. Dan stel ik hun familieleden met blokjes voor ze op. Of met de colaflesjes die op tafel staan. Het idee is dat veel dingen intergenerationeel zijn. Als je ouders iets niet oplossen, worden kinderen ermee belast. Ik ben bijvoorbeeld echt een gatenvuller geworden, ik vervul de rol die de ander mist. Henry’s moeder leeft niet meer, en als ik niet oppas ga ik over hem moederen.’

Henry: ‘Dan kom je op de verkeerde plek te staan. Heel vaak zijn dingen te herleiden naar vroeger, dat merk ik als ik al die therapie doe. En het krijgen van een kind heeft me ook veel geleerd. Het is een cliché, maar als vader word je erg met jezelf geconfronteerd.’

Wat wil je niet doorgeven in de opvoeding?

Jelka: ‘Oeh, goede vraag. Niet beschikbaar zijn. Pas toen ik moeder werd, kwam ik erachter dat ik nooit met mijn volle aandacht aanwezig was, dat ik mij nooit helemaal aan een ander verbond. Ik keek mensen bijvoorbeeld nooit echt aan. Dat vind ik nog steeds heel eng. Ik kijk iemand even in de ogen, en dan snel weer weg. Maar ik weet dat het voor kinderen superbelangrijk is dat je dat contact maakt, anders kunnen ze het gevoel krijgen dat ze het niet waard zijn om aangekeken te worden.

‘Wat ik ook heb geleerd en zelf niet heb meegekregen, is het belang van herhaling. Dat vertelden ze op een schoolavond. Voor kinderen is het extreem belangrijk dat je een gewoonte creëert waaraan ze een warm gevoel overhouden. Dat kan iets heel kleins zijn, bijvoorbeeld dat je kind je altijd zag uitzwaaien als-ie ’s ochtends wegfietste. Dat vond ik echt een eyeopener. O, ik hoef dus niet de hele tijd de perfecte koekjesbakmoeder te zijn, dacht ik, als ik in ieder geval maar een paar dingen consequent blijf doen. Zo bak ik op verjaardagen altijd zelf de taart. De kleur wisselt, maar de bakvorm is steeds dezelfde. Het is eigenlijk supersaai en het is nooit te vreten, maar het is wel onze traditie. En nu roept zelfs mijn zoon van 15 bij verjaardagen: ‘Je maakt wel mamataart, toch?’’

Wat wil jij liever niet doorgeven, Henry?

Henry: ‘Schaamte. Het is eigenlijk gek dat ik als vak cabaretier heb gekozen, ik heb heel erg moeten werken aan mijn schaamte. Sorry dat ik hier sta, sorry dat ik dit doe.’

Hoe kom je daaraan?

Henry: ‘Ik was best een pittig kind en de opvoedmanier van mijn ouders – en van velen in die tijd – was: doe eens even rustig. Moet je de mensen in het winkelcentrum zien kijken, wat zullen ze wel niet denken? Daardoor is die schaamte in me gaan zitten. Ik hoop erg dat ik dat niet doorgeef. Tot nu toe lijkt dat bij de jongste in ieder geval goed gelukt.’

Jelka: ‘Haha ja. Die heeft totaal geen schaamte.’

Henry: ‘Als ik nooit therapie had gehad, had ik misschien wel de hele tijd tegen mijn dochter gezegd: doe eens niet. Kijk eens, die man staat te kijken naar jou, pas op hoor, dadelijk vindt-ie jou gek. En nu hebben we een kind van bijna 4 dat te pas en te onpas haar reet aan iedereen laat zien.’

Jelka: ‘Hahaha. Ik vind dat ik het aan mijn kinderen verschuldigd ben om een zo optimaal mogelijke versie van mezelf te maken. Wat dat betreft vind ik het heel moeilijk als mensen wars zijn van therapie. Waarom? Daar heb je toch alleen maar jezelf en je kinderen mee?’

Zijn er ondanks alle therapie nog wel dingen waarover je soms ontevreden bent als vader?

Henry: ‘Zeker, als ik mijn geduld verlies. Bonnie is nu de hele tijd haar macht aan het uitoefenen. Gisteren ging ze obstinaat blokken op de grond gooien. ‘Bonnie, wat ben je aan het doen?’, zei ik. Ze reageerde niet, keek me strak aan en – pang – weer al die blokken op de grond. ‘Nu gaan we die even opruimen’, zei ik. ‘Nee!’, riep zij. Dan moet je rustig blijven en volhouden, terwijl ik eigenlijk denk: jongen, ik wil helemaal geen ruzie, ik wil gewoon eventjes chillen. Ik ruim die blokken zelf wel op, maakt mij het uit, ik ben toch al de hele dag de teringzooi aan het opruimen. Dus dan raakt mijn geduld op een gegeven moment wel op.

‘Laatst had ik het ook tijdens een naar-bed-breng-sessie die eindeloos duurde. Toen hoorde ik mezelf steeds verbetener roepen: ‘Papa vindt het helemaal niet leuk om jou boos naar bed te brengen. Papa wil dat jij gezellig naar bed gaat, en dat het gewoon goed is, en leuk. Papa wil hier helemaal niet boos op jouw bed zitten, en boos tegen jou doen!’’

Jelka: ‘Hahaha.’
Henry: ‘Dan laat je jezelf wel zo kennen.’
Jelka: ‘Maar het gaat erom hoe je terugkomt hè, hoe je je herstelt.’

Praat je standaard in de derde persoon over jezelf tegen je kind? Papa dit, papa dat.

Henry: ‘Nee, nee, nee. Maar papa was gewoon heel hulpeloos.’

Hoe vind jij dat Henry het als vader doet?

Jelka: 'Ik heb op mijn 42ste tegen artsenadvies in toch nog een baby op de wereld gezet en dat kwam voornamelijk omdat Henry zo’n ongelooflijk lieve stiefvader was. Daardoor kon ik het niet aan als hij niet zou ervaren hoe het is om zelf een kind te krijgen. Dat zegt eigenlijk al meer dan genoeg, want het was een vrij levensgevaarlijke toestand.’

Hoezo levensgevaarlijk?

Jelka: ‘Ik mocht eigenlijk geen kinderen meer krijgen, ik heb heel veel complicaties gehad bij de vorige twee zwangerschappen. Het is uiteindelijk goed gegaan, maar het heeft wel gevolgen gehad voor de periode na mijn bevalling, ik ben flink ziek geweest. Terwijl: jij hoefde niet eens per se.’

Henry: ‘Ik vond het al heel leuk om een stiefvader te zijn. Ik wilde vooral bij jou zijn, en bij jullie. Maar ik had Bonnie niet willen missen, het is een ongelooflijk grote liefde die ik nog nooit zo heb gekend.’

Jelka: ‘Ik vind je als vader van Bonnie geweldig, maar ik vind het ook heel fijn dat je in het leven van de grote kinderen bent gekomen. Je bent gewoon niet een typical man. Mensen misverstaan jou vaak omdat je zo boos kan kijken, van die grote wenkbrauwen hebt, en mensen een ongemakkelijk gevoel kan geven omdat je niks zegt of pas later reageert. Maar dat is alles wat je niet bent. Ik voel me altijd heel veilig bij Henry. Want iedereen vindt hem eng, dus niemand durft iets te doen, omdat ze verwachten dat hij zo een kopstoot uitdeelt. Terwijl hij de meest zorgzame man is die ik ken. En heel lief, en warm.’

Henry: ‘Jij ook.’

Jelka: ‘En af en toe heel ongeduldig, haha. Wat ik als moeder vooral lastig vind, is mijn kinderen vrijlaten. Mijn zoon heeft zo’n airtag voor zijn sleutels, en daarmee kan ik kijken waar hij is. Dat moet ik eigenlijk niet doen, maar dat doe ik dan toch. O!, schrik ik vervolgens, hij staat al heel lang stil op een kruispunt! En hup, daar vliegen de doemscenario’s al door mijn hoofd. Ik vind de wereld gewoon heel eng. En groot.’

Het begint hard te regenen. ‘En nat.’

Schuilend onder de parasol: ‘Ik zie gewoon overal gevaren. Dat komt ook weer door mijn verleden, ik ben zelf in de gevaarlijkste situaties terechtgekomen, met de raarste ongelukken. Ik ben geschept door auto’s, bussen en weet ik niet wat, en heb menig nekwervel gescheurd. Dat betekent dat het mijn kinderen ook kan overkomen.

‘Alleen: hoe ga je die angst niet doorgeven? Ik zal een voorbeeld geven: alle kinderen uit mijn dochters klas fietsen al zelf naar school. Wij wonen vlak bij school, maar ik loop het liefst elke dag met mijn 8-jarige dochter mee. Op een gegeven moment kon ze met een vriendinnetje meefietsen. Ik dacht alleen maar: o nee. Ik vind dat soort zaken erg spannend, je hebt gewoon geen grip op wat er met je kinderen kan gebeuren. Dat vind ik het állermoeilijkste aan het ouderschap, niet te doen eigenlijk. Ik kan te goed de verkeerde kant op fantaseren.’

Zie jij die beren ook?

Henry: ‘Ja, dat is een lekkere combinatie. Ik ben er meestal wel iets rustiger onder. Maar ik zie wel alles.’

Jelka: ‘Dat jij alle beren ook ziet vind ik juist zo prettig aan jou. Het geeft me rust dat ik weet: o, Henry is erbij en die ziet ook elke spijker. Daardoor kan ik het af en toe even loslaten, want anders lukt het me gewoon niet om het vol te houden.’

Henry: ‘Zeker toen Bonnie nog een baby was, stelde ik me voor: als zij het water in zou lopen, zou ik al onder het water liggen met twee plankjes in mijn handen, waar zij overheen kon lopen. En op het land zou ik allemaal matrasjes neerleggen. Maar kinderen moeten natuurlijk ook een keer hun hoofd stoten. Zo is er altijd een tegenkant. Ik zei net dat ik Bonnie graag meegeef zich niet te schamen, maar aan de andere kant moeten ze ook leren zich te gedragen in de publieke ruimte. Je kunt in de bibliotheek of in het café niet alles bij elkaar schreeuwen.’

Jelka: ‘In mijn opvoeding is schaamte eigenlijk helemaal niet voorgekomen, dat is wel lekker. ‘Ga jij helemaal zonder make-up de straat op?’, krijg ik vaak te horen. Ja. Soms loop ik er echt bij als een soort vlo, dat vinden mensen heel gek, zeker als je ‘van tv’ bent. Vorig jaar presenteerde ik bij RTL 4 de spelshow All Against 1, en waren mensen echt boos omdat ze vonden dat ik mijn ziel aan de duivel had verkocht. De smaakpolitie weerhoudt mij er niet van om iets te doen. Vroeger vond ik het wel ingewikkeld om niet intellectueel over te komen, maar dat is gestopt toen ik de musical Turks fruit deed.

‘Ik was niet goed op school, ik was gewoon niet de slimste, althans, ik ben niet goed in dingen onthouden. Ik krijg het ook niet voor elkaar om boeken te lezen. Maar toen ik de musical Turks fruit ging doen, moest ik Jan Wolkers ontmoeten, de kóning der Nederlanden wat literatuur betreft. ‘O, Jan Wolkers, godsallejoze, je hebt toch wel zijn boeken gelezen?!’, reageerde mijn omgeving. ‘Nee’, zei ik, ‘ik heb alleen uittreksels van zijn boeken overgetrokken van mijn vriendinnen’. Ik heb toen als een soort goedmakertje een zak zaadjes van Indische kers voor hem gekocht. ‘Ik heb uw boek niet gelezen, meneer Wolkers, maar ik vind het heel leuk dat ik dit mag doen, en ehm... hier, een zakje Indische kers.’ ‘Dat ik toch ooit zaad mag ontvangen van een vrouw’, riep hij, ‘Geweldig!’ Daarna kregen we een bijzondere vriendschap. Sindsdien weet ik dat het niet nodig is om je anders voor te doen.’

De vorige keer dat we elkaar spraken, zeven jaar geleden, vertelde je dat je nog wel de neiging had om je klunzige kant te cultiveren.

Jelka: ‘Ja, maar dat is echt voorbij.’

Dus jij hoort niet elke dag een verhaal waarin Jelka weer bijna om het leven is gekomen, Henry?

Henry: ‘Eh...’
Jelka, harde betrapte lach: ‘Nou, dat soort incidenten zijn er nog wel.’
Henry: ‘Met Jelka zijn is gewoon... Laat ik het zo zeggen: ik ben in het eerste jaar met Jelka vaker in het ziekenhuis geweest dan in mijn hele leven daarvoor. Er gebeurt gewoon heel veel met haar, nog steeds.’
Jelka: ‘Ik heb het er alleen niet meer zo vaak over, dat is het meer.’
Henry: ‘Je zet je leed inderdaad minder in als grappige anekdote. Maar je maakt nog steeds drie keer zo veel mee als ik.’

Een chiropractor zei destijds dat je onhandigheid het gevolg was van twee hersenhelften die niet in balans waren.

Jelka: ‘Klopt. Dat kon door trauma’s in je jeugd komen, zei hij, waardoor je fysiek letterlijk meer uit balans bent. Ik liep altijd best wel krom, met een been dat net wat logger is dan het andere, en dan loop je eerder tegen een paal op. Ik ga even kijken of Jannie moet plassen. Anders blijft haar gepiep doorgaan.’

Jelka gaat met de hond naar een grasveldje op zichtafstand van het terras. Na een paar stappen kijkt ze met een vies gezicht onder haar schoen.

Henry, glimlachend: ‘Dat is alweer een scène, kennelijk heeft ze in de poep gestaan. Dat zou mij dus nooit overkomen.’

Jelka roepend, terwijl ze weer terug komt lopen: ‘Gadverdamme. Het is echt heel veel.’
Ze schuift met de onderkant van haar schoen over een stoeprand.
Henry: ‘Anders moet je het even heel dicht bij het terras aan een stenen dingetje afvegen.’
Jelka: ‘Haha sorry. Ik ga heel even binnen plassen en een bakje water voor Jannie halen.’
Henry: ‘Ja, ga jij met die schoenen maar even naar binnen lopen, dat is goed, dan zien we je zo.’
Naar de interviewer: ‘Ik vind het leuk om haar een beetje te pesten.’

Ben je prateriger geworden door Jelka?

Henry: ‘Communicatiever zeker. Ik heb naarmate ik ouder en zekerder van mezelf word, en meer succes heb, meer het idee dat wat ik te zeggen heb de moeite waard is. Dat het hout snijdt. Vroeger was ik daar helemaal niet zo zeker van. Nog steeds kan ik wel in een observerende rol terechtkomen. Ik voel me totaal hulpeloos als ik in een talkshow zit om over een grappige film te praten en er ineens wordt gevraagd: ‘Henry, de hongersnood in Darfur, erg hè?’ Wat moet je dan zeggen? Eh ja, dat is niet lekker. Dorst is erg, maar honger ook.’

Over het datingprogramma B&B vol liefde leek je behoorlijk uitgesproken. Vooral deelnemer Albert persifleer je naar hartenlust op je sociale media. Wat is jouw fascinatie voor hem?

Henry: ‘Dat iemand op zijn 13de kennelijk kan stoppen met zich emotioneel te ontwikkelen. Zeker bij de wat oudere deelnemers zie je dat ze niet goed kunnen communiceren. Dan zeggen ze tegen de camera: ik had toch liever dit of dat gezien. Dat kun je dan toch beter aangeven bij die persoon zelf? Maar hun idee van romantiek is dat je naar die B&B gaat en dat het dan vanzelf gaat. Nee, je moet gewoon uitspreken wat je van de ander verwacht.’

Jelka, inmiddels weer aangeschoven: ‘Dat heb ik dan weer van Henry geleerd. Het voelt heel onromantisch, maar het werkt uiteindelijk veel prettiger dan in een Disney-liefde te blijven geloven waarin de ander uit zichzelf precies doet wat jij fijn vindt.’

Wat voor dingen spreek je dan uit?

Jelka: ‘We zijn vanaf het begin heel eerlijk over onze gebreken geweest, zoals: mijn jas ga ik nooit ophangen. In de eerste maand waren we vooral bezig om het handboek van Henry en Jelka door te nemen, en ik moet zeggen: dat werpt nog steeds zijn vruchten af.’

Henry: ‘Ik ben bijvoorbeeld niet zo attent, dus Jelka heeft me uitgelegd wat ik moest geven. ‘Weet je wat altijd werkt?’, zei ze, ‘een sieraad. Het hoeft niet groot te zijn, het kan ook een oorbel zijn, maar dat is eigenlijk altijd goed’. Dat heb ik liever dan dat ik mijn hoofd moet breken over hoe ik aan andermans onuitgesproken verwachting kan voldoen.’

Op zich spreekt Albert uit B&B vol liefde zich best goed uit. Wat vind je hem zo 13-jarig maken?

Henry: ‘Hij is bijna 70 en zegt nóg dat-ie zijn pik tot de orde moet roepen, dat vind ik vrij kinderachtig. ‘Af!’ Of hij wijst naar zijn mond: ‘No kissy kissy.’ Alsof je een soort puber bent, dat is gewoon heel erg cringe. Hij heeft een vibe waarvan je denkt: dude, grow up. Hij gebruikt ook steeds ja en nee in één zin.’ Met Brabants accent: ‘Wil je een ijsje? Ja, is goed, nee doe maar nie. Ik ga iets eten, ik heb honger, o nee, toch niet.’

‘Dat soort rare gedragingen observeer ik gewoon graag. In mijn shows zul je geen politieke boodschap horen, ik heb het liever over Geert Wilders als mens. Is hij nou een oom die ik heel graag op mijn verjaardagsfeest wil hebben, vraag ik me dan af.’

Jelka: ‘Zijn lievelingsuitje is Droomvlucht in de Efteling, toch?’
Henry: ‘Ja. Droomvlucht vindt hij echt het allermooiste wat er is. Mijn kind ook, maar die is 3.’

Jelka: ‘Ik vind het zo goed aan jouw shows dat je alles schaamteloos laat zien. Ergens veeg jij toch een soort toxic masculinity van tafel. Ik vind dat je veel doet door juist geen politiek praatje te houden, maar door bijvoorbeeld een raar dansje op te voeren, en daarna zegt: ‘Wat maakt het allemaal uit? Een kontje is een kontje.’ Dan zie je die jongens in het publiek een beetje awkward kijken, heerlijk vind ik dat!’

Hebben jullie nog last van schaamte als jullie samen in Tropenjaren spelen?

Jelka: ‘Alleen als we moeten zoenen.’
Henry: ‘Ja, dat is wel weird.’
Jelka: ‘Dat voelt heel intiem, dus dan gaan we maar nepzoenen.’
Henry: ‘Of nepseks hebben.’

Waarin vinden jullie elkaar?

Henry: ‘In bed. Tijdens het kontneuken. Nee, in de echtheid, in de no-bullshitheid. Wij gaan trouwen hè. In februari.’
Jelka: ‘Of niet. Of wel?’
Henry, met Albert-stem: ‘Ik wil wel, of nie? Ja misschien nie. Misschien moeten we niet trouwen, of wel. Ik weet nie.’

Jelka: ‘Wat voor bruidsjurk ik aan ga doen weet ik nog niet, maar wel dat ik gewoon op mijn gympies ga. Als ik op hakken trouw, sta ik de hele dag te huilen. Maar om je vraag te beantwoorden: ik denk dat we goed bij elkaar passen omdat we elkaar echt zien zoals we werkelijk zijn.’

Henry: ‘En omdat we geen aannames hebben. Zo van: als ik maar geduld heb dan gaat ze over twee jaar wel...’

Jelka: ‘Die jas ophangen.’

Henry: ‘Ik vind dat weleens vervelend, vooral met twee kleine kinderen en een puber, dat de was elke keer weer is ontploft. Dat is gewoon kut. Maar wat doe je eraan? Hetzelfde geldt voor Jelka die elke ochtend haar sleutels weer kwijt is. Het enige wat ik kan doen, is ze af en toe onder haar neus klaarleggen, en dan nog roept ze: ‘Hè, hoe kan dat nou? Waar zijn mijn sleutels?!’ Maar als ik me daaraan ga ergeren, heb ik toch geen leven meer? Moet ik haar dan op een cursus jas ophangen sturen?’

Doe jij altijd de was?

Henry: ‘Ja. Als er overal stapels met was liggen, doe ik op een dag een zakdoek om mijn hoofd, als een zweetband, trek mijn shirt uit en zet muziek op. Laat mij maar lekker sorteren, wasjes draaien, drogen, lalala, mooi ophangen. Aan het eind van die dag ben ik klaar en komt er eentje thuis van school, en is – maakt explosiegeluid – het hele huis weer ontploft.’

Jelka: ‘Het allerfijnste aan Henry is dat als wij daarover een conflict in huis hebben, hij dat op een briljante manier weet op te lossen. Dan belt hij met Het Instituut.’

Henry: ‘Het Instituut is een allesoverkoepelend orgaan dat je kunt bellen voor welke vraag dan ook. ‘Hai, met Henry. Hé, schoenen, moeten die nou in het kastje of moeten die in de huiskamer liggen; eentje op tafel en eentje op de bank? Aha, in het kastje, toch wel, oké, is goed, ga ik hier doorgeven, joe, hai. Ze moeten in het kastje, jongens.’ Dat is een manier om mijn irritatie, die soms best wel hoog is, vorm te geven.

‘Vroeger had ik tijd om een beetje OCD te hebben, dwangneurosen. Mijn auto moest altijd netjes zijn, dat vind ik nog steeds prettig, net als een opgeruimd huis, dat geeft me overzicht in mijn drukke hoofd. Maar ik heb me er vrij snel bij neer moeten leggen dat het gewoon niet te doen is.’

Jelka: ‘Nee, dat gezinsleven blijft gewoon een oneindig gesukkel.’

Is jullie genderneutrale opvoeding eigenlijk gelukt? Er was nogal wat ophef toen jullie tijdens de zwangerschap van Bonnie zeiden dat jullie je kind genderneutraal gingen opvoeden.

Jelka: ‘Zo, dat was echt erg. Iedereen was helemaal over de zeik. Mensen hadden het over kindermishandeling, dat we ons kind moesten aborteren, beweerden dat we ons kind wilden laten castreren als het een jongetje was. Terwijl het ons er alleen maar om ging dat ons kind zelf mag bepalen of het op ballet of voetbal wil. Bonnie is uit zichzelf een enorm poppenmeisje geworden, trouwens.’

Henry: ‘We binden alleen de vagina één keer per week bij elkaar tot een soort piemel, om te kijken of ze dat ook tof vindt. En dan mag ze zelf kiezen of ze een jongen of een meisje is.’

CV Jelka van Houten

1 september 1978 Geboren in Culemborg.
1999-2000 Production design aan Filmacademie.
2001 Eerste rol in televisiefilm Liefje.
2005 Hoofdrol in musical Turks fruit.
2006 Wint John Kraaijkamp Musical Award voor Turks fruit.
2010 Wint John Kraaijkamp Musical Award voor musical Dromen... zijn bedrog.
Vanaf 2011 Diverse rollen, o.m. in The Domino Effect (Paula van der Oest), Jackie (Antoinette Beumer) met zus Carice (waarvoor ze Gouden Kalf-nominatie kreeg), Zomerhitte en Mannenharten.
2014-2018 Rol in Vara-tv-serie Jeuk.
2017 Rollen in musical De marathon, en films Waldstille en Het verlangen.
2023 Presentator Jelka op eigen houtje (Net 5).
2023-2024 Presentator All Against 1.
2023 Rol in De poli (BNNVara).

Het tweede seizoen van Tropenjaren is vanaf 3 november wekelijks te zien bij BNNVara op NPO 3 of te streamen via NPO Start.

CV Henry van Loon

1982 Geboren in Oirschot.
2001-2003 Toneelschool en Kleinkunstacademie Amsterdam.
2004 Lid van Comedytrain.
Vanaf 2004 Speelt in Kopspijkers, Koppensnellers, Comedy Live.
2010 Filmrol New Kids Turbo.
2011 Cabaretvoorstelling De Henry van Loon Entertainment Show.
2013 Filmrol Bro’s Before Ho’s.
2014 Cabaretvoorstelling Sluimer.
2017-2021 The Roast Of..., bij Comedy Central.
2015 Filmrol De Boskampi’s.
2016 Cabaretvoorstelling Sleutelmoment.
2017 Rol in tv-serie Van God Los.
2018 Conciërge Volkert in De luizenmoeder.
2019 Cabaretvoorstelling Onze Henry.
2019-2021 Vaste gast in talkshow Promenade.
2022 Cabaretvoorstelling Jannie The Showdog.
Vanaf 2024 Cabaretvoorstelling Keanu.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next