Wilma Pistorius (33) componeerde A.D.A. voor haar oudleraar, cellist Jeroen den Herder.
A.D.A. Je mag het uitspreken als Áádaa, gewoon op z’n Nederlands. De titel is een verwijzing naar het thema van de Biënnale dit jaar: 10, vanwege de tiende editie. Pistorius: „Ik zag de 1 en de 0, de twee opties in binaire computertaal. Toen dacht ik aan Ada Lovelace, die in de 19de eeuw als eerste een computeralgoritme schreef. Lovelace was het enige legitieme kind van dichter Lord Byron, wat haar linkt aan romantische, op het verleden gerichte poëzie. Maar haar computerwerk is een link naar de toekomst. Dat inspireerde me bij het componeren. A.D.A. heeft drie delen en is een reflectie op sterfelijkheid en het voorbijgaan van de tijd.”
De Zuid-Afrikaanse Pistorius was drie toen ze met haar ouders een paar maanden in Groot-Brittannië verbleef. In Bath zag ze een vrouw op straat cello spelen. „Dat vond ik zo mooi, dat wilde ik ook. ‘Goed’, zei mijn moeder, ‘als je vier bent’. Ze dacht dat ik het wel zou vergeten, maar dat was niet zo. Al snel maakte ik ook liedjes, soms op de cello maar ook op de piano en zingend. Op een taperecorder maakte ik eigen radioshows. Dan hield ik interviews met ‘de componist’. Dat was ik dan zelf.”
Sinds 2004 woont Pistorius in Nederland. De cello is altijd een constante gebleven in haar leven. Ze studeerde gelijktijdig cello in Rotterdam en compositie in Amsterdam. „Op de cello heb je veel kleurmogelijkheden. Tijdens een melodie, of zelfs tijdens één noot, kun je prachtig van kleur verschieten. Van zoet naar donker, rauw, heel direct. Die vrijheid is boeiend, als speler en als componist. Door die combinatie is er een synergie ontstaan. Het geeft me een heel tastbare, fysieke relatie met muziek. Bij het componeren kan ik me goed in musici verplaatsen.”
„Als ik componeer voor cello vind ik het leuk om dingen te bedenken die te moeilijk zijn voor mezelf.” Ook nu had ze die vrijheid. Haar nieuwe werk voor cello solo wordt in première genomen door haar oudleraar Jeroen den Herder. „Hij speelt geweldig, en ook nog eens op een cello met een extra snaar, vijf. Dat geeft nog meer mogelijkheden.”
De uitvoering van A.D.A. is op zondag 3 november om 20.15 uur in het Muziekgebouw in Amsterdam.
Liza Lim (58) componeerde A Sutured World voor cellist Nicolas Altstaedt en het Concertgebouworkest.
A Sutured World, een ‘gehechte’ wereld. „Hechten, zoals een dokter doet. Sutured heeft een etymologische relatie met de boeddhistische soetra’s, manuscripten met boeddhistische kennis. Ik ben geïnteresseerd in de relatie tussen littekens, genezing en verlichting. In het stuk zoek ik daarnaar.” Lim bedoelt er geen specifiek soort wonden mee. „Wonden zijn overal. Gewond zijn, geraakt door het leven, is een soort basisconditie van iedereen. In A Sutured World hecht de cellist fragmenten aan elkaar, maar transformeert zelf ook.”
Liza Lim is een Australische componiste met Chinese ouders. Eind jaren 80 woonde ze voor haar studie kort in Nederland; ze kreeg hier les van Ton de Leeuw. In haar muziek klinken regelmatig Aziatische rituele klanken, maar ook verwijzingen naar de Aboriginal-cultuur. „Ik speelde al vroeg piano en viool, zoals alle kinderen, maar toen ik elf was begon componeren me aan te spreken. Op de middelbare school voelde ik me aangetrokken tot hedendaagse Europese muziek. Penderecki, Berio, Stockhausen. Ik werd er omringd door muzikale mensen; dat ik zelf kon experimenteren met uitvoerders en collega-musici maakte het componeren zo leuk. Het is altijd een groot onderdeel van mijn proces geweest om heel specifiek voor een musicus te schrijven. Nu dus Nicolas Altstaedt, een geweldige musicus met een zeer uitbundige geest. In zekere zin is het een portret van aspecten van hem en zijn speelstijl.”
„De cello is een van mijn favoriete instrumenten. Het is die sonoriteit en die lichamelijkheid. Het ongelofelijke expressieve bereik. Van grungy vervormd tot lyrisch betoverend. En de cello is vocaal: je kunt er alles mee tussen kreunen en schreeuwen. Dat lichamelijke maakt de cello erg geschikt voor A Sutured World.”
Dat er evenveel werken van vrouwen als mannen in première gaan, valt binnen een recent patroon, ziet Lim. „In de late jaren 70 was ik zeker een van de weinige meisjes die wilde componeren, maar ik heb geen drempel ervaren. Er waren wel wat rolmodellen. Maar ik merk nu een echte stroomversnelling in de emancipatie. Tot vijf jaar geleden was ik altijd de enige vrouw in een concertprogramma of in een festival. Nu pas sta ik steeds vaker op een programma met andere vrouwelijke componisten.”
A Sutured World wordt op donderdag 7 november om 20.15 uur uitgevoerd. Herhaling in het Concertgebouw (8 november) en November Music in ’s-Hertogenbosch (9 november).
De Cello Biënnale heeft dit jaar evenveel nieuwe stukken van vrouwelijke als van mannelijke componisten geprogrammeerd. Dat valt op, want zo’n gelijkwaardige verdeling is zeker nog niet vanzelfsprekend in de klassieke muziek. Maar artistiek directeur Maarten Mostert wil zichzelf er niet voor op de borst kloppen. Hij noemt het „toeval.” „Het is heel fijn, maar ik zou schijnheilig zijn als ik zeg dat het bewust is gegaan.”
De verhouding van spelende cellisten op de Biënnale is minder gelijk: ongeveer drie vrouwen op vijf mannen. Maar sommige cellisten spelen in meerdere programma’s. Bekijk je de speelbeurten, dan valt op dat mannen vaker een tweede of zelfs derde keer op het programma staan. Je kunt ongeveer één vrouw op twee mannen horen.
„Ik kijk eerst naar niveau, en dan naar geslacht”, zegt Mostert over die disbalans. Bedoelt hij daarmee dat er meer goede mannelijke cellisten zijn dan vrouwelijke? „Ja. Dat is vervelend om te zeggen, maar anders zou ik liegen. Er timmeren meer mannelijke dan vrouwelijke cellisten aan de weg. Dat betekent ook dat de vrouwelijke sterren díe er zijn, bijvoorbeeld Sol Gabetta of Alisa Weilerstein, drukker bezet zijn en dus moeilijker naar Amsterdam te krijgen zijn.” Deels noemt hij het pech: „Juist enkele vrouwelijke cellisten hebben moeten afzeggen.”
Mostert ziet de cellowereld wel gelijktrekken. „In de komende generatie is de balans al veel beter.”
Martin Fondse We Go To 11!, Hello Cello Orkest. Info
Wilma Pistorius A.D.A., Jeroen den Herder. Info
Mathilde Wantenaar La Noche Oscura del Alma, Johannes Moser en Cappella Amsterdam. Info
Arnold Marinissen Whispering Angels, Giovanni Sollima en Cello Octet Amsterdam. Info
Giovanni Sollima Nieuw werk voor octet, Cello Octet Amsterdam. Info
Franghiz Ali-Zadeh Music for Cello and Strings, Kian Soltani en Amsterdam Sinfonietta. Info
Liza Lim A Sutured World, Nicolas Altstaedt en Koninklijk Concertgebouworkest. Info
Silvia Borzelli Eartbound, voor cello en groot ensemble, Francesco Dillon en Asko|Schönberg. Info
Guus Janssen Concertino for 4 Violoncelli and Ensemble, Larissa Groeneveld, Timora Rosler, Sebastiaan van Halsema, Jeroen den Herder en Asko|Schönberg. Info
Manuel Lipstein Nieuw werk voor cello en blazers, Manuel Lipstein en jongNBE. Info
Source: NRC