De wereldbeker shorttrack is in een nieuw jasje gestoken en dus gaan de Nederlanders vrijdag in Montréal bij de ‘World Tour’ als de ‘Dutch Lions’ het ijs op. Met een grote leeuwenkop op de borst. Sjinkie Knegt: ‘Het boeit me allemaal niks.’
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
De Belgian Ice Bears en de Polish Hussars. Klinkt dat bekend? Of de British Royals en de Bulgarian Kings? Ook niet? Het zijn de namen die dit seizoen gelden voor de Belgische, Poolse, Britse en Bulgaarse shorttrackselecties in de World Tour, de nieuwe naam voor de wereldbeker shorttrack. De Nederlanders rijden de internationale wedstrijdcyclus onder de weinig inventieve naam ‘Dutch Lions’.
Ook de schaatspakken zien er tijdens de World Tour, die komend weekend in Montréal begint, anders uit dan de tenues van afgelopen jaren. Geen nationale vlaggen meer om het bovenlijf, maar gestileerde afbeeldingen die de teamnamen ondersteunen. Veel dierenkoppen dus, van de Singaporese gazelles en de Tsjechische ijsspinnen tot de Hongaarse valken en Amerikaanse adelaars.
Sjinkie Knegt, maakte als 35-jarige routinier al 16 werelbekerseizoenen mee, is niet onder de indruk van de nieuwe insteek. Hij zal in Canada niet met een leeuwenbrul het ijs op komen. ‘Dat boeit me allemaal niks.’
Iets genuanceerder is de positie van Xandra Velzeboer. ‘Ik vind het wel mooi dat ze er bij de ISU mee bezig zijn om meer aandacht te genereren voor de sport. Maar het pak waarin ik rijd, daar ga ik niet harder van schaatsen.’
Een nieuwe naam, vet aangezette landenploegen en dito tenues. Dat klinkt als een flinke verandering, maar het is vooral een likje verf en nieuwe stoffering van het bestaande meubilair, door marketeers afgekeken van de Amerikaanse sporten. Het moet de band tussen fans en shorttrackers versterken, en de drempel verlagen voor diegenen die de sport nog niet goed kennen.
Daarbij is het wel de vraag hoe die Amerikaanse teaminsteek zich naar de 111,12 meter lange shorttrackbaan vertaalt. De aflossingsraces zijn natuurlijk ploegwedstrijden, daar past het wel.
Maar het gros van de races, 6 van de in totaal 9 tijdens een World Tour-weekend, is individueel. Die kunnen uitlopen op een onderlinge strijd tussen drie Canadezen, de ijs-esdoorns, of drie Koreaanse witte tijgers. Hoe zit het dan met de eenheid die de landenlogo’s en ronkende namen moeten uitstralen?
Onder de motorkap is er vrij weinig veranderd ten opzichte van wat tot vorig jaar de World Cup heette. In de reglementen voegde het congres van de ISU vorig jaar een zin toe, die daar geen twijfel over laat bestaan: ‘De World Cup-serie bij shorttrack mag, voor marketing- en merkdoeleinden, de World Tour genoemd worden.’
In die zin kijken de shorttrackvolgers dit jaar grotendeels naar hetzelfde als de afgelopen jaren. Er zijn zes internationale wedstrijdweekends waar de schaatsers EK en WK-kwalificatieplaatsen voor hun land kunnen binnenhengelen en waar ze punten kunnen verdienen voor een overkoepelend klassement.
Eén aspect is voor de schaatsers wel wezenlijk veranderd. Het programma is aangepast. De afgelopen jaren stonden de 500, 1.000 en 1.500 meter op het schema, waarvan telkens één van die drie tweemaal werd verreden. Zo waren er steeds vier individuele races per weekeinde voor de vrouwen en evenveel voor de mannen. Nu is dat teruggeschroefd naar drie, er worden geen afstanden meer dubbel gereden.
Velzeboer rekent voor wat dat betekent. ‘Vroeger had je twaalf startplekken voor zes rijders bij de mannen en net zoveel bij de vrouwen. Iedereen kon in principe twee individuele wedstrijden rijden. Nu is dat anders. We gaan nog steeds met zes mannen en zes vrouwen, maar er zijn op die zes nog maar negen startplekken. Er zullen nu dus mensen zijn die minder gaan rijden in een weekend dan eerst’, zegt ze. ‘Ik ben benieuwd hoe dat voor de breedte van de sport gaat uitpakken.’
Wederom is Knegt stelliger in zijn mening. Maar hij combineert altijd al een onderhoudende mengeling van nonchalance en stelligheid. Hij verwacht dat er landen zullen zijn die elk weekend hetzelfde drietal alle drie de afstanden zullen laten rijden, een beetje zoals vroeger op de WK het geval was, toen er nog een allroundklassement werd opgemaakt. ‘Dat is niet goed voor de sport’, zegt hij.
Het groepje rijders dat in actie kan komen wordt kleiner en daar is niemand bij gebaat, denkt Knegt. ‘Het is iets wat de Koreanen sowieso gaan doen. Degenen die bij hun trials 1, 2 en 3 zijn geworden, rijden elk weekend alle afstanden. En dan zijn er dus ook drie man die elk weekend op het bankje zitten te wachten. Wij gaan dat niet doen. Het is ook veel te zwaar. Je kunt ook niet zes keer per jaar een allround-WK rijden.’
Als de Nederlanders komende vrijdag in Montréal met een leeuwenkop op de borst het ijs op komen is Suzanne Schulting er nog niet bij. Ze kwalificeerde zich wel voor de World Tour, maar is nog net niet voldoende hersteld van haar enkeloperatie van afgelopen voorjaar, oordeelde de medische begeleiding. De tweede World Tour-wedstrijd in Salt Lake City zou ze al overslaan. Zij komt als het goed is in Azië, in december, voor het eerst in actie als lid van de Dutch Lions.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant