Het is het cijferseizoen. Bedrijven maken in twee weken tijd hun resultaten bekend over het derde kwartaal, in een periode van onzekerheid over de Amerikaanse verkiezingsuitslag en het uitzichtloze geweld in Gaza en Oekraïne.
Woensdag waren er de kwartaalcijfers van Akzo en Heineken, donderdag die van Relx, Besi en Unilever – allemaal AEX-bedrijven. In het verleden waren die groot nieuws. Dat moest in de krant, waarbij flink werd gemopperd over de hoge salarissen van de top, de manipulatie van cijfers, saneringen met de botte bijl en het ontwijken van belastingen. Als er ergens een bestuurder aftrad, was dat even spannend als dat het ontslag van een voetbalcoach bij een topclub.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De bestuurders van beursgenoteerde bedrijven, zelfs die van relatieve kleine handelshuizen als Borsumij Wehry en Hagemeyer, reisden af naar Amsterdam om in een sjiek hotel als het Amstelhotel of De L’Europe de cijfers toe te lichten. Ze waren door hun pr-mensen zorgvuldig voorbereid op een uurtje spitsroeden lopen bij het voltallige financiële journaille: ‘Uw dividend? Toch een fooi.’
Eind jaren negentig kende de gemiddelde Nederlander nog de captains of industry van de grote bedrijven. Jeroen van der Veer (Shell), Morris Tabaksblat (Unilever) en Cor Boonstra (Philips) traden veelvuldig op in de media. Ook de bestuursvoorzitters Aad Jacobs van ING of Rijkman Groenink van ABN Amro waren in Nederland bekender dan een onbeduidende zanger als Gordon of een onbenullige voetbalduider als Derksen.
Het NOS Journaal deed verslag van de persconferenties van de grote concerns. ‘Licht doet het goed bij Philips, maar de vraag naar cd-spelers en kleurentelevisies valt tegen’, werd door een verslaggever gezegd. ‘Heineken heeft minder bier verkocht door de koude zomer’, klonk de volgende dag
Na de eeuwwisseling werd het elk jaar minder met het bedrijfsnieuws in de traditionele media. NOS versloeg een bedrijf alleen nog als er een grote ontslagronde of een megafusie op stapel stond. Kranten stopten melding te maken van de gang van zaken van de verschillende divisies van multinationals. De economieverslaggeving concentreerde zich op de macro-economie – rente – en politieke economie – steun voor milieu-overlast bezorgende bedrijven als Tata en Schiphol. Of er meer tandenborstels werden verkocht in Vietnam of een zeperd was geboekt in Mexico, was niet langer belangrijk.
Wie wilde weten hoe het financieel met de bedrijven ging, moest daar zelf maar de online gepubliceerde jaarverslagen op naslaan. NRC heeft, twee jaar nadat het de titel Handelsblad al had verdwenen, nu ook het doordeweekse economiekatern opgeheven. Economienieuws moet concurreren met het algemene nieuws. Gordon en Derksen zijn 25 jaar later duizendmaal bekender dan Hein Schumacher (Unilever), Roy Jakobs (Philips) en Wael Sawan (Shell). En dat komt niet omdat de showman mooier is gaan zingen en de voetbalduider zinnige dingen is gaan zeggen. Maar het publiek van nu heeft liever clowns dan cijfers.
Misschien vinden de bazen van de grote concerns het ook niet erg publicitair te worden afgetroefd. In de schaduw is het met een miljoenensalaris goed toeven. En de reis voor de plichtpleging in Amsterdam hoeft ook niet meer.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns