In het zuiden van Libanon zijn drie journalisten gedood bij een Israëlische luchtaanval. Het gaat om verslaggevers van twee Libanese kanalen, beide zeer op de hand van de militante groepering Hezbollah. ‘Een oorlogsmisdaad’, aldus Libanese autoriteiten.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Beiroet.
De luchtaanval vond plaats op een pension in het zuiden van Libanon. Naast de drie gedode journalisten zijn ook vier medewerkers van lokale en regionale mediateams gewond geraakt. Het bombardement vond plaats in de nacht van donderdag op vrijdag, rond half 4 lokale tijd. Onder de doden zijn een technicus en cameraman van de zender Al Mayadeen en een cameraman van Al Manar, beide Libanese tv-kanalen.
Of de journalisten bewust zijn aangevallen, is onduidelijk. Het Israëlische leger heeft nog niet gereageerd. Op foto’s is te zien dat de auto’s van de journalistieke teams waren gemarkeerd met het groot afgedrukte woord ‘PERS’. Het dorp waar ze sliepen, Hasbaya, lag bovendien net buiten de zogeheten evacuatiezones. Dat zijn de gebieden in Zuid-Libanon waarvan het Israëlische leger de voorbije weken alle inwoners de opdracht heeft gegeven te vertrekken.
Critici wijzen op een duidelijk patroon: een etmaal eerder werd een kantoor van Al Mayadeen in de Libanese hoofdstad Beiroet geraakt. Bij die luchtaanval kwamen geen journalisten om; na een waarschuwing van Israël had het personeel het kantoor ontruimd. Ditmaal werd er geen waarschuwing gegeven.
Vorig jaar werd Reuters-journalist Issam Abdallah gedood door een Israëlische tankgranaat, ofschoon hij duidelijk herkenbaar was als verslaggever. Enkele andere journalisten raakten daarbij gewond. In de bezette Gazastrook heeft Israël het voorbije jaar zo’n 120 journalisten gedood, onder meer van het pan-Arabische kanaal Al Jazeera. Voor verslaggevers is de Gaza-oorlog daarmee het dodelijkste conflict in decennia.
De zenders die ditmaal zijn aangevallen, zijn omstreden: Al Manar is de zender van de militante groepering Hezbollah, terwijl ook Al Mayadeen volledig op de hand van Hezbollah is. In het oorlogsrecht zijn journalisten echter nooit een legitiem doelwit. In een reactie spreekt de Libanese minister Ziad Makary (Informatie) van een ‘oorlogsmisdaad’. In nabijgelegen huizen sliepen volgens mediaberichten ook medewerkers van Al Jazeera en van de Libanese zenders MTV en Al Jadeed.
Hasbaya is een overwegend Druzisch dorp dat zich grotendeels aan de oorlog onttrok. Voor zover bekend heeft Hezbollah (een sjiitische groepering) er weinig voet aan de grond en is het dorp de voorbije maanden zelden gebombardeerd.
Een woordvoerder van VN-vredesorganisatie UNIFIL zegt desgevraagd dat de blauwhelmen niet op de hoogte waren van het feit dat de journalisten in Hasbaya sliepen. Dat is relevant, aangezien de VN-organisatie dergelijke informatie soms deelt met Israël. Het probleem is echter dat Hasbaya 5 kilometer buiten het mandaatgebied van UNIFIL ligt. Over dergelijke gebieden kunnen de blauwhelmen niets rapporteren. De BBC meldde vrijdagochtend dat de journalisten veelvuldig met UNIFIL in contact stonden, met name op momenten dat ze zich dichterbij de gevechten bevonden.
De oorlog tussen Hezbollah en Israël begon op 8 oktober vorig jaar, toen de groepering raketten afschoot richting Israël. Sinds eind september, toen Israël doelwitten in heel Libanon begon te bombarderen, is de oorlog geëscaleerd. Een geschatte 1,2 miljoen Libanezen zijn op drift geraakt in eigen land. In een jaar tijd zijn er ruim 2.500 mensen gedood, onder wie enkele honderden Hezbollah-strijders.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant