Home

Dan weer dolblij, dan weer somber: hoe hormonen een puber beïnvloeden

Ouders zien er ongetwijfeld een beetje tegenop: het moment waarop hun kind gaat puberen. Die fase is niet altijd een feestje voor de ouder, maar ook zeker niet voor het kind. Ontwikkelingsneuroloog Eveline Crone legt uit hoe je je kunt verplaatsen in een puber.

Je kind zal zich onvermijdelijk langzaam van je losmaken. "Dat is natuurlijk. Een kind kan niet zijn hele leven bij zijn moeder op schoot zitten", vertelt hoogleraar ontwikkelingsneurowetenschappen Eveline Crone. Ze schreef onder meer Generatie zelfvertrouwen met universitair docent orthopedagogiek Renske van der Cruijsen en doet onderzoek naar het puberbrein.

De omgang met iemand in de puberteit is niet altijd makkelijk. Crone: "De meeste jongeren komen er goed doorheen, maar niet allemaal. Zo'n 10 tot 15 procent van de jongeren ervaart mentale gezondheidsklachten. Ook psychische aandoeningen openbaren vaak zich in deze fase van adolescentie. Gevoelens van somberheid en moedeloosheid zijn eveneens onvermijdelijk in deze fase."

Het is goed te beseffen dat je zelf ook door die fase bent gegaan, zegt Crone. " Je kunt het je alleen niet goed te herinneren. Maar ook jij was soms somber, brutaal en dan ineens weer uitgelaten. Je dacht alles beter te weten, je had ook grote gevoelens van schaamte en onzekerheid en de mening van je leeftijdgenoten was veel belangrijker dan die van je ouders."

Het zit in ons om een beetje neer te kijken op de generatie die volgt op die van jezelf, zegt de neurowetenschapper. "Socrates deed het al 400 jaar voor Christus. Hij noemde jongeren lui, dom, brutaal - net zoals wij dat doen."

Als de puberteit begint, zo rond je tiende, zullen de hormonen in het lichaam zich vertwintigvoudigen. Crone: "Zo'n hormonenstorm maak je nooit meer mee in je leven. De sterkste stemmingswisselingen zien we tussen de vijftien en zestien jaar, met een dip in het zelfbeeld met vijftien jaar. Hormonen hebben een enorm effect op het brein, maar hersengebieden die helpen om emoties te relativeren, zoals de prefrontale cortex, zijn nog volop in ontwikkeling."

Tieners kunnen de ene dag euforisch zijn, de andere dag gebukt gaan onder verdriet en lusteloosheid, enorm cringen bij alles wat jij als ouder zegt en zich al snel doodschamen. "Pubers ervaren rond die leeftijd van vijftien, zestien last van een imaginary audience. Ze denken dat iedereen naar hen kijkt en ze veroordeelt. De hersenen van pubers zijn gericht op het steeds maar spiegelen aan leeftijdsgenoten. Bedenk dat pubers door hun stemmingswisselingen ook vaak blij en uitgelaten zijn en de slappe lach kunnen hebben. Die andere kant, de lusteloosheid, valt jou als ouder waarschijnlijk wat eerder op."

Die puberteitfase vinden ouders vaak moeilijk. Hun rol verandert. Ze hebben het gevoel minder nodig te zijn. In zekere zin is dat ook waar, zegt Crone. "Maar we weten uit onderzoek dat de mening van ouders nog steeds erg belangrijk en relevant gevonden wordt door pubers. Ze houden nog net zo veel van je. Maar ze moeten zich gaan spiegelen aan hun leeftijdsgenoten en die grote wereld, in plaats van het kleine, veilige en vaak positieve wereldje waarin jullie als gezin hebben geleefd."

Besef dat je het niet perfect kunt doen, zeggen de onderzoekers. De curlingouder die alle obstakels uit de weg ruimt, bewijst zijn kinderen geen dienst; het kan juist het zelfvertrouwen en de zelfstandigheid ondermijnen.

Crone: "We leven in een maatschappij vol prestatiedruk. Je mag ook als ouder fouten maken. Ouders die een lezing hebben bijgewoond vragen vaak na afloop: 'Het wordt toch wel weer net als vroeger?' Dat wordt het niet, maar er komt weer een nieuwe fase die ook mooi is. Jullie relatie verandert en jouw rol verandert. Ook al blijf je zelf nog altijd dat kleintje zien."

De hersenen van jongeren worden in korte tijd efficiënter, maar zitten nog niet in een vast patroon. Dat heeft weer voordelen voor de creativiteit en nieuwsgierigheid, weet Crone uit eigen onderzoek.

"Als je neef van zestien onderuitgezakt aan het kerstdiner zegt dat-ie niet onder de indruk is van hoe het democratische systeem nu werkt, kun je dat ook bewonderen. Het hoort bij die levensfase om gevestigde maatschappelijke ideeën kritisch te bevragen en om verandering te brengen. Dat is geen domheid of onrealistisch idealisme."

De huidige generatie jongeren praat makkelijker over hun problemen dan de generaties daarboven. Om deze generatie pubers dan weg te zetten als snowflakes - mensen die bij de minste tegenslag smelten - is echt niet terecht, zegt Crone, en bovendien niet wetenschappelijk hard te maken.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next