Home

Door de energietransitie krijgt iedereen een trafohuisje in de wijk

Als paddestoelen schieten ze uit de grond: zacht zoemende, raamloze gebouwtjes met een bliksemschicht op de deur. De trafohuisjes die in woonwijken verschijnen zijn cruciaal voor de energietransitie. Maar niet iedereen is er blij mee. Voor hen heeft Liander de pimpaanvraag bedacht.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.

In twaalf straten in Biddinghuizen viel dit voorjaar om de haverklap de elektriciteit uit. De storingen deden zich meestal voor rond het middaguur, en alleen op zonnige dagen. De oorzaak bleek te schuilen in het hoge aantal zonnepanelen in de woonwijk met zo’n driehonderd huizen. Het transformatorhuisje dat de opgewekte zonnestroom moet verwerken kon de piekbelasting niet aan, waardoor er telkens een zekering klapte. Netbeheerder Liander heeft de capaciteit van het elektriciteitshuisje inmiddels uitgebreid.

In het hele land dreigt het stroomnet te bezwijken onder het elektriciteitsverbruik van het snel stijgende aantal elektrische auto’s en e-bikes, inductiekookplaten, warmtepompen en airco’s. Tegelijkertijd leveren windturbines en zonnepanelen steeds meer stroom aan het net.

Om de capaciteitsproblemen op te lossen moet het landelijk elektriciteitsnet verzwaard worden. Netbeheerders moeten niet alleen extra elektriciteitsmasten en grote verdeelstations bouwen, maar ook ongeveer vijftigduizend nieuwe transformatorhuisjes in (vooral) woonwijken. Op termijn is er één trafohuisje per honderd à tweehonderd woningen nodig.

Alles over politiek vindt u hier.

Minister Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei) noemde dat aantal donderdag in haar Klimaatnota. Daarin schetst zij op hoofdlijnen hoe zij de energietransitie voor elkaar wil boksen. Onderdeel daarvan is de forse uitbreiding van het aantal trafohuisjes, waarvan er al ruim honderdduizend in Nederland staan. Dat er voor 2050 tienduizenden extra nodig zijn, was overigens al bekend. De netbeheerders zijn al een paar jaar bezig met het versneld bijplaatsen van de gebouwtjes ter grootte van een tuinschuurtje.

Rijksmonument

Trafohuisjes herbergen een installatie die hoogspanning (6.000 tot 10.000 volt) verlaagt naar lichtnetspanning (230 tot 400 volt) voor huishoudelijk gebruik. De oudste verrezen begin vorige eeuw en hadden de vorm van aanplakzuilen (in stadscentra) of bakstenen mini-huisjes. Circa honderd van die vooroorlogse exemplaren hebben inmiddels de status van Rijksmonument.

Tegenwoordig zijn het – met het oog op de kosten en de efficiëntie – vaak standaardmodellen van metaal. De nieuwe van Liander zijn bijvoorbeeld donkergroen en hebben een voetafdruk van 2 bij 4 meter of van 3 bij 3 meter. Voor plaatsing is geen vergunning nodig, zolang de gebouwtjes minder dan 3 meter hoog zijn.

Netbeheerders overleggen met de gemeente over de meest geschikte plek, maar niet altijd met de omwonenden. Die hebben geen recht op inspraak. Omdat de bouw vergunningsvrij is, kunnen bewoners die geen trafohuisje voor hun deur willen nergens bezwaar maken.

Dat gebrek aan inspraak wekt steeds meer weerstand, merken netbeheerders als Stedin, Enexis en Liander. Omwonenden klagen over bederf van hun uitzicht, of zijn bang voor elektromagnetische straling (die reikt maar tot een meter afstand). Ze vragen dan of de netbeheerder het huisje niet wat verder van de huizen kan neerzetten.

Spanningsverlies

Maar dat kan lang niet altijd. Trafohuisjes staan idealiter zo dicht mogelijk op de stroomgebruikers. Hoe groter de afstand tot de voordeur, hoe meer spanningsverlies er optreedt. Op gegeven moment is dan weer een extra huisje nodig om dat op te vangen, dat toch weer dichterbij staat.

De trafohuisjes kunnen ook niet bovenop andere kabels en leidingen worden geplaatst. Er moet een bovendien hoogspanningskabel in de buurt liggen en ze moeten goed toegankelijk zijn voor monteurs. Ondergronds aanleggen kan niet, vanwege eventueel overstromingsgevaar na stortbuien en langdurige regen. Al deze randvoorwaarden beperken het aantal geschikte locaties, en de beste plekken zijn vaak al ingenomen door bestaande trafohuisjes.

Een woordvoerder van Liander zegt dat het bedrijf waar mogelijk rekening houdt met de wensen van omwonenden. ‘We begrijpen dat mensen niet altijd zitten te wachten op een extra elektriciteitshuisje in de straat of voor hun deur, maar het is ook belangrijk om snelheid te maken. We rijden, koken en verwarmen onze huizen steeds vaker elektrisch. Het is onmogelijk om in de schaarse ruimte te bouwen aan een toekomstbestendig elektriciteitsnet en iedereen 100 procent tevreden te stellen.’

Om het draagvlak te vergroten biedt Liander omwonenden de kans hun standaard trafohuisje te ‘pimpen’, ofwel een ander, uniek uiterlijk te geven. Ze moeten dat pimpplan wel eerst voorleggen aan hun gemeente. Keurt die het goed, dan kunnen de initiatiefnemers een pimpaanvraag bij Liander indienen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next