Het ‘strengste asielbeleid ooit’ moet er niet via een noodwet komen, maar met een serie maatregelen – die nog langs de ministerraad én het parlement moeten. Wat houden ze in?
Tóch geen omstreden noodwet dus, die het parlement tijdelijk buitenspel zou zetten, wel een ‘asielnoodmaatregelenpakket’ dat moet zorgen voor ‘het strengste asielbeleid ooit’. De beoogde plannen, voor zover al uitgelekt, betreffen zowel de instroom, de opvang als het verdere verblijf van asielzoekers en statushouders. Veel maatregelen stonden al in het hoofdlijnenakkoord en worden nader uitgewerkt. De ministerraad moet er nog over beslissen.
Wat wil de coalitie (PVV, VVD, NSC en BBB), hoe haalbaar zijn de voornemens en wat zijn de gevolgen?
De belangrijkste doelstelling van dit kabinet is het aantal asielzoekers dat naar Nederland komt (vorig jaar zo’n 48 duizend, inclusief nareizigers) zo veel mogelijk in te dammen. De regeringscoalitie wil daarom al vanaf eind november grenscontroles instellen, op basis van artikel 25 van de Schengengrenscode. Daarin staat dat EU lidstaten daartoe bij wijze van uitzondering kunnen overgaan als de openbare orde of de binnenlandse veiligheid in het geding is.
Dit grenstoezicht is intensiever dan de mobiele grenscontroles die nu al plaatsvinden. Duitsland en Frankrijk stelden eerder al verscherpt grenstoezicht in.
‘Er is wel een verschil met de situatie in Duitsland en Frankrijk’, zegt Lynn Hillary, universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam, gespecialiseerd in migratierecht. ‘Die landen doen een beroep op een uitzondering vanwege terroristische dreiging.’ Nederland lijkt grenscontroles op de eerste plaats te willen invoeren om te voorkomen dat mensen hier asiel aanvragen. ‘Daarvoor is artikel 25 niet bedoeld, dus ik betwijfel of de uitzonderingspositie zal worden toegekend.’
De tweede knop waaraan de coalitie wil draaien om de instroom terug te dringen, is die van gezinshereniging. Volgens de Europese Gezinsherenigingsrichtlijn mogen ouders en minderjarige kinderen van asielzoekers zonder extra voorwaarden nareizen. Nederland is nu nog ruimhartiger, en laat ook jongvolwassenen, pleegkinderen en ongehuwde partners zonder voorwaarden toe. Ze vormen een relatief klein deel van de ruim tienduizend nareizigers die vorig jaar naar Nederland kwamen.
Als het aan de regeringspartijen ligt, zijn meerderjarige kinderen en ongehuwde partners straks niet meer welkom. ‘Het categorisch uitsluiten van deze groepen is op basis van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) niet mogelijk’, aldus Hillary. ‘Er zijn genoeg bijzondere omstandigheden waarbij meerderjarige kinderen wel degelijk als onderdeel van het gezin moeten worden beschouwd. Hetzelfde geldt voor ongehuwde partners. Denk alleen al aan asielzoekers die zijn gevlucht vanwege hun seksuele geaardheid, uit landen waar het onmogelijk is om met hun partner te trouwen.’
Statushouders kunnen overigens, ongeacht de regels in Nederland, altijd via een zogeheten EVRM 8-procedure een aanvraag voor gezinshereniging doen. Die procedures zijn erg tijdrovend en vragen veel capaciteit van de toch al overbelaste IND.
Een derde maatregel betreft die van de zogeheten ‘uitgenodigde vluchtelingen’. Dat zijn kwetsbare vluchtelingen die zijn geselecteerd door de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, in vluchtelingenkampen buiten de EU. Nu nog vangt Nederland jaarlijks vijfhonderd van deze mensen op, dat moeten er tweehonderd worden. Met dit getal wordt vaker geschoven, dat staat elk land vrij.
De verschillende maatregelen bij elkaar lijken niet meteen voor een grote daling van de instroom te gaan zorgen. Ze geven vooral het signaal af dat Nederland niet op asielzoekers zit te wachten.
Het kabinet wil de spreidingswet, die voor een evenredige verdeling van statushouders over Nederland moet zorgen, nog dit jaar intrekken. Dat vergt een nieuw wetsvoorstel en het is zeer de vraag of de Eerste Kamer daarmee zal instemmen. Die heeft de wet pas in januari aangenomen, en is sindsdien niet van samenstelling veranderd. De coalitie heeft er geen meerderheid.
In de redenering van PVV-minister Marjolein Faber (Asiel) is het simpel: als de instroom omlaag gaat, zijn ook de problemen in het voortdurend overbelaste aanmeldcentrum in Ter Apel snel verleden tijd. Maar in Ter Apel zelf verwacht men het tegendeel.
‘We zien niet hoe dit de huidige situatie in Ter Apel gaat verbeteren’, laat een woordvoerder van burgemeester Jaap Velema van Westerwolde – waar Ter Apel onder valt – weten. ‘We zien dat er op dit moment weinig instroom is, maar dat er juist problemen zijn met de doorstroom.’ Uit cijfers die het ministerie wekelijks publiceert, blijkt inderdaad dat het aantal nieuwe asielaanvragen al weken flink lager is dan in dezelfde periode vorig jaar.
Bestuursvoorzitter Milo Schoenmaker van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) zei vorige week tijdens een kort geding over Ter Apel nog dat de wet nu al vruchten afwerpt, omdat veel gemeenten erdoor aan de slag zijn gegaan. De voorzitter van de asielcommissie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) Mark Boumans zei recent in de Volkskrant iets soortgelijks. Niet voor niets stemde 96 procent van de gemeenten destijds vóór invoering van de spreidingswet.
Dat beeld werd deze week nog eens bevestigd door een rondgang van RTL Nieuws: bijna alle gemeenten – zelfs notoire dwarsliggers als de gemeente Westland – zijn bezig met het organiseren van asielopvang. Dat er nu een andere wind waait in Den Haag, blaast al die plannen niet meteen van tafel.
In aanvulling op het intrekken van de spreidingswet is de coalitie ook voornemens de wettelijke taakstelling aan gemeenten voor het huisvesten van statushouders te schrappen. Daarmee moet worden voorkomen dat statushouders in een gemeente voorrang krijgen op een sociale huurwoning boven ‘eigen’ inwoners. Ook dat zou de doorstroom alleen maar verder belemmeren. Nu zitten er zo’n 16 duizend statushouders in een azc, waarmee ze een kwart van de capaciteit bezetten.
De taakstelling is nu al problematisch. Van de 342 gemeenten in Nederland, voldoen er momenteel slechts 13 aan hun opdracht. De optelsom: gezamenlijk hebben gemeenten een achterstand van ruim twintigduizend statushouders. De woningnood maakt de verdeling van de huizenvoorraad nijpend.
De coalitie wil deze mensen onderbrengen in ‘sobere voorzieningen’, die ze niet mogen weigeren. Maar waar die voorzieningen komen en wie ervoor verantwoordelijk wordt, daarover hebben gemeenten nog niks gehoord. Frank Candel, directeur van Vluchtelingenwerk, vreest voor het ontstaan van ‘getto’s’. Bovendien blijft de vraag welke gemeente dit zou willen organiseren.
Op dit moment krijgen asielzoekers eerst een voorlopige status van vijf jaar, waarna ze een status voor onbepaalde tijd kunnen aanvragen. Wie vervolgens voldoet aan de taaleis en de inburgeringscursus succesvol afrondt, maakt aanspraak op de Nederlandse nationaliteit. Met de nieuwe wet worden asielvergunningen voor onbepaalde tijd afgeschaft. Vergunningen voor bepaalde tijd gelden nog maximaal drie jaar.
Volgens de coalitiepartijen is dit ‘meer in lijn met omliggende landen’. Dan wordt vooral gedoeld op Zweden en Denemarken. Hillary ziet op dit punt geen juridische belemmeringen: ‘Ieder land mag zelf bepalen of het asielvergunningen voor onbepaalde tijd afgeeft, en of mensen aanspraak kunnen maken op de nationaliteit.’
Het grote nadeel van de maatregel is een verdere belasting van immigratiedienst IND, waar de werkdruk nu al immens is. Alleen al de beslissing op een asielverzoek kan vijftien maanden duren. Bij nareis op asiel begint de IND zelfs pas na 87 weken met de behandeling van het verzoek. Als hierbij ook nog eens elke drie jaar een tussentijdse toets van statushouders moet plaatsvinden, zal dat de andere wachttijden niet ten goede komen.
De coalitie wil daarnaast delen van Syrië veilig verklaren (met name rond Damascus), zodat nieuwe aanvragen van Syriërs kunnen worden afgewezen, en Syrische statushouders kunnen worden teruggestuurd. Syriërs vormen al jaren de grootste groep asielzoekers, in 2023 ging het volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek om bijna 13 duizend asielverzoeken.
‘De veiligheidssituatie in Syrië verandert’, schreef toenmalig staatssecretaris Eric van der Burg (Asiel, VVD) in april aan de Tweede Kamer. ‘De gewapende strijd is, in vergelijking met de eerste jaren van de oorlog, niet meer zo hevig.’ Hij liet weten het ministerie van Buitenlandse Zaken om een nieuw advies te hebben gevraagd over het ‘landgebonden asielbeleid’ voor Syrië. Dat moet dit najaar verschijnen. De coalitie neemt daar, enigszins prematuur, een voorschot op. Geen ander land ging al zo ver.
‘Je kunt het landenbeleid aanpassen’, zegt Hillary. ‘Maar je moet daarbij wel heel goed motiveren waarom een land veilig is en dat mensen die je terugstuurt geen veiligheidsrisico meer lopen.’
Het plan van het kabinet om ook Syriërs die al een status hebben terug te sturen, stuit wel op juridische muren. ‘Gronden waarop je iemands verblijfsstatus kan intrekken zijn bepaald in het EU-recht’, aldus Hillary. ‘Veranderd landenbeleid is geen geldige reden. Dat verandert in 2026, als het Europese migratiepact van kracht wordt.’
Zowel het afschaffen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als het voornemen om Syriërs terug te sturen, heeft volgens Candel van Vluchtelingenwerk grote gevolgen voor de integratie van statushouders. ‘Als je voortdurend een zwaard van Damocles boven je hoofd hebt hangen omdat je weer teruggestuurd kan worden, dan zet je geen stappen meer om te integreren’, aldus Candel. ‘Dan ga je de taal niet leren, dan ga je geen vrienden maken.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant