Home

Opinie: Migranten krijgen overal de schuld van. Maar kijk eens goed naar de cijfers

Stop met politieke stemmingmakerij en selectief shoppen in de feiten. Wat we nodig hebben is nuance in het migratiedebat. Alleen zo komen we tot effectiever beleid, betogen hoogleraren Hein de Haas en Leo Lucassen.

Afgelopen dinsdag verscheen er een interview in deze krant met Jan van de Beek, naar aanleiding van zijn boek Migratiemagneet Nederland. Mythen, feiten, oplossingen. De boodschap was dat met name asielmigratie van moslims uit het Midden-Oosten en Afrika desastreus is, de samenleving ontwricht en daarmee bij ongewijzigd beleid uitloopt op een ramp. Omdat Van de Beek pretendeert mythen door te prikken, is het nuttig het feitelijke gehalte van een aantal van zijn uitspraken te toetsen.

De crux van zijn redenering is dat met name asielzoekers cultureel te ver van Nederland afstaan om te kunnen integreren, met als gevolg dat ze vooral onder elkaar trouwen, veelal werkloos zijn en oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteit. Bovendien zouden hun kinderen het veel slechter doen in het onderwijs dan andere migranten.

Onderwijs

Kijken we echter naar het vele onderzoek dat gerenommeerde instituten als het CBS en het SCP de afgelopen decennia hebben uitgevoerd, dan liggen de feiten veel genuanceerder en blijkt dat Van de Beek juist zelf bijdraagt aan het creëren van mythen, in plaats van het bieden van feiten. Neem bijvoorbeeld de onderwijspositie van kinderen van vluchtelingen, dan zien we op zijn minst een gemengd beeld waarbij de nazaten van groepen uit het Midden-Oosten (Iran, Afghanistan, Irak) het juist verassend goed doen.

Zo zat in 2022 51 procent van de kinderen met een Nederlandse achtergrond op de havo of het vwo, terwijl dat percentage bij kinderen van Afghanen (51,2 procent) en Iraniërs (50,9 procent) vrijwel gelijk was en voor kinderen van Iraakse achtergrond redelijk op koers lag (42 procent). De voornaamste groepen die achterblijven zijn Syrische (27 procent) en Somalische (23 procent) kinderen, gedeeltelijk omdat zij vaker in het geboorteland van hun ouders geboren zijn.

Kortom, integratie werkt voor veel groepen vluchtelingen wel degelijk, al neemt dat vaak tijd in beslag. Deze cijfers laten zien dat de uitspraken van Van de Beek de plank behoorlijk misslaan en dat religie (of cultuur) er veel minder toe doet dan hij beweert. Dit blijkt ook uit internationaal onderzoek: het opleidingsniveau van de ouders is een veel betere voorspeller van onderwijsprestaties.

Over de auteurs

Hein de Haas is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Leo Lucassen is directeur van het International Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar aan de Universiteit Leiden.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Criminaliteit

Kijken we naar criminaliteit, die als we Van de Beek moeten geloven hoger is en wordt verklaard door de grote culturele afstand, dan liggen de feiten ook genuanceerder. Criminaliteitscijfers onder sommige groepen met een migratieachtergrond zijn relatief hoog, maar de situatie is niet zo dramatisch als geschetst en is eerder verbeterd dan verslechterd.

Om te beginnen is het aandeel geregistreerde verdachten van een misdrijf gehalveerd in de afgelopen twintig jaar (van 1,9 naar 0,8 procent). Een daling die bij kinderen van immigranten naar verhouding nog sterker is (van 6,8 naar 2,9 procent) terwijl die onder immigranten zelf is gedaald naar 1,1 procent.

Er is geen uitsplitsing naar herkomstlanden van vluchtelingen, maar er zijn geen aanwijzingen dat zij hier negatief bij afsteken. De overlast door de kleine groep ‘veiligelanders’ is reëel, maar uit onderzoek door het WODC uit 2017 blijkt dat de komst van asielzoekerscentra niet tot meer criminaliteit in buurten leidt. Toestanden rond het aanmeldcentrum Ter Apel zijn dus niet representatief voor het algemene beeld.

Arbeidsmarkt

De situatie op de arbeidsmarkt biedt reden tot zorgen, maar is zeker niet zo catastrofaal als Van de Beek doet voorkomen. Uit cijfers van het CBS blijkt dat van de asielzoekers die in 2014 een verblijfsvergunning kregen zo’n 45 procent een fulltime baan heeft. Bovendien wordt de lagere arbeidsparticipatie voor een belangrijk deel verklaard door ellenlange asielprocedures en het verbod om te werken voordat het verzoek was ingewilligd. Zodra dat station is gepasseerd, stijgt het aandeel werkenden gestaag en daalt het aandeel bijstandsgerechtigden navenant. Bij degenen die in de tweede helft van de jaren negentig arriveerden, zien we een vergelijkbaar beeld, uiteindelijk hebben de meesten werk gevonden, alleen had dat met stimulerend beleid veel sneller gekund.

Deze ontwikkelingen passen overigens in een algemeen beeld waarbij de kinderen van veelal laagopgeleide migranten (wat bij vluchtelingen maar deels zo is) uit Marokko, Turkije en Suriname grote sprongen hebben gemaakt in onderwijsniveau en arbeidsparticipatie. Natuurlijk gaat lang niet alles goed. Zo zijn er zorgen over de nog steeds achterblijvende integratie en relatief hoge uitkeringsafhankelijkheid onder de tweede generatie van bovengenoemde groepen migranten zijn terecht. Maar wat we nodig hebben is nuance in het debat, waarbij niet selectief wordt geshopt in de feiten.

Stemmingmakerij

Van de Beeks eenzijdig sombere visie wordt dus niet gesteund door de feiten die hij zelf beweert zo belangrijk te vinden. En daarmee scheert hij hele bevolkingsgroepen over één kam en voedt hij een politieke stemmingmakerij, die de schuld voor een hele reeks problemen in Nederland – van criminaliteit tot de wooncrisis – inmiddels eenzijdig legt bij immigratie.

Juist om problemen aan te pakken en zo bij te dragen aan een meer humane, gelijkwaardige maatschappij hebben we oog nodig voor nuance. Alleen zo kunnen we af van het simplistische en polariserend pro/anti frame en leggen we tevens de basis voor een effectiever beleid.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next