Middenvelder Kian Fitz-Jim (21) gedijt bij Ajax onder trainer Francesco Farioli, wiens vertrouwen hij verdiende door zijn veelzijdigheid. Donderdag wacht Qarabag in Azerbeidzjan.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Leren werkt het best als het meteen iets oplevert. Kian Fitz-Jim besprak onlangs de competitiewedstrijd van Ajax bij Go Ahead met assistent-trainer Daniele Cavalletto. ‘Hij liet me beelden zien. Dan kwam er een voorzet van de zijkant en was ik op de rand van de zestien (het strafschopgebied, red.) van de tegenstander.
‘Af en toe is dat goed, zei hij, maar hij wilde ook dat ik ín de zestien kom. 5 meter van het doel, of bij de penaltystip. Een paar dagen later tegen Besiktas kwam die bal daar en ik kon van dichtbij intikken. Van een goal maken in de Arena had ik altijd gedroomd.’
Ajax speelde zijn beste wedstrijd van het seizoen, thuis tegen Besiktas (4-0) in de Europa League. Donderdag is speelronde drie, op zeven uur vliegen, tegen Qarabag in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe.
Fitz-Jim is op tijd hersteld van een blessure. Hij heeft moeilijke tijden gekend bij Ajax en mocht in het begin van het seizoen weg, maar hij knokte voor zijn plaats en stond sindsdien geregeld in de basis. Hij heeft coach Francesco Farioli overtuigd.
Hij is klein, 1,74 meter, en spichtig, een veertje dat zich sierlijk laat meevoeren over het veld. Behendig, technisch vaardig, lenig, pittig en fysiek. Hij leerde anders voetballen door uit de duels te blijven en meer intensiteit te leveren, als complete middenvelder. Hij ziet diepte in het spel en illustreert die kunde met slimme passes, soms van wonderschone, effectieve eenvoud.
‘Farioli past als trainer bij mijn speelstijl. Hij houdt van het spelletje, van mooi voetbal, maar het moderne voetbal is niet alleen mooi. Intensiteit hoort daarbij. Dat eist hij ook. Veel lopen heeft altijd in me gezeten, maar het is nu echt ontwikkeld. Als je het verschil in meters ziet met vorig jaar…het zat er wel in, maar nu ligt er nadruk op. Je moet ook voor elkaar willen werken.’
Data met het aantal gelopen kilometers en intensieve sprints hangen na wedstrijden in de gang van het trainingscomplex. ‘De staf zet de meters van ons team en de tegenstanders tegenover elkaar. Meestal zie je dat we wedstrijden winnen waarin wij met hogere intensiteit spelen.’
Maar dan zou je die hogere intensiteit toch altijd moeten brengen? ‘Ja, eigenlijk wel. Het maakt de wedstrijd makkelijker, als je hoog druk zet en de tegenstander geen adem geeft om te voetballen.’
Al past relativering bij het principe van meten is weten. ‘De backs lopen heel veel meters, de centrale verdedigers wat minder. En het verschilt: een wedstrijd in de eredivisie of in de Europa League. Het hangt ook af van de openheid waarmee de tegenstander speelt.’
Fitz-Jim is een interessante persoonlijkheid, ook door zijn achtergrond. Moeder uit Hongkong, vader in Nederland geboren, van Surinaamse komaf, met Chinees bloed. ‘Mijn vader heeft lang gevoetbald, tot in de veteranen van Buitenveldert. Met Ronaldinho en Messi was hij mijn favoriete voetballer.
‘Mijn naam is Iers, via mijn vaders kant. Mijn voorouders waren tot slaaf gemaakten, ze namen de naam van de slavenhouders over. De oorspronkelijke naam is Fitz-James, dat is verbasterd tot Fitz-Jim. Kian is ook Iers, maar dat is toevallig.’
Hij valt op met zijn bijna lieflijke, zachte trekken. Zeker voordat hij een sikje had, noemden ze hem soms een meisje, om te pesten. ‘Iedereen kan maar wat zeggen, veilig, achter de telefoon. Als mensen daarvan blij worden... Het kan mij niets schelen.’ Of hij last heeft van discriminatie? ‘Je hoort soms: hé Chinees, maar woorden kwetsen me niet.’
Fitz-Jim is nog nooit in Suriname geweest, maar vaak in Hongkong. Hij houdt van de wereldstad, van het eten en het weer. Hij is wezen kijken bij het nationale team en kan voor Hongkong, Nederland, Suriname of China voetballen. Door al die bonden is hij benaderd. ‘Ik wil nog geen definitieve keuze maken. Mijn gevoel ligt bij Nederland, waar ik altijd in de jeugdploegen heb gespeeld en ben opgegroeid.’
In Nederland leerde hij voetballen, vooral op school in Amsterdam. Hij woonde op de Overtoom, waar het druk was. Toch voetbalde hij eerst in de jeugd van AZ, voordat hij vijf jaar geleden naar Ajax overstapte. ‘Het eerste jaar onder trainer Dave Vos speelde ik meteen op 6 als defensieve middenvelder). Dan worden er andere dingen gevraagd. Ik verdedigde vooral passlijnen en veroverde ballen.’
Toen hij vorig jaar was verhuurd aan Excelsior werd er meer intensiteit geëist, zonder of met bal. ‘Dat is erin gestampt door trainer Marinus Dijkhuizen.
‘Hoe Dijkhuizen dat deed? Nou, ik speelde eerst gewoon niet. In het begin vond hij dat ik niet genoeg leverde op de trainingen. Uiteindelijk moet je. Het wordt uit je getrokken.’
Fitz-Jim keerde terug naar Ajax in de afgelopen winter, maar hij speelde weinig. ‘Ik heb het heel moeilijk gehad. Ik kwam met hoge verwachtingen, want Ajax wilde me terug.’
Ajax contracteerde ook routinier Jordan Henderson. ‘Ik denk dat ik een half uur in het eerste heb gespeeld, met twee invalbeurten. Ik voelde me amper onderdeel van het team. Op een gegeven moment denk je: waarom zou ik de warming-up voluit doen, als ik er toch niet inkom?
‘Ja, dat is de foute instelling. Lang dacht ik: vandaag kom ik erin. Vandaag gaat het gebeuren. Maar het gebeurde niet. Ik heb veel met mijn ouders gesproken en met mijn mentale coach.’
‘Uiteindelijk is het een periode die voorbijgaat. Het hoort erbij. Voetbal is niet alleen mooi. Het was genoeg dat ik mijn gevoelens kon uiten bij mijn ouders, bij mensen om me heen. Het was ook goed dat zij de spiegel voor mij neerzetten. Ik kon wel altijd zeggen dat het de schuld van de trainer was, maar ik moest ook iets aan mezelf veranderen. Sterker worden, lopen, betrouwbaar zijn.’
Ook Farioli had eerst geen plek voor hem. ‘Ik kreeg minder aandacht dan de rest.’ Hij wist dat het kon uitdraaien op verhuren of verkopen. ‘Ik dacht: ik ga drie weken keihard mijn best doen, intensiteit leveren, letten op zaken die ik niet zo goed kan, en aan de bal mooie dingen laten zien. Toen kreeg ik de kans en die heb ik gepakt.’
Voetballer zijn is een beroep, beseft hij. Het is meer dan het soms vrijblijvende spel in de jonge jeugd, eerst bij AZ. ‘Toen was voetballen alleen leuk. Met veel jongens ben ik nog goed.’
Toch ging hij naar Ajax. ‘Ik was toe aan iets nieuws, en het is belangrijk voor me wat mijn ouders zeggen, mijn familie en mijn zaakwaarnemer. We waren het eens met elkaar, dat het het beste was om de overstap te maken. Ik had altijd voor ogen om eerst bij AZ te slagen en dan naar Ajax te gaan. Het is anders gelopen.’
De herinneringen zijn mooi, ook aan AZ. ‘Er was altijd een groepje bij AZ dat voor Ajax was. Haha. AZ was echt een familie. We zaten zo lang samen in een team.’ Hij herkent ook iets in het verhaal van Finn Berk, die niet slaagde en een boek schreef over hoe hij wegdreef van het voetbal.
‘Het is zwaar en streng geweest. Ze proberen je mentaal klaar te stomen voor betaald voetbal, maar dat is niet voor iedereen weggelegd. Er was één trainer met extreme methoden, in mijn eerste jaar bij AZ. Het is ook een grote stap, van amateur bij Buitenveldert, van twee, drie keer trainen in de week naar bijna elke dag trainen. Ze testen je uit.’
‘Laat ik vooropstellen: ik had dit echt nodig. De warming-up bijvoorbeeld. Veel jongens smokkelen een metertje. Daar werd je echt op je vingers getikt. Dan moest iedereen opdrukken, behalve jij, terwijl jij het fout had gedaan. De anderen voelden de consequenties. Als je 12 bent, komt dat heftig aan, want je bent ook vriendjes van elkaar.’
Of Ajax anders is dan AZ? ‘Ajax is wat individueler, maar het beeld bestaat dat het koud is, dat heb ik nooit ervaren. Het is een warme club, van de mensen in de keuken tot fysio’s. Iedereen is aardig. Er is rivaliteit tussen spelers, en daar ligt in de jeugd misschien iets meer nadruk op dan bij AZ. Je doet het uiteindelijk voor jezelf.
‘Zeker is dat ik hier zonder mijn ouders niet had gestaan. Ze hebben me overal naartoe gebracht, me altijd gesteund op de beste manier. Ik ben ze super dankbaar.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant