Terwijl de Turkse regering voorzichtig een hand leek uit te steken naar de Koerdische PKK, werd in Ankara een aan aartsvijand PKK toeschreven aanslag gepleegd. Maar is die wel verantwoordelijk?
De aanslag woensdag in Ankara, door de regering toegeschreven aan de Koerdische beweging PKK, kwam op een wel heel verdacht moment. De Turkse regering leek sinds enkele weken juist voorzichtig toenadering te zoeken tot de PKK en de Koerdisch gezinde politieke partij DEM. De PKK reageerde met de nodige scepsis, maar zeker DEM leek daarvoor open te staan.
Maar dan: vijf doden en 22 gewonden bij een terreuraanslag tegen het pronkjuweel van president Recep Tayyip Erdogan, de hightech defensiesector. Bij het hoofdkantoor van Turkish Aerospace Industries (Tusas), een bedrijf in handen van de Turkse staat en een belangrijke producent van gevechtsvliegtuigen en drones, ontplofte een bom en er vond een schotenwisseling plaats. De twee daders, een man en een vrouw, werden door de politie gedood.
Een half etmaal later had de Turkse regering de terreuractie al vergolden. Ruim dertig doelen van de PKK in Syrië en Noord-Irak werden door de Turkse luchtmacht geraakt. ‘In totaal 32 doelen die toebehoren aan terroristen zijn met succes vernield’, aldus het ministerie van Defensie donderdagochtend. De operaties werden in de loop van de dag voortgezet.
Maar was de aanslag wel een actie van de PKK? De actie is niet opgeëist. Bewijzen voor de claim zijn niet gepresenteerd, de daders zijn dood. Het is voor de Turkse autoriteiten bijna routine om aanslagen toe te schrijven aan de ook in Europa als terroristisch te boek staande organisatie. De PKK is immers de aartsvijand van de Turkse staat.
Niet duidelijk is wat de PKK te winnen zou hebben bij een aanslag, net nu de regering bereid lijkt tot wat misschien een ‘opening’ zou kunnen worden in de Koerdische kwestie. Vooralsnog lijkt de organisatie niets te vrezen te hebben van eenzijdige pogingen van de kant van de regering tot pacificatie. Anderzijds is niet duidelijk waarom de regering de PKK ten onrechte zwart zou maken, net nu zij zelf over vrede was begonnen te praten.
Wel is goed denkbaar dat anderen zo’n mogelijke toenadering willen frustreren. Dan komen bijvoorbeeld de Koerdische Vrijheidshaviken (TAK) in beeld, een splinterorganisatie die nog gewelddadiger en compromislozer is dan de PKK. De TAK splitste zich twintig jaar geleden af van de PKK, omdat die bereid was te praten met de staat.
Gelet op haar werkwijze in het verleden kan de aanslag dinsdag in Ankara heel goed het werk zijn geweest van de TAK. Sommige waarnemers menen overigens dat de organisatie wel degelijk nog banden heeft met de PKK. De moederorganisatie zou de splinter inzetten voor radicale acties, waaraan ze zelf haar signatuur niet wil lenen.
Turkse media leggen eveneens een link tussen de aanslag en het prille toenaderingsproces, al weten ook zij niet waar die link dan precies uit bestaat. Opmerkelijk was in ieder geval het verrassende gebaar dinsdag, een dag vóór de aanslag, van Devlet Bahçeli, de leider van de rechts-nationalistische partij MHP, partner in de coalitie van president Erdogan.
Bahçeli zei dat PKK-leider Abdullah Öcalan, die in volstrekte afzondering een levenslange celstraf uitzit op het eilandje Imrali, in het parlement zou kunnen bekendmaken dat de PKK wordt ontbonden en dat ‘het terrorisme volledig voorbij is’. Hij opperde zelfs dat Öcalan in dat geval op vrije voeten zou kunnen komen, een ongekend geluid in de Turkse politiek.
Toevallig vond de aanslag net plaats op het moment dat Öcalan voor het eerst in bijna vier jaar bezoek kreeg in zijn eenzame cel. Zijn neef Ömer Öcalan, parlementslid voor DEM, liet op X weten de PKK-leider te hebben gesproken. Namens zijn oom bracht de neef de volgende boodschap naar buiten: ‘Als aan de voorwaarden wordt voldaan, kan ik het proces verplaatsen van conflict en geweld naar het gebied van recht en politiek.’
Begin deze maand had MHP-leider Bahçeli al opzien gebaard door in het parlement afgevaardigden van DEM de hand te schudden. Voorheen werden die door politici van de MHP als melaatsen behandeld. Bahçeli riep geregeld op de Koerdisch gezinde partij te verbieden, omdat ze zou samenspannen met de PKK.
Nu nodigde hij DEM echter uit een ‘partij van Turkije’ te worden. ‘We gaan een nieuw tijdperk in. We moeten vrede in ons land waarborgen’, zei hij. President Erdogan noemde Bahçeli’s woorden later ‘erg betekenisvol voor de broederschap van 85 miljoen mensen’, verwijzend naar het inwonertal van Turkije.
Woordvoerders van DEM reageerden gereserveerd, maar zeker niet negatief op de prille opening. ‘We zullen een uitgestoken hand niet afwijzen’, zeiden ze. In hun reacties op de aanslag klonk woensdag teleurstelling door. DEM veroordeelt de aanslag, zo liet de partij weten. ‘We moeten nu meer dan ooit vrede omarmen. We zullen niets accepteren dat de zoektocht naar vrede in diskrediet brengt.’ De timing van de aanslag was opmerkelijk, aldus DEM, gezien het recente debat over een mogelijk nieuw vredesproces.
PKK-woordvoerders hadden dinsdag met meer scepsis gereageerd op de uitspraken van MHP-leider Bahçeli. Zo schreef PKK-bestuurder Duran Kalkan in de krant Yeni Özgür dat de vermeende toenadering voortkomt uit onzekerheid bij de regering-Erdogan over de geopolitieke ontwikkelingen in de regio, met name de mogelijkheid van oorlog tussen Iran en Israël, gesteund door de VS. Turkije zou daarom rugdekking zoeken bij de Koerden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant