De kans dat Nederland zijn klimaatdoel voor 2030 haalt, is gedaald naar minder dan 5 procent. Dat stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in zijn jaarlijkse klimaatraming. Die verslechtering is deels te wijten aan de politieke keuzes van het nieuwe kabinet.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Klimaatminister Sophie Hermans kan zich het komende halfjaar opmaken voor stevige onderhandelingen in de coalitie. In het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma is vastgelegd dat de nieuwe regering vasthoudt aan de wettelijke klimaatdoelen, waaronder 55 procent vermindering van de broeikasgasemissies in 2030 (ten opzichte van 1990). De kans dat Hermans dit doel bereikt met bestaande en al geplande maatregelen, is minimaal.
Dat Nederland zijn streefdoel voor 2030 haalt is ‘heel erg onwaarschijnlijk’, zo schrijft het PBL bij zijn jaarlijkse doorrekening van het landelijk klimaatbeleid. Het doel is in de laatste twaalf maanden verder uit het zicht geraakt. Het PBL schatte de kans op succes vorig jaar nog rond de 15 procent. Dat was al een erg lage slagingskans, maar inmiddels is die dus afgezakt naar net boven nul.
Over de auteur
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.
De verslechtering van de raming heeft drie oorzaken. Op de eerste, de daling van de internationale gasprijzen, heeft het kabinet geen invloed. Goedkopere fossiele energie stimuleert het verbruik en ontmoedigt besparing. Het PBL heeft zijn gasprijsraming voor de komende jaren naar beneden bijgesteld, en gaat er dus vanuit dat tuinders meer gas verstoken en dat de eigenaren van benzine- en dieselauto’s meer kilometers maken.
Een tweede verklaring voor de slechte beleidsresultaten is vertraging in de uitvoering. Het schiet bijvoorbeeld niet op met het maken van bindende vergroeningsafspraken met grote industriële uitstoters. Veel plannen stuiten op de capaciteitstekorten op het elektriciteitsnet. Een deel van de vertraging ligt aan de politiek, want die treuzelt met de uitwerking van voorgenomen klimaatmaatregelen.
De derde oorzaak is volledig terug te voeren op politieke keuzes. Het nieuwe kabinet wil een aantal klimaatmaatregelen van het vorige kabinet terugdraaien, zoals de invoering van rekeningrijden en het verlagen van de maximumsnelheid naar 100 km per uur. Het kabinet-Schoof trekt aan de rem bij de bouw van nieuwe windturbines op land en op zee.
Het kabinet versoepelt ook het landbouwbeleid, waardoor de melkveestapel minder krimpt dan het PBL in 2023 berekende. Dat heeft een negatieve impact op het klimaat, want koeien zijn de belangrijkste emissiebron van het sterke broeikasgas methaan.
Het PBL wijst op een bijzonderheid in de Klimaat- en Energieverkenning van dit jaar. Voor het eerst sinds het planbureau tien jaar geleden begon met deze jaarlijkse rapportage hebben de nog uit te werken klimaatplannen per saldo geen enkel positief effect.
Dat zit zo: het PBL neemt in zijn berekening alleen klimaatmaatregelen mee die het parlement heeft goedgekeurd, óf die in gedetailleerde voorstellen zijn vervat. Maar daarnaast staan er altijd maatregelen op de rol die het PBL te vaag vindt om serieus te nemen. De potentiële opbrengst van die nog uit te werken plannen berekent het planbureau indien mogelijk apart, opdat het kabinet kan inschatten hoeveel extra maatregelen daarnaast nog nodig zijn.
Normaal gesproken leveren de uitgewerkte en vage plannen samen een hogere CO2-reductie op dan het uitgewerkte beleid alleen. Maar dit jaar is dat voor het eerst niet het geval: de gunstige effecten van klimaatplannen die het kabinet nog moet uitwerken worden vrijwel volledig tenietgedaan door contraproductieve beleidsvoorstellen met een negatief klimaateffect.
PBL-directeur Marko Hekkert vindt het ‘bijzonder’ dat dit kabinet eerder gemaakte klimaatafspraken wil nakomen, maar tegelijkertijd het tempo van de uitstootdaling vertraagt. ‘Vorig jaar maakte onze raming al duidelijk dat er een stapje bij moet, maar in het kabinet is het nieuwe mantra: ‘niet te snel, want we willen dat de burger het makkelijk heeft’.
Hoe langer het kabinet de noodzakelijke maatregelen voor zich uitschuift, hoe moeilijker het wordt de klimaatdoelen te halen, zegt Hekkert. ‘Er resteert steeds minder tijd tot 2030. Door de val van het kabinet heeft het klimaatbeleid twee jaar in de ijskast gestaan. Dat helpt natuurlijk niet. Veel potentiële maatregelen hebben een lange aanlooptijd, waardoor ze niets meer kunnen bijdragen aan het klimaatdoel voor 2030. Dat beperkt de beleidsmogelijkheden.’
De 55 procent uitstootvermindering in 2030 is in de wet vastgelegd als een ‘streefdoel’. Dat doel is juridisch dus niet bindend, in tegenstelling tot de doelstelling van netto nul procent uitstoot (‘klimaatneutraliteit’) in 2050. Dat is volgens Hekkert echter geen reden om het 2030-doel maar te laten varen en pijnlijke maatregelen nog even uit te stellen. ‘Die 55 procent in 2030 ligt precies op het afbouwpad richting 2050. Als dit kabinet achteroverleunt, moet er over enkele jaren nóg harder ingegrepen worden.’
Het sombere klimaatrapport schept een vruchtbare voedingsbodem voor nieuw gekrakeel in de coalitie. Nu de coalitiepartijen hun meningsverschil over het asielbeleid hebben bijgelegd, wordt klimaat mogelijk het nieuwe twistpunt. PVV en BBB hebben weliswaar getekend voor het halen van de klimaatdoelen, maar zien stevig klimaatbeleid eigenlijk niet zitten.
In het verkiezingsprogramma van de PVV stond dat het klimaatbeleid ‘door de shredder’ moet. Het BBB-programma staat vol bagatelliserende opmerkingen over de ernst van de klimaatopwarming en de Nederlandse invloed daarop. Het regeerprogramma van het kabinet-Schoof stelt bovendien ‘essentiële randvoorwaarden’ aan klimaatmaatregelen, namelijk de vage begrippen ‘draagbaarheid, haalbaarheid en uitvoerbaarheid’.
Hoe het kabinet het nakomen van ‘bestaande afspraken’ (het halen van de wettelijke klimaatdoelen) verenigt met het tegelijkertijd stellen van ‘essentiële’ randvoorwaarden aan het nakomen van die afspraken, is onduidelijk. Hoe ‘haalbaarheid’ een voorwaarde kan zijn bij doelen die hoe dan ook gehaald moeten worden (ze zijn vastgelegd in Europese en nationale wetgeving) is een andere open vraag.
Welk van de twee zwaarder weegt - de klimaatdoelen of de randvoorwaarden - en wat precies verstaan moet worden onder ‘haalbaar, draagbaar en uitvoerbaar’, moeten coalitie en kabinet de komende maanden onderling uitvogelen. Eén ding is zeker: als minister Hermans (Klimaat en Groene Groei, VVD) het klimaatbeleid vanwege de PBL-aanmaning fors wil aanscherpen, zal ze tegenover haar medebewindslieden stevig in haar schoenen moeten staan.
Alles over politiek vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant