KLM werd tijdens de coronapandemie ternauwernood van een faillissement gered. De Nederlandse overheid stak liefst 3,4 miljard euro in het bedrijf. De reddingsoperatie is nu voor het eerst geëvalueerd. Welke lessen kunnen we trekken?
KLM werd in 2020 midscheeps geraakt door de coronacrisis. Reizigers zaten in een lockdown en vliegtuigen stonden aan de grond, terwijl de miljarden de deur uit bleven vliegen. Om het bedrijf voor een faillissement te behoeden kreeg KLM 3,4 miljard euro staatssteun. In ruil voor het geld diende KLM zich aan een aantal afspraken te houden. Zo moest KLM onder meer bezuinigen en mocht het geen bonussen of winst uitkeren aan medewerkers.
Maar KLM hield zich niet aan alle afspraken, concludeerde Jeroen Kremers, de zogenoemde ‘staatsagent’ die namens de overheid toezicht hield op naleving van het contract. Zo gaf het bedrijf uiteindelijk toch meer uit dan was afgesproken. Ook verhoogde het bedrijf de salarissen van het personeel.
Over de auteur
Ashwant Nandram is economieverslaggever voor de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over de luchtvaart en spoorwegen.
Dat KLM de afspraken aan zijn laars lapte, kwam het bedrijf op veel kritiek te staan. ‘Dit kan natuurlijk niet’, oordeelde de VVD in de Tweede Kamer. Volgens D66 was het bedrijf ‘moreel verplicht’ zich aan afspraken te houden. ‘Welk signaal geeft dat aan de maatschappij en de belastingbetaler, wat als er weer een crisis komt?’
De meeste mensen hebben aan de KLM-steun een wrange nasmaak overgehouden. KLM had het geld geïnd maar zich niet aan de afspraken gehouden; de staatsagent had geen macht om in te grijpen. En ook de overheid stak geen poot uit. De reddingsoperatie leek alleen maar verliezers te kennen.
Het rapport van adviesbureau EY, dat in opdracht van het ministerie van Financiën de redding evalueerde, begint iets minder somber. Het belangrijkste doel was om KLM van een ondergang te redden, en dat is gelukt. KLM heeft bovendien al het geleende geld en de bijbehorende rente terugbetaald.
Toch zijn er tal van op- en aanmerkingen te maken. Die zijn vooral toegespitst op de staat, die niet stevig genoeg in de schoenen stond. Zo liet de overheid zich al snel in de kaarten kijken. ‘We zullen alles op alles zetten om KLM door deze crisis te loodsen’, zei voormalig minister van Financiën Wopke Hoekstra in april 2020. Daardoor had de staat een beroerde onderhandelingspositie, concluderen de onderzoekers. Zo waren andere stakeholders – financiers, leveranciers en aandeelhouders – ‘niet of minder bereid bij te dragen aan een oplossing voor KLM’.
Er werd in Den Haag ook te weinig nagedacht over andere opties dan een volledige bail-out van het bedrijf. Zo had serieus gekeken kunnen worden naar een faillissement of ‘verregaande herstructureringsopties’. Daarbij kan het bedrijf bijvoorbeeld uit elkaar getrokken worden, zodat gezonde en ongezonde delen van het bedrijf afzonderlijk verdergaan.
EY concludeert, net als de staatsagent, dat KLM zich niet aan alle afspraken heeft gehouden. En in Den Haag werd er heel laat overwogen om het bedrijf daarvoor te straffen. ‘De staat heeft pas ná beëindiging van het steunpakket inzet van handhavingsinstrumenten overwogen, hetgeen de kans op succesvolle handhaving heeft verslechterd.’
Daar was bovendien ook amper instrumentarium voor. Zo was er in een concept-contract nog sprake van boeteclausules, maar die waren uit het definitieve contract weer geschrapt. Ook andere pressiemiddelen ontbraken, zoals het direct opeisbaar maken van de lening. ‘Dit heeft de handhaving en naleving van de voorwaarden niet bevorderd’, concluderen de onderzoekers.
De staat liep ook opvallend veel risico. De overheid wilde KLM geld lenen en wilde dat per se samen met een consortium van banken doen. Daarbij stond de overheid garant voor een dusdanig groot deel, dat de banken veel minder risico liepen dan voor de coronacrisis. De onderzoekers rekenen voor dat de banken dankzij de overheid ‘slechts’ 240 miljoen euro risico liepen, terwijl ze daarvoor nog bloot waren gesteld aan een risico van 665 miljoen euro. In de toekomst moet de overheid daarom zorgen dat ‘zij afdoende gecompenseerd wordt voor het risico dat zij loopt’.
Het 129 pagina’s tellende rapport behandelt vrijwel alle aspecten van de staatssteun. Maar er is één vraag die EY niet beantwoord en dat is of KLM achteraf gezien überhaupt steun had moeten krijgen. De laatste keer dat de Nederlandse overheid miljarden euro’s staatssteun uitdeelde was tijdens de kredietcrisis rond 2008, toen werd gevreesd dat een failliete bank een trits andere banken zou meesleuren in de val. Maar welk belang diende de redding van KLM?
Ook het kabinet waagt zich nu niet aan de beantwoording van die vraag, schrijft het in een reactie op het EY-rapport. Dat doet het pas volgend jaar, wanneer het haar aandeelhouderschap evalueert in KLM (5,9 procent van de aandelen) en moedermaatschappij Air France-KLM (9,1 procent). ‘Hier zal worden stilgestaan bij het publiek belang van KLM.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant