In twee derde van de Nederlandse gemeenten ligt minder dan de helft van de verkochte huizen op of onder de betaalbaarheidsgrens van 390.000 euro. Ruim 60 procent daarvan wordt gekocht door starters. Dat blijkt donderdag uit cijfers van het Kadaster.
Het Kadaster keek naar de cijfers van juli tot en met september van dit jaar. Een woning wordt als betaalbaar gezien wanneer de prijs onder de 390.000 euro ligt. De Rijksoverheid stelt die grens jaarlijks vast en indexeert die volgens de consumentenprijsindex (CPI). Voor 2025 komt de bovengrens voor betaalbare koop uit op 405.000 euro. In 2024 ligt dat bedrag dus op 390.000. In praktijk komt het erop neer dat je ruim twee keer modaal moet verdienen om die prijs te kunnen betalen.
"Stel dat de hypotheekrente 4 procent is, dan moet je als huishouden bijna 85.000 euro per jaar verdienen, mocht je de woning met alleen je hypotheek willen betalen", zegt Lianne Hans, woningmarktonderzoeker bij het Kadaster, tegen NU.nl.
En in juli tot en met september van dit jaar lag de verkoopprijs in bijna 200 van de 342 gemeenten bij minder dan de helft van de huizen onder die grens. In twaalf van de onderzochte gemeenten was minder dan 10 procent van de verkochte huizen betaalbaar. En in tien gemeenten was meer dan 80 procent betaalbaar.
Woningen onder die betaalbaarheidsgrens worden het vaakst gekocht door starters, meldt het Kadaster. Het gaat daarbij om 61,5 procent van de betaalbare woningen.
Ook in de grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht steeg het aantal verkopen fors: er werden 24 procent meer huizen verkocht dan vorig jaar. In de rest van Nederland steeg die verkoop met ongeveer 13 procent. De stijging was het allergrootst in Rotterdam met 35 procent.
Ook de verkoopprijzen namen in die gemeenten flink toe. Voor een huis betaalde je in juli tot en met september gemiddeld 463.000 euro. In hetzelfde kwartaal vorig jaar was dat nog 417.656 euro: een stijging van 10,9 procent. De gemiddelde woningprijs stijgt nu alweer een jaar lang elk kwartaal, meldt het Kadaster.
Van de vier gemeenten zijn de prijzen het hoogst in Amsterdam. De prijs ligt nu gemiddeld op een slordige 658.000 euro. Ook in de rest van Nederland zijn de huizenprijzen hoog: in 57 gemeenten was de gemiddelde prijs 550.000 euro of meer. Dat waren er nog nooit zoveel, blijkt uit het onderzoek. In 198 gemeenten was de gemiddelde prijs dan weer lager dan het landelijke gemiddelde van 463.000 euro.
En het is erg lastig te zeggen hoe de prijsontwikkeling het komende kwartaal zal verlopen, zegt Paul de Vries, woningmarktexpert bij het Kadaster, tegen NU.nl. De huizenprijzen gingen vorige maand opnieuw fors omhoog, bleek dinsdag uit cijfers van het CBS en het Kadaster. Volgens De Vries stabiliseren die enigszins. "Dat komt deels omdat we zien dat investeerders woningen verkopen die wat goedkoper geprijsd zijn." De verwachting is dan dat huizenprijzen minder hard stijgen dan in de afgelopen jaren, zegt hij.
Maar, nuanceert hij, we hebben te maken met "een heel rare, heel krappe markt". Dat maakt dat voorspellingen en verwachtingen lastig te schetsen zijn. "We zijn in een periode gekomen die we niet kennen uit het verleden. Alles wat je kunt zeggen over de komende tijd is eigenlijk gebaseerd op wat we al kennen. En wat er nu gebeurt hebben we nog nooit eerder zo gezien."
Source: Nu.nl economisch