Home

Over Roy Cohn wil niemand iets aardigs zeggen, ‘maar het is wél een van de beste rollen die je kunt spelen’

De beruchte advocaat en machtmakelaar Roy Cohn drukte een zware stempel op de geschiedenis, die ook nu nog zichtbaar is in de kandidatuur van Donald Trump. Dat zijn leven ook een tragische kant kende, maakt hem onweerstaanbaar voor acteurs als Jeremy Strong en Al Pacino.

is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.

Aanvallen, aanvallen, aanvallen, nooit iets toegeven, en altijd de overwinning claimen. Het zijn inmiddels de eerste regels uit het handboek voor populisme, maar het zijn óók de drie wetten van advocaat Roy Cohn (1927-1986), vermoedelijk een van de invloedrijkste, opzienbarendste en meest dubieuze advocaten uit de 20ste eeuw.

Hoewel Cohn inmiddels al bijna veertig jaar dood is, leeft hij in veel opzichten voort. Hoe groot zijn invloed was (en is), zien we vanaf deze week in The Apprentice, de controversiële biopic over de jonge jaren van Donald Trump (Sebastian Stan). Lang voordat Trump in de buurt komt van het Witte Huis, is hij in de jaren zeventig nog een wat dommig sulletje, dat maar niet kan ontsnappen uit de schaduw van zijn dominante vader en geen flauw benul heeft hoe hij zijn dromen (het bouwen van gigantische hotels in Manhattan) kan realiseren.

En dan zijn daar tijdens een bezoek aan een exclusieve herenclub in 1973 ineens de dwingende ogen van topadvocaat Roy Cohn (hier gespeeld door Succession-acteur Jeremy Strong), die als advocaat en ‘fixer’ toegang heeft tot de hoogste echelons, ook in het politieke centrum van Washington.

De ogen van Strongs Cohn zijn die van een loerende hond: hij ziet een prooi, iemand om te kneden naar zijn wens, om daar op een later moment van te profiteren. Door hem onder zijn hoede te nemen als protegé, kan het best wat worden met deze proleterige rijkeluiszoon. Cohn heeft daarbij geen financiële bedoelingen, maar wil vooral zo veel mogelijk potentiële invloed vergaren. Quid pro quo, dat werk. Voor Roy Cohn is het leven altijd een transactie.

The Apprentice presenteert Cohn als een soort ‘kingmaker’, iemand zonder wie Donald Trump nooit had kunnen worden wie hij vandaag de dag is. Cohn is voor Trump haast een vaderfiguur: hij vertelt hem welke dure pakken hij moet dragen, hoe hij zich moet gedragen in interviews en dat hij echt iets moet doen aan die dikke reet. En dan zijn er dus nog die drie wetten, die uiteindelijk cruciaal zouden zijn in de ontwikkeling van het trumpisme.

‘Kwaadaardige Forrest Gump’

In Entertainment Weekly werd Cohn eerder omschreven als een ‘kwaadaardige Forrest Gump’, omdat hij aanwezig was, of een cruciale rol speelde bij allerlei grote historische gebeurtenissen. Cohn was er vroeg bij: hij is nog een vroege twintiger als hij in 1951 zijn grote ‘doorbraak’ beleeft, als een van de aanklagers in de geruchtmakende rechtszaak tegen Julius en Ethel Rosenberg, die werden beschuldigd van het lekken van nucleaire geheimen naar de Sovjet-Unie.

Cohns keiharde aanpak droeg er volgens hemzelf direct aan bij dat het Amerikaanse echtpaar uiteindelijk werd veroordeeld tot de doodstraf. Maar daarvoor moest Cohn wel een getuige manipuleren en (illegaal) blijven pushen bij de rechter voor de strengst denkbare straf.

In de documentaire Where’s My Roy Cohn uit 2019 wordt de keiharde opstelling van Cohn in de rechtszaak gezien als een manier om zich af te zetten tegen het Joodse milieu waarin hij opgroeide.

Cohn werd als enig kind geboren in een gezin dat allesbehalve conventioneel was. Zijn moeder Dora werd ‘het lelijkste meisje’ uit de New Yorkse wijk The Bronx genoemd, waardoor ze met geen mogelijkheid aan een liefdespartner leek te kunnen komen. Uiteindelijk schoof de Joodse gemeenschap een advocaat naar voren met de deal: trouw met Dora en je wordt gepromoveerd tot rechter. Nog voordat Roy Cohn werd geboren, was zijn leven al één grote transactie.

Hoewel Cohn al vanaf zijn geboorte wordt gezien als een klein, onaantrekkelijk kind met een wat vreemde neus, compenseert hij die achterstand al snel met een vroegrijpe wijsheid. Via zijn invloedrijke vader belandt hij als jonge tiener aan tafel bij allerlei politieke hotemetoten, en al op zijn 20ste studeert hij af als jurist.

Ultieme schaduwspeler

Met de zaak tegen de Rosenbergs heeft hij genoeg naam gemaakt om de belangrijkste adviseur te worden van senator Joseph McCarthy, die begin jaren vijftig Amerikanen onderzoekt, ondervraagt en opjaagt omdat ze sympathie zouden hebben voor het communisme.

Vanaf dat moment is Cohn de ultieme schaduwspeler: altijd in de buurt van de oren van de macht. De commissie-McCarthy is een voorproefje van de strategie die Cohns leven gaat vormgeven: de waarheid is voor hem niet absoluut, een moreel kompas is iets voor zwakkelingen en een demagoog heeft de hele wereld.

In de decennia daarna maakt Cohn definitief naam als advocaat. Hij staat beruchte New Yorkse maffiosi bij en speelt het spel nooit helemaal volgens de regels: hoe meer invloed hij krijgt, des te genadelozer hij wordt. Cohn worstelt zichzelf omhoog met een gebrek aan empathie én een gebrek aan ethiek. Geen regels, geen grenzen, altijd leven op het randje. Niets smaakt zo lekker als het gevaar.

Maar Cohn heeft ook invloed op al die posities, die uiteindelijk reiken tot in het Witte Huis. Nancy Reagan zou hem na de verkiezingsoverwinning van manlief Ronald hoogstpersoonlijk hebben gebeld om hem te bedanken: zonder hem was dit allemaal nooit gelukt.

Het onaantrekkelijke jongetje uit een transactioneel huwelijk is een gewilde tafelgenoot geworden in de hoogste kringen. Dat hij die positie dikwijls vergaarde met chantage, afpersing en smerige trucjes, zou hij zelf natuurlijk nooit toegeven. Beschuldigingen van samenzwering, diefstal, brandstichting en belastingontwijking? Cohn kende altijd wel iemand in de hoogste kringen die hem vrijpleitte.

Publiek geheim

Ondertussen bleef Cohn zijn mantra van ‘alles ontkennen’ doorvoeren tot in het extreme. Van de ongetrouwde Cohn is het al langer een publiek geheim dat hij homoseksueel is, maar dat blijft hij hardnekkig ontkennen. Toch wordt dat vooral in de jaren tachtig steeds moeilijker, wanneer hij aids krijgt. Zelf houdt Cohn vol dat hij lijdt aan leverkanker. Zijn homoseksualiteit maakt hem immers kwetsbaar, en dat past niet in zijn winnaarsdraaiboek. Nooit iets toegeven, zelfs niet met de dood in zicht.

Het maakt Cohn, hoe verwerpelijk ook, toch tot iets van een tragische figuur, in ieder geval voor gevierd toneelschrijver Tony Kushner, die van hem een personage maakte in zijn alom geprezen toneelstuk Angels in America, dat in 2003 werd bewerkt tot een HBO-miniserie met Al Pacino als Cohn.

Kushner in een recent interview met glossy GQ, over wat hem zo aanspreekt in Cohn: ‘Er is bij Cohn altijd sprake van een zekere verwarring: hij was een verschrikkelijk mens, maar ook iemand met aids. Cohn is onverteerbaar, verwerpelijk, maar ook fascinerend.’

Hoewel Angels in America de belangrijkste Cohn-vertolkingen voortbracht (in het Broadway-toneelstuk onder meer gespeeld door Nathan Lane en Rob Leidman, en in Nederlandse opvoeringen door Hans Kesting en Jacob Derwig), dook Cohn vaker op in films en series. James Woods speelde hem in de tv-film Citizen Cohn, en Cohn was ook te zien in de miniseries Robert Kennedy and His Times (gespeeld door Joe Pantoliano) en Fellow Travelers (Will Brill).

Bloedhond

Toch is de rol van Al Pacino in Angels in America nog altijd de ultieme Cohn-vertolking. In glorieus grootse Pacino-stijl maakt hij van Cohn een onstuitbare bloedhond, een immer energieke ploert die tot het einde toe strijdbaar blijft. Zijn Cohn had in een ander leven graag een ‘octopus’ willen zijn, zodat hij nog meer handen beschikbaar had om te bellen met de macht, en zodat hij nog meer zaken kon winnen.

Voor Cohn (voor wie schrijver Kushner zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid bleef) is het leven één groot spel om zwakheden te vinden en iedereen uit te schakelen die niet aan jouw kant staat. Daarvoor moet alles worden opgeofferd.

Uit een monoloog in de serie: ‘Liefde is een val. Verantwoordelijkheid hebben is een val. Alles wat iets van je verlangt, is een bedreiging. Ga altijd voor het hoogste doel, en laat niets je beletten.’

En in een latere aflevering: ‘Na mijn dood zullen ze zeggen dat ik het deed om rijk en beroemd te worden. Maar ik deed nooit iets voor het geld. Het enige wat telt, is lef. Ik heb nooit gewankeld.’

Dat laatste is niet helemaal waar, want in de jaren tachtig kwam er wel degelijk een einde aan het ‘succesverhaal’ van Roy Cohn. Door zijn ziekte verliest hij steeds meer belangrijke cliënten – onder wie voormalig leerling Donald Trump – en na beschuldigingen van fraude en mogelijke diefstal van een cliënt wordt hij uiteindelijk geroyeerd als advocaat, vijf weken voor zijn dood. De eeuwige winnaar kon blijkbaar toch verliezen, al zou hij dat zelf nooit toegeven.

Gangster

Geen wonder dat hij in Angels in America zijn best doet om te sterven voordat hij wordt geroyeerd. Kushner in GQ: ‘Ook dat is weer een contradictie in Cohn. Hij was op zo veel manieren een gangster, die de wet gebruikte op de meest cynische manier denkbaar, en toch betekende het advocaat-zijn veel meer voor hem dan rijkdom of macht. Het idee dat dit van hem werd afgenomen, was ondraaglijk.’

Precies door die contradicties vinden topacteurs als Pacino en Strong toch iets menselijks in Cohn, al spelen ze hem vooral als mens zonder al te veel menselijkheid. Zowel in The Apprentice als in Angels of America blijft zelfs het kleinste spoortje spijt, mededogen of zelfreflectie ambigu toneelspel.

Zo zien we in een late scène in The Apprentice hoe Strongs Cohn in tranen uitbarst als hij zélf de zwakkeling is geworden, die nog één keer bij Trump op visite mag komen zonder dat hij nog iets van macht kan uitoefenen. Heel even denk je: zien we hier een man die spijt heeft van het monster dat hij heeft gecreëerd? Maar de tranen van Cohn lijken vooral te duiden op zijn tanende invloed: ineens is hij weer het onaantrekkelijke jongetje dat opnieuw moet beginnen.

Die emotie blijft in Angels of America juist uit, totdat we in de laatste aflevering zien hoe Pacino’s Cohn toch spijt lijkt te betuigen aan de geestverschijning van de mede door zijn toedoen geëlektrocuteerde Ethel Rosenberg (gespeeld door Meryl Streep). ‘Het spijt me’, brabbelt hij, om vervolgens nog één keer de bloedhond te zijn voor wie het leven één grote truc is om te winnen. Ook de ‘spijtbetuiging’ is een trucje, zodat Ethel wellicht eindelijk schuld bekent in zijn bijzijn.

Meer monster dan mens

Cohn is in veel opzichten meer monster dan mens geweest, maar toch vinden Pacino en Strong iets in hem dat hem tot een tragische, meeslepende figuur maakt. Bij Pacino is het de levenslustige, haast dierlijke bravoure, de uitstraling dat je altijd slimmer bent dan de anderen in de kamer, terwijl het bij Strong vooral de charismatische gewiekstheid is om de ander (lees: een Donald Trump) zo ver mogelijk te brengen.

Voor Strong was de vertolking vooral een kwestie van ‘liefde vinden’. In een recent interview met de Los Angeles Times: ‘Als Roy Cohn nu deze kamer zou binnenlopen, geef ik hem waarschijnlijk geen hand. Maar voor mijn werk moet ik hem wel leren begrijpen en iets van liefde vinden.’

In datzelfde interview noemt Strong hem een ‘kanker-achtig mysterie’ en een ‘demonische Peter Pan’, maar ook iemand bij wie hij graag onder de huid wilde kruipen: ‘Een personage als Roy is toch vooral als Iago (de manipulatieve, wraakzuchtige antagonist uit Shakespeares Othello): je wil geen aardige dingen over hem zeggen, maar het is wel een van de beste rollen die je kunt spelen.’

De aantrekkingskracht van Cohn als personage schuilt vooral in al die tegenstrijdigheden die Kushner beschreef: verwerpelijk, maar ook fascinerend en tragisch. Een documentaire die de kleindochter van Julius en Ethel Rosenberg in 2019 maakte over Roy Cohn heet niet voor niets Bully, Coward, Victim. Een complexe pestkop met zo’n geschiedenis en zo’n tragisch einde is voor acteurs een zegen.

Bovendien wordt Cohn in bepaalde kringen nog altijd gemist. Toen Donald Trump in zijn eerste termijn als president een gebrek aan loyaliteit en gewiekstheid ervoer bij zijn adviseurs, vroeg hij: ‘Waar is mijn Roy Cohn?’

Kijk naar Donald Trump en zijn geestverwanten, en je zult altijd een vleugje Cohn terugzien. Aanvallen, aanvallen, aanvallen, nooit iets toegeven en altijd de overwinning claimen. De geest van de kwaadaardige Forrest Gump dwaalt ook veertig jaar na zijn dood nog altijd rond.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next