Het merendeel van de lezers is niet gecharmeerd van de beweringen van wiskundige en antropoloog Jan van de Beek in een interview over de nadelen van de komst van asiel-, arbeids- en studiemigranten. Op een enkele lezer van deze ‘linkse kutkrant’ dan na.
De oproep tot bescherming van de rechtstaat van hoogleraar staatsrecht Ingrid Leijten galmt na bij het lezen van het interview met Jan van de Beek. Niet alleen ziet Van de Beek immigratie als een ‘onvoorziene omstandigheid’ van de verdragen waarbij Nederland partij is, deze verdragen zouden ook nog eens de Nederlandse democratie ondermijnen en daarom moeten worden opgezegd en/of aangepast.
Hoe de data-analyse van Van de Beek over migratie en de verzorgingsstaat tot deze conclusie leidt, blijft vaag. Net als de end state die Van de Beek voor ogen heeft wat betreft asiel. Bij zoveel onduidelijkheid is het maar goed dat de Grondwet spelregels geeft, onder meer de regel dat verdragen niet zonder instemming van de gehele Staten-Generaal kunnen worden opgezegd.
Dammes den Hartog, Oegstgeest
Met stijgende ergernis heb ik het interview met wiskundige en cultureel antropoloog Jan van de Beek gelezen. Als cultureel antropoloog voel ik me geroepen om een paar opmerkingen te maken. Ik heb meer dan dertig jaar gewerkt met allerlei migranten/nieuwkomers in Groningen. Sommigen kwamen hier voor de liefde, maar de meesten hebben moeten vluchten.
Het lijkt me helder dat het geen gemakkelijke opgave is om ergens helemaal opnieuw te moeten beginnen, zeker als je de nodige rottigheid hebt meegemaakt voordat je hier bent aangekomen. Het steekt mij énorm dat Jan van de Beek zegt: ‘Iedere asielzoeker die een status krijgt, heeft toegang tot de verzorgingsstaat, ook als hij kansloos is op de arbeidsmarkt. Dat is een chequeboek, waarmee hij elke maand kan zeggen: ‘Mag ik even vangen uit de collectieve pot?’
De nieuwkomers die ik tegenkom, hebben er zonder uitzondering een hekel aan om hun hand op te houden en afhankelijk te zijn van een uitkering. Zij doen er alles aan om zichzelf verder te ontwikkelen en aan het werk te komen. Ze zitten niet bij de pakken neer, maar willen hun talenten gebruiken en iets betekenen in onze samenleving. Ze leren zo goed mogelijk Nederlands en volgen opleidingen en omscholingen. Tegen de klippen op. Ze werken keihard om hier hun draai te vinden en het beste te bereiken – in het bijzonder voor hun kinderen.
Helaas zijn er heel veel hinderpalen waarmee deze nieuwkomers te maken krijgen. Een recent voorbeeld: Een alleenstaande moeder heeft in februari dit jaar haar diploma mbo 2 Helpende behaald. Haar opleidingscoach en stagebegeleidster zijn enthousiast over haar, net als haar collega’s en cliënten in het verpleeghuis. Tot haar verdriet en frustratie komt zij echter niet aan het werk, ondanks dat overal grote personeelstekorten zijn in de Zorg.
Reden? Ze kreeg bij één van haar sollicitaties te horen ‘niet flexibel genoeg’ te zijn. Want ze moet ook ’s avonds en in de weekenden beschikbaar zijn. Alleen op doordeweekse dagen tussen 7.15 en 18 uur is niet genoeg. Tijdens haar opleiding kon haar kind naar de buitenschoolse opvang (bso). Maar de bso is niet beschikbaar in de avond en weekenden. En blijkbaar vindt de betreffende zorginstelling het niet genoeg dat zij door de week wél 40 uur inzetbaar is.
Bij een andere zorginstelling kan ze alleen een nulurencontract krijgen. Op basis daarvan zou ze moeten afwachten òf en wanneer ze wordt opgeroepen en kan ze geen kinderopvang regelen. Het gevolg is dat zij nu al meer dan een halfjaar tegen wil en dank werkloos thuis zit. De werkcoach van de gemeente lukt het tot nu toe evenmin om haar in de zorg aan het werk te krijgen als helpende.
Dus: laten we vooral kijken hoe nieuwkomers aan de slag geholpen kunnen worden door obstakels weg te nemen. Regel goede kinderopvang en zorg dat werkgevers zich flexibeler opstellen. Zorg dat kinderen van nieuwkomers geholpen worden met het verbeteren van hun Nederlandse taal, zodat zij gelijke kansen hebben op school en kunnen doorstromen naar onderwijs dat past bij hun talenten, in plaats van hun niveau ‘Begrijpend Lezen’.
Wat Jan van de Beek beweert, doet geen recht aan al die hardwerkende nieuwkomers die ik tegenkom. Ook al slaat hij in het interview ons met cijfers om de oren, in mijn oren klinkt het vals.
Anneke Lindeman, cultureel antropoloog, Groningen
In het interview met Jan van de Beek worden ‘blijf-percentages’ genoemd. Zonder absolute aantallen per migrantengroep, zegt dat weinig tot niets. Dat weet een wiskundige heus wel. Een kans voor de rubriek Cijfers bij het Nieuws?
Ful van der Wel, Zeist
Goed rekenwerk van Jan van de Beek, lees ik. Maar wat doen we nou met die schuivende mensenmassa’s in de wereld?
Wim Stegeman, Amsterdam
Met zijn foute sommen vervuilt Van de Beek het migratiedebat én ondermijnt hij het vmbo. ‘Gemiddeld genomen doen kinderen van asielmigranten het niet goed en volgens mijn data steeds slechter. Er is bijvoorbeeld een heel lage deelname aan havo-vwo’, stelt de wiskundige bijvoorbeeld. Eigenlijk zegt hij daarmee: als je geen havo of vwo doet, gaat het slecht met jou – en dat is slecht voor Nederland. Het is bijna knap te noemen dat je in één zin zoveel verkeerds kunt beweren.
Het idee dat je alleen met een havo- of vwo-opleiding iets kunt bijdragen aan de samenleving, is een miskenning van het belang, de waarde en de kwaliteit van het vmbo. Het is een belediging voor ieder kind dat er aan zijn of haar toekomst werkt, voor iedere vmbo-professional, en voor iedereen die op een vmbo heeft gezeten en nu een bijdrage levert aan samenleving en economie. Een waarin steeds meer arbeidstekorten zijn op juist die plekken waar een vmbo-geschoolde professional zou kunnen werken.
Dit soort uitspraken draagt bij aan een ongewenste en negatieve beeldvorming over een onderwijsvorm waar het merendeel van de kinderen in ons land naartoe gaat (ongeveer de helft, havo en vwo bedienen elk nog geen kwart), en waarvan we de afgestudeerden keihard nodig hebben. Maar wie wil er nog naar het vmbo als er wordt gezegd dat je het dan ‘slecht’ doet?
Verkeerd is ook, dat de cijfers die Van de Beek presenteert (zijn eigen data?), niet de volledige of de juiste som lijken te vormen, terwijl hij zelf nu juist zo vurig bepleit dat die ook gemaakt zou moeten mogen worden als het om migratie gaat. Uit (longitudinaal) onderzoek van het NJI over onderwijsprestaties blijkt namelijk dat niet minder, maar juist steeds méér kinderen met een migratieachtergrond in ons land een theoretische opleiding (havo of vwo) afronden. Ergens ‘een som op loslaten’ kan nuttig zijn, maar áls je cijfers gebruikt, moet je volledig zijn.
Tot slot is het verkeerd dat deze wiskundige bij de duiding van zijn op z’n minst twijfelachtige ‘eigen’ data, de koppeling met onderwijsprestaties maakt om zijn inbreng in het migratiedebat te onderbouwen. Met zijn onvolledige, of zelfs onjuiste som, met zijn ongefundeerde en beledigende bewering dat je alleen met een havo- of vwo-opleiding iets kunt bijdragen aan de samenleving, en met de koppeling van die twee zaken als manke onderbouwing van zijn visie in het migratiedebat, staat Van de Beek een zuivere discussie over de risico’s van migratie juist in de weg, ondermijnt hij het mooie vmbo en doet hij geen recht aan degenen die wél met zinvolle en juiste cijfers willen bijdragen aan debatten rond als migratie. De Volkskrant mag hier écht kritischer doorvragen.
Marlijn Dingshoff, Amersfoort
Twee weken geleden stond op de cover van het Magazine van de Volkskrant de tekst ‘linkse kutkrant’. En daar ben ik het over het algemeen helemaal mee eens. Maar toch lees ik de Volkskrant om ook andere geluiden te horen. En ineens een artikel met Jan van de Beek over de economische blik op migratie. De Volkskrant was even geen linkse kutkrant.
Jeroen van Bergen, Amsterdam
Probeert de Volkskrant nu in het gevlij te komen van de nieuwe heersende macht? Iets meer ruggengraat mocht verwacht worden.
Arjen Bouter, Keutschach am See, Oostenrijk
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant