Vorig jaar eindigde het vrolijkste feest op de joodse kalender een dag voor de aanval van Hamas in Israël. Een jaar later gaat het op het Loofhuttenfeest veel over ‘de wereld sindsdien’. ‘Gelukkig is er in Amsterdam nog ruimte voor het gesprek.’
is verslaggever van de Volkskrant.
Met wapperende jaspanden daalt de Amsterdamse rabbijn Shmuel Katz de zes treden af tussen het Nederlandse Holocaust Namenmonument en de belendende Amsterdamse Hoftuin. De Hoftuin is een vredige plek met platanen. In het gras staat deze week ter ere van het joodse Loofhuttenfeest een grote loofhut op poten.
Een loofhut heeft een dak van loofbladen of riet. Vóór de Tweede Wereldoorlog waren dit soort hutten in de herfst soms te zien in Amsterdam; Joden bouwden ze op straat, in de tuin of op het balkon.
Het feest, Soekot in de volksmond, werd vorig jaar nieuw leven ingeblazen in de hoofdstad. Toen eindigde het zevendaagse feest op 6 oktober, een dag voor de aanval van Hamas op Israël. Ruim een jaar later wordt in de Hoftuin tijdens het afsluitende feest veel gepraat over ‘de wereld sindsdien’.
Soekot herinnert aan de uittocht van de Joden uit Egypte naar de Sinaïwoestijn, maar is ook een oogstfeest. Het wordt gezien als het vrolijkste feest van de lunisolaire kalender, die in het jodendom wordt gehanteerd.
En vrolijk is rabbijn Katz. Nog maar net staat hij achter de microfoon of luidkeels zet hij een lied in: Veha’er Eineinu van Shlomo Carlebach. Verlicht onze ogen. Halverwege: ‘Ik ga nu iets sneller zingen, want ik moet voor zonsondergang terug zijn in de synagoge.’
Het Loofhuttenfeest verdween tijdens de Tweede Wereldoorlog uit Amsterdam, vertelt initiatiefnemer Julia van der Krieke, leider van het project De Joodse stad, dat ‘onbekende joodse verhalen’ wil vertellen. ‘Een feest als Soekot hoort bij die verhalen’, zegt ze.
Tegenover de loofhut, die werd gemaakt door Amsterdamse kunstenaarsduo Chaja Hertog en Nir Nadler, staat een lange tafel vol eten en drinken in het grasveld, met zoet witbrood, gevulde eieren, bietensalade, appelsap en rode wijn. Na de korte toespraak van Katz komen buurtbewoners en geïnteresseerden rond de tafel voor de zevende dag op rij samen.
‘Door alles wat zich sinds 7 oktober afspeelt, bevinden we ons inmiddels in een totaal andere situatie, waarin vooroordelen, polarisatie en haat steeds vaker de boventoon lijken te voeren’, zegt Van der Krieke. ‘Deze realiteit maakt het misschien nog wel belangrijker dat we de verhalen uit de rijke geschiedenis van de Joodse Amsterdammers vanaf de 17de eeuw blijven vertellen en doorgeven.’
Daarom dus een zevendaags feest in de Hoftuin, dat vlekkeloos verliep zonder beveiliging, al is de wijkagent volgens Van der Krieke wel ingelicht over de activiteiten.
‘Soekot is een feest van verbinding’, zegt ‘betrokken buurtbewoner’ Michel van Wijk (66). Hij zit op een bankje naast buurtgenoot Marten te luisteren naar een accordeonist en een altsaxofonist. Op schoot heeft Marten een bordje ingelegde bieten.
Van Wijk: ‘We hebben hier deze week met allerlei mensen uit alle hoeken van de wereld gepraat. Onder anderen met ongedocumenteerde asielzoekers. Dit joodse feest is de aanleiding voor de gesprekken. Maar als buurt dragen we het breder uit. Gelukkig is daar in Amsterdam nog vruchtbare grond voor. Al is dat niet altijd makkelijk.’
Het is ontzettend belangrijk, zegt rabbijn Katz, dat we in gesprek blijven met elkaar. Een vrolijk feest als Soekot is daar volgens hem een uitstekende gelegenheid voor. De Joodse gemeenschap in Amsterdam omschrijft hij als ‘heel erg divers. Van heel erg orthodox tot mensen met nauwelijks een joodse beleving. Maar er is veel dat ons bindt. De band met Israël, het spook dat antisemitisme heet en onze weemoed naar het verleden.’
De Joodse cultuur is niet alleen de geschiedenis, zegt hij, het is goed om te beseffen dat Joods leven blijft bestaan. Zijn vader, vertelt Katz, ‘kwam in zijn eentje uit de oorlog. Hij kreeg vijf kinderen, meer dan dertig kleinkinderen. Hij heeft geleefd, gezongen, gedanst.’
‘Natuurlijk krijg ik de vraag: met alles wat er sinds 7 oktober 2023 is gebeurd, heeft Soekot nog een plaats?’, zegt Katz. ‘Maar als zingen en dansen geen plaats meer hebben, dan is Amsterdam alleen nog de plaats van verwoesting.
‘102 duizend Nederlandse Joden werden tijdens de Holocaust vermoord. 80 duizend van hen kwamen uit Amsterdam. Met Soekot laten we de mensen hier zien: wij gaan door en hebben rotsvast vertrouwen in de toekomst.’
Hij kijkt op zijn smartphone. Er is nog tijd voor een volgend lied van Shlomo Carlebach. ‘Vandaag is een blije dag voor ons. Dus iedereen mag meezingen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant